Waar Abraham de mosterd haalt…

Ik kan me er zo over verbazen dat sommige “fokkers” (niet voor niets hier tussen aanhalingstekens geplaatst) na al een poosje rond te lopen in de sport blijkbaar nog steeds niet weten waar zij hun fokmateriaal vandaan moeten halen, en andere zaken. In deze digitale tijden is het toch niet nodig om oproepjes te plaatsen? Of om te raaskallen dat je jezelf een rit naar Duitsland wilt besparen. Want in een kortere en efficiëntere zoektocht op internet en/of catalogi of één telefoontje naar een secretaris van de desbetreffende speciaalclub brengt je doorgaans snel in contact met daar waar je wezen wilt. Behalve de standaard van je ras wordt je ook geacht de concullega’s te kennen en de juiste gebruikelijke gang van allerlei zaken. Daar heb je geen jaren voor nodig, alhoewel het altijd nog wel verfijnd kan worden gedurende de jaren. Voorts valt me dan op dat het hier dan ook nog vaak gaat om fokkers gaat van wel heel bijzondere kleurslagen in bepaalde rassen. Gemakzucht? Onwetendheid? Desinteresse? Naïef? Als je iets speciaals fokt, dan weet je toch logischerwijs dat de vijver waarin je vist wat kleiner is? Juist dat vergt nog nèt iets meer van je dan de fokker van konijngrijze Vlamen of Kleurdwergen (zonder overigens daaraan afbreuk te willen doen). Doe dit dan jezelf niet aan, denk ik dan. Zulke fokkers vinden overigens doorgaans ook al gauw iets uniek, hoor. Of nog liever lanceren ze de benaming: zeldzaam. Poosje terug had ik er weer een die beweerde dat Thrianta’s erg sporadisch voorkwamen en moeilijk te vinden zijn. Helaas helpt de literatuur ook niet altijd mee. In het boek “Nederlands Kleinvee – In hun voortbestaan bedreigde rassen” van Luuk Hans en Hans Ringnalda e.a. wordt met enige stelligheid op pagina 125 e.v. min of meer beweerd dat de Thrianta zeldzaam is. Wetenschappelijk onderbouwd nota bene. Op bijna elke (zelfs locale) tentoonstelling kom je het ras echter tegen. En doorgaans kort in de buurt vindt je wel een fokker. Tenminste ik wel. Hoeveel wil je er hebben. Je kunt er over struikelen. Het komt niet eens in de top-tien voor van Nederlandse rassen waarvan er wat minder zijn. Nog meer onwetendheid van de week op marktplaats. Ik verzamel overigens al weer een nieuwe serie, maar deze maar als voorafje.

Midden-sepia-marter-zilvervos. Heel wat naam voor zo'n klein konijntje.

Midden-sepia-marter-zilvervos. Heel wat naam voor zo’n klein konijntje.

Citaat: “Het is een kleurdwerg en zijn kleur is donker bruine marter. Het rammetje is getatoeëerd. …………… De ram is zilvervosdragend.” En dat laatste is dan onmogelijk. O ja, hij zal best eens zilvervos jongen hebben verwekt, maar dan uitsluitend met een zilvervos partner. Immers is zilvervos at dominant over éénkleur a. Tsssss. Als je het niet weet; niet erg, maar laat je er dan niet over uit.

Hoe dan ook, het lijkt wel gemeengoed te worden om zo maar wat dingen te roepen, zonder er eerst bij na te denken. En dat op alle echelons in de liefhebberij. Afgelopen winter werd door de KLN besloten dat de Almanak, die ooit in het leven was geroepen om een betere informatievoorziening voor de leden voor het elkaar te krijgen op zou houden te bestaan in gedrukte vorm. Dit jaar zou het laatste zijn. Nou, we krijgen nog met 4 pagina’s met de tentoonstellingsagenda met de laatste Kleindiermagazine meegezonden en that-is-it. In de Bondsberichten van augustus komt de Bond nu uiteindelijk met het verstrekken van info met betrekking tot de hier wel eerder besproken AOC en de vrije klasse. Een gemis wat ik al onlangs aangaf. Beter laat dan nooit zullen we maar (hoopvol) denken. Althans, er wordt verwezen naar het jaarboek al dan niet in gedrukte dan wel digitale vorm. Verder beperken de Bondsmededelingen zich maar weer eens tot eigen roem. Het kloppen op de borst dat ze zo vooruitstrevend zijn geweest in Den Helder met betrekking tot het hanenverbod en het leewiekbeleid. Wat allemaal eigenlijk al weer historie is. Oud nieuws dus.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

2 reacties op Waar Abraham de mosterd haalt…

  1. Esther zegt:

    Dat boek is in 2003 uitgegeven, zoals je het nu in je blog plaatst lijkt het alsof je een nieuw boek aanhaalt. In die 10 jaar tijd kunnen er natuurlijk een boel Thrianta fokkers bij gekomen zijn en is het ras inmiddels niet meer zo zeldzaam als het op dat moment misschien wel was.

    Groetjes

    • Beste Esther,
      Dank voor je bezoek én reactie op mijn bericht. Inderdaad is dit boek in 2003 uitgegeven. Maar we lopen al een tijdje mee. En zo snel gaat het in ons wereldje nu ook weer niet. Ja achteruit dat wel. Desalniettemin is er verhoudingsgewijs voor dit ras op de nationale en regionale tt’s niet essentieel iets veranderd. Ik heb dit even “onderzocht” om het te staven. Op de BTT van 2003 waren er 72 Thrianta’s en op die van dit jaar 56. Een afname juist in verhouding zoals bij veel andere rassen. Maar m.i. geenszins bedreigend. In de gauwigheid geteld (ik kan er eentje naast zitten) toen 19 fokkers en nu 14. Ik hoop dat ik je hiermee wat gerust kan stellen met betrekking tot het zeldzaam zijn van de Thrianta.
      Desalniettemin: blijf me maar scherp houden. Daar houd ik wel van. Groetjes en graag tot een volgende keer…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.