XXL

Make a wish”, stond er van week op de verpakking van een frikandel XXL (o… zo lekkâh). Nou… die vandaag komt uit. Want van een saaie laatste pseudo etappe als in die andere grote drie weken durende meerdaagse nationale wielerronde is vandaag zeker geen sprake. Het feit dat de tot en met zaterdag nog in de roze leiderstrui trui rijdende Wilco Kelderman dat kleinnood na afloop ervan waarschijnlijk niet zal dragen mag daarbij de pret niet drukken. Zou ook te chauvinistisch zijn. Haagse Hangoren is en blijft natuurlijk een met beide benen op de grond staand Nederlands weblog.

Sowieso was dit een fijne spannende Giro d’Italia. Eerder noemde en roemde ik hier al die etappe naar de Etna. En afgelopen donderdag de -zeg maar eerste- Koninginnerit over onder andere de Passo dello Stelvio was g-e-w-e-l-d-i-g. Normaal vallen me tegenwoordig de oogleden nog wel eens toe, bij uitblijven van te weinig spektakel.

Maar… van mij mag het volgend jaar wel weer op de “normale” tijd allemaal in de eveneens “normale” volgorde. Voor wielerliefhebbers is dit jaar nog meer uithoudingsvermogen vereist dan voor de renners zelve. De Giro én Vuelta en als het “tegenzit” ook nog een voorjaarsklassieker in het najaar op één middag TV is een regelrechte aanslag op zo niet al je vermogens. Dan moeten op een gegeven moment de schellen wel van je ogen vallen. Enfin, we hebben weer een bijna-winnaar gehad in de persoon van Kelderman, net als toen in 2016, toen Kruijswijk. In 2017 verliet laatstgenoemde met maagproblemen voor het slotweekend. En ook dit jaar kwam hij er niet aan te pas, nu als gevolg van een positieve corona uitslag. Niks aan te doen. Nu dus verder met de Vuelta. En dan moet het maar eens afgelopen zijn. Da’s geen doen zo, dat afzien …

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Stoelendans…

Ik gaf het hier in augustus en september al aan, dat het een publiek geheim betrof dat TJV (zo kort je tegenwoordig officieel het team van Jumbo-Visma af) over zou stappen van fietsmerk Bianchi naar Cervélo. Een tegenwoordig Canadees merk maar wel met Nederlandse roots. Van de week werd dat dan officieel wereldkundig gemaakt. Nu werd ook bekend dat de Sunwebbers overgaan naar het Zwitserse Scott. Mitchelton zonder Scott gaat fietsen op de Italiaanse Bianchi. En zo is de cirkel weer rond.

Joh, die renners maakt het geen fluit uit. En van geen importantie ook. Max Verstappen zal zich er drukker om maken dat Honda er na 2021 mee kapt. In die tak van sport is de techniek veel meer bepalend. Een fiets is en blijft een fiets. Niet meer, niet minder, al doe je er nog zo geheimzinnig over. Sommige renners laten echt geen traan bij het afscheid van Bianchi bij Jumbo. En ook de onderdelengroepen maakt ze niks uit, één ritje en je bent aan de concurrent gewend. Of dat Campagnolo, Shimano of SRAM is. Overigens die wedstrijdfietsen blijven vaak in het service course centre en thuis rijden de renners op een “simpel” trainingsfiets. Nee, da’s best wel een beetje een understatement want dat zijn best nog wel fietsjes die een flinke duit kosten. Maar meestentijds zitten daar lekker gewoon draadbandjes op. Op de wedstrijdfiets maken de ploegen (en renners) graag en liever gebruik van tuben. Zoals gebruikelijk in de lange historie van de wielrennerij. Dus… jongens als Dumoulin, Kruiswijk, Van der Poel en consorten maakt het echt niet uit waar ze op rondrijden. Thuis rijdt bijvoorbeeld Wilco Kelderman op een Cervélo met “gewone” velgremmen, terwijl hij de wedstrijden doorgaans rijdt met schijfremmen. Een toonaangevende internationale wielersite ging onlangs zo ver te melden dat ze bij Jumbo wel zouden moeten wennen dat Cervélo slechts dic-only (alleen schijfrem) fietsen zou maken. Duidelijk gevalletje van huiswerk gedaan. Shame on you.

Wel zullen renners soms ook hun voorkeuren hebben, en elk zichzelf respecterend merk heeft bovendien toch ook wel weer bepaalde typen waar de renners uit kunnen kiezen. Over Sagan is bekend dat hij het liefste rijdt op de Carmac van zijn Specialized.  

Dat er geld mee gemoeid is met die fietsmerkkeuzes, las ik van de week. Een belegger van de New Yorkse Wallstreet was zo gecharmeerd van onze Mathieu van de Poel dat hij interesse heeft in de overname van het fietsmerk Canyon uit het Duitse Koblenz, voor 583 miljoen D€llar.

In vroeger tijden werd er ook al wel gesjoemeld. Van Eddy Merckx is bekend dat hij in zijn begintijd bij Peugeot helemaal niet gecharmeerd was van de fietsen van dat merk, en hij reed rond op een Italiaanse Masi in Peugeot kleuren vermomd. De renners van de Nederlandse Caballero ploeg reden in de 60’s/70’s bijvoorbeeld rond op het merk van hun eigen keuze, maar dan wel weer in de tabaksrode uniforme ploegkleur en bijbehorende stickers. Van Amsterdammer Peter Post is bekend dat hij een fan was van het kleine merk RIH uit de Jordaan in de hoofdstad. Vreemde foto’s zijn er te vinden dat hij in dienst is van het Belgische (fietsmerk) Flandria met een fiets met wel die stickers op de buizen, maar wel een balhoofdplaatje van RIH. En dat was het dan ook. Ook in zijn begintijd bij Willem II-Gazelle reed hij de baan gewoon op een RIH. Niks Gazelle.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het uitzicht onderweg…

Veel wielrenners gaan na hun pensioen nog eens terug naar waar ze eens koersen reden. Noem het voor mijn part plaatsen delict. Eddy Merckx was jaren later zodoende lyrisch over de Stelvio. Begrijp het wel, je hebt a.) geen tijd om rondom je heen te kijken als je eendachtig koerst en b.) als je er helemaal doorheen zit zie je toch alleen nog maar zwarte sneeuw. (ja, het bestaat echt, ik heb het gezien.) Tegenwoordig komt daar bij c.)Ik kan het me niet herinneren, ik zat op het kastje op mijn stuur te kijken, of ik niet in het rood ging”. Want ja, de wielrennerij gaat tegenwoordig kapot aan al die elektronische nieuwerwetsigheden. Het komt weinig meer op het echte eigen koersinzicht aan. Als er een reservefiets van het dak moet komen dan haalt de ongefortuneerde renner in kwestie eerst zijn boordcomputer van zijn verwrongen achtergebleven fiets, om dat onding op de verse fiets meteen weer te installeren. Belangrijker nog dan die twee bidons die hij eigenlijk ook nog mee had willen verhuizen. Sowieso kon dat vroeger rapper, even een wieltje wisselen. Maar met die schijfremmen, en bijbehorende steekassen heeft een mekanieker vaak nog een boortol bij hem om “even” de fiets te dépaneren. Een nieuwe fiets is dan soms handiger en sneller. Er staan er zat op het dak, dus…

Afgelopen zondag tijdens de zogenaamde “Hoogmis” -de gedevalueerde Ronde van Vlaanderen, zonder (terecht overigens) noemenswaardig publiek- kreeg meteen een motorrijder de schuld in de motorlaarzen geschoven, omdat Julian Alaphilippe tegen het asfalt ging. Maar als je beelden echter nog eens aandachtig terugkijkt, zie je de renner in kwestie een hand van het stuur nemen omdat hij zo nodig met de ploegleider van dienst moest communiceren, middels zijn in de trui verborgen micofoontje. Want, een peloton vol geheim agenten met micro’s achter de rits. Met ook allemaal een extra oortje, uit een snoertje ook vanonder datzelfde nauw aansluitende tricot. Op de rug zie je de houder met de batterijen zitten. Ook erg prettig bij een valpartij. Uit welke apparatuur als heen-en-weer-verkeer totaal onnuttige informatie schalt en bralt. Volgens mij wordt je daar stapel krankjorum van. Ploegleider: “… Pas op bij de afdaling ná deze heuvel, het heeft geregend…”. Renner(s): “???!!!”. Ik begrijp nu waarom Haagse Michael Boogerd vaak insinueerde dat zijn oortje het had begeven. Nee joh, hij trok ‘m uit zijn oor, omdat hij die onzin niet meer trok. Hij had het bij het rechte eind. Die Froome heeft gedurende zijn carrière die bleke smoel gehouden, maar er tegelijkertijd wel een door de zon verbrande nek aan over gehouden. Zat Touren lang op zijn metertje te koekeloeren.

Terug naar Alaphilippe die gedurende dit verhaal nog steeds ligt te kermen. Nou is het een Fransman die niks liever doen dan voor de show de vermoorde onschuld uit te hangen en/of voor drama-queen spelen. Hebben ze geleerd van die zot Thomas Voeckler.

Ben je er nog Julian? Loulou voor intimi en fans. Hij zat dus door dat ding te lullen en zag niet dat de wél oplettende (en dus later winnende) van der Poel in een reflex de iets langzamer rijdende motard ontweek. Die stomme al lullende Fransman dus niet. En da’s echt niet de eerste keer dattie achterstevoren op zijn fiets zit. Kijk de beelden van de jongstleden LBL er nog maar eens op na.

Sukkel…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Bounch proof (2)…

vervolg

De UCI controleert van alles. Van motorkes tot soklengte. En is in haar bureaucratie dol op het uitschrijven van boetes van achteloos aangenomen en/of weggeworpen bidons. Van de week kreeg Edoardo Affini een boete van 200 Zwitserse Frank. Terwijl hij zelfs al uit koers was. Het aannemen van zijn bidon is schier onmogelijk, vanwege een gespalkte hand, die ook nog eens in het gips zit. Ik bedoel maar. Dat achteloos wegwerpen van een bidon is eigenlijk niet meer van deze tijd. In een sport die “groen” zou moeten uitstralen. We vergeten voor het gemak maar even al die motors, ploegleiderswagens, directiewagens en de schrijvende/fotograferende/becommentariërende en vooral rijdende pers. Die lege bidon kun je als je toch een verse volle bij de auto afhaalt net zo goed als statiegeld inleveren. Of achterlaten in de aangegeven en toegestane zones, ook geen probleem. Of in geval van uiterste “nood” netjes -zoals wél is geoorloofd- bij het publiek afgooien. Er blijft er dan écht niet een liggen. Menige toeschouwer wordt terplekke verzamelaar.

Kort en goed, regelgeving en handhaving zat als het om bidons gaat. Maar naar de letter van de wet  is het blijkbaar slecht gesteld. In het ondoorgrondelijke woud van regelgeving kan ik ze bij de UCI althans 1-2-3 niet vinden. Dáár zou best eens werk van gemaakt mogen worden. Zoals een TV verslaggever op aangeven van weer anderen onlangs nog eens aangaf. Het nieuwe model -hij is al weer een poosje- bidon van Elite, de Fly is behalve zoals de naam al insinueert licht in gewicht maar tevens voorzien van een dop die er spontaan afschiet als je per ongeluk overheen zou rijden. Zelf oplossend vermogen. Prima. Die van collega marktleider Tacx doen dat zeker niet. Je heb er zelfs hulpmiddelen bij nodig om het kleine trekdopje van de schroefdeksel te willen scheiden. Want zo’n volle onverhoedse bidon op de weg kan voor een serieuze valpartij zorgen. Ze verlaten met bosjes bij wat tegenslag spontaan zo de houder. De aloude Tacx Uni bidonhouder had voorheen een beter houvast. En ook de Elite Ciussi van ook alweer wat jaartjes terug was er eentje die de bidon liet waar hij hoorde. Op de fiets, en er pas vandaan wilde als jij hem daartoe aanzette. In tegenstelling tot de tegenwoordige -ook nog eens peperdure- carbon gevalletjes. Ook die van de toonaangevende firma’s. Mathijs Paaschens in de laatste Waalse Pijl had die ouwe Ciussi’s op zijn fiets gemonteerd, zag ik. Matthijs zat in de kopgroep die lange tijd aan de leiding reden. Mattijs zat er ook in Parijs-Tours weer vooraan lange tijd bij. Terzijde: samen met Nick van der Lijke deden zij het als jonge Nederlandse renners -vond ik- het hartstikke goed.

De UCI maakt zich liever bijvoorbeeld heel druk hoe de regenboogkleurtjes op een fiets of trui zijn aangebracht, en bij de kleinste futiliteit kunnen ze daarover “zagen”, zeggen ze in Vlaanderen. Dus UCI, maak maar eens werk van die bidonhouders. Veilige bidonhouders. Safety first.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Bounch proof (1)…

Bidons gebruiken we al zolang als er (duur)wedstrijden met fietsen worden gehouden. Was het in den beginnen een leren tas aan het stuur met een wijnfles, later werden het aluminium bidons met  kurken doppen. Weer later (50/60’s) kwam het plastic tijdperk met simpele exemplaren min of meer gebaseerd op hun aluminium broertjes. Nog weer later werden die weer vervolmaakt met betere doppen, met een makkelijkere toegankelijkheid. En ook praktischere vorm door een trekdopje. Later schroefdoppen en grotere openingen. Het werd er dus gedurende de tijd alleen maar beter op. Bidonfabrikanten namen hun producten serieus.

porte bidon TA (afbeelding “geleend” van een Franse wielersite)

Hetgeen niet kan worden gezegd van de “familie”. De wat ik eerder wel eens schertsend BH (BidonHouder) heb genoemd. Uit die tas stuiterde die fles echt niet uit hoor. Die aluminium bidons zaten strak in hun metalen houders, vaak zelfs nog met een klemheveltje met een extra veer gezekerd. Later kwamen de rankere uit hoofdzakelijk draadstaal getrokken stalen bidonhouders die door hun specifieke vorm de bidon op hun plaats hielden. Die van REG en TA van de 60/70’s zijn legendarisch te noemen, naar mijn oordeel. Hebben het ook lang volgehouden. Later moesten die in de 80-er jaren in onze idiote zucht naar gewichtsbesparing zo nodig van aluminium gaan worden. Nog weer later van kunststof (plastic) en tenslotte van carbon. En het werd er steeds beroerder. Oké onbetwist, het zag er (soms) prachtig uit, maar ze deden nog maar slechts ten dele nog wat ze zouden moeten doen. Bij behoedzaam gebruik niks aan de hand, in de folder, in de fietsenzaak en voor de teambus, niks aan het handje. Maar ga niet mee over kasseien dokkeren, de berm in of even een stoeprandje mee opwippen. Dan wordt het er niet beter op. Een beetje valpartij van naam resulteert tegenwoordig soms in meer bidons dan fietsen op het wegdek.

wordt vervolgd…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Auw…

Er wordt wel eens gezegd dat je pas wielrenner bent als je de Tour hebt gereden, en daar schuilt een halve waarheid in. Ik wil het ietsje downgraden en nuanceren, dat je pas wielrenner bent als je ooit met een rugnummer hebt gefietst. Zo is ut, en veul van die recreanten die denken dat ze Froome, Dumoulin of wie-dan-ook zijn hebben wat dat betreft geen recht van spreken. Zolang de sport geschiedenis schrijft worden er in de sport rugnummers met spelden op de wedstrijdkleding gedragen. Veiligheidsspelden, waarmee in mijn babytijd (da’s lang geleden) de luier nog bijeen werd gehouden. Ik heb ervaring dus. En als je niet stil lag liep je kans die speld in je donder te krijgen. Rugnummers zijn de manier van eenduidig identificeren van de sporter met toch hjet waarborgen van een zekere anonimiteit. Iedereen is hetzelfde op het nummer na. Voor elke drager gelden dezelfde regels.

Toen ik als tiener nog aan atletiek deed, waren er bij de crossen in de winter papieren rugnummers. Die gingen met vier veiligheidsspeldjes op je shirt. In de hoop dat het bleef zitten. Winter, sneeuw, regen, modder. Het is maar papier, hè. Dus dat ging nog wel eens fout. Toen ik ging wielrennen deed ik één speld altijd twee keer door het nummer en trui. En dat dan maal vier. En dus lang niet altijd slechts eenmaal door het metalen oogje wat daarvoor in het kunststof nummer (meestal dun vinyl) was aangebracht. Zodat dat ding in elk geval stevig vast zat, zonder dat het door de rijwind irritant kon wapperen. Een renner kijkt niet op een speldje meer of  minder. Veiligheid(sspeldje) voor alles. Crossers dragen zelfs ook nog eens op beide mouwen een nummer, met minimaal twee maar vaker meerdere spelden vastgemaakt. Het zijn carbon fietsen tegenwoordig maar ze sjouwen ook nog wel een berg(je) metaal mee aan veiligheidsspelden.

Nu gaan er stemmen op dat men in het profpeloton naar vaste nummers wil. Per ploeg. Helemaal niet zo’n gek idee. Nieuw is het zeker niet, ik meen in 2014 is dat ook al eens door de renners zelf voorgesteld. Jumbo heeft toen ze “het” nog met Lotto deden de persoonlijke geluksnummers van de renners in de vorm van een lottoballetje op hun gepersonaliseerde truien afgebeeld. Wasmerkjes overbodig. Paar jaar terug stond dat balletje op de voorkant, later verhuisde het naar de achterzijde, in de nek. Sinds dit jaar hebben ze hun favoriete nummer op de plek waar tijdens de wedstrijden het officiële (wedstrijd)rugnummer komt en dat is dus niet in conflict daarmee. Groenewegen heeft aldus in de ploeg (Amsterdammer) nummer 14, Roglič nummer 1, Tony Martin 9 en Geesink 10. Of omgekeerd die laatste twee. In een enquête op een wielersite gaf een poos terug ruim 81% aan dat ze graag vaste nummers zien. Wedstrijdorganisatoren liggen nog dwars want die verkopen per keer de ruimte boven en onder het nummer aan commerciële bedrijven. Het is renners dan ook bij reglement verboden rugnummers zo bij te knippen (afknippen, vooruit) dat die wervende tekst er niet meer -of onleesbaar- staat.

Truien worden er niet mooier van (en zeker de lycra aeropakken niet) als je er telkens op nagenoeg dezelfde plekken veiligheidsspelden in jast. In mijn actieve tijd dat ik bij de KNWU fietste heb ik eens een collega renner gekend die vier stukjes Velcro (klittenband) midden achterop zijn trui had laten naaien door zijn lief. Aan het nummer zelf deed hij dan de andere kant van de klittenband (wel met een speldje), en kleefde zo het nummer op zijn plek. Slim bedacht. Naar ik heb begrepen (ik heb het nog nooit in levende lijve gezien), zijn er ook al oplossingen die met magneetjes werken. De laatste tijd zijn er ook ontwikkelingen met een soort doorzichtige hoes. Je nummer zit dan niet óp maar ín je trui. Nopinz speedpocket heet dat, de hoes die op het pak is genaaid. Je schuift je nummer er mooi -aerodynamisch- in. Het gaat om kleine dingen, om tienden van seconden, waarbij je je geen wapperend rugnummer kunt veroorloven.

Hoe dan ook, een vast nummer is handig. Menig keer heb ik voor de start van een open wedstrijd moeten vragen welk nummer ik zelf had. Handig om te weten als de jury je nummer om welke reden dan ook omroept. Toch was men in mijn jonge jaren de tijd al ver vooruit. Zowel bij de niet-licentiehouders als bij de KNWU hadden we voor de wekelijkse trainingswedstrijden een vast nummer voor het héle jaar. Daar betaalde je eenmalig een bedrag voor, en er was geen gedoe met betrekking tot afhalen, inleveren et cetera.

Tijd voor het persoonlijke rugnummer in het wielrennen dus nu. Want Messi draagt sinds jaar en dag nummer 10 op de rug, en nagenoeg elke sportliefhebber weet dat Max Verstappen met een wagen rijdt (en helm, en pet, en…) met daarop nummer 33. Hoe het ook zij, je bent ook in de sport in feite maar een nummer in plaats van een persoon. Zo lijkt het.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Nakende…

… wat was het weer spannend gisteren in de Giro (d’Italia). Met een fantastische finish op de as van de Etna. Allemachtig vuurspuwend prachtig. Met de Tour (de fucking France) vielen soms mijn ogen dicht. Mede door de –door mij nog steeds niet begrepen– gecontroleerde manier van koersen van de geel/zwarte grootgrutters, die uiteindelijk een spreekwoordelijke derde hond er met de winst vandoor zagen gaan. Gelukkig kon Primož Roglič zondag in Luik in “La Doyenne”, de oudste klassieker die we als LBL mogen uitschelden zijn gram halen. Net goed voor die dat amechtige showman Julian Alaphilippe. Vroeger in het pelotons waar ik koerste zou zo eentje na de streep een pomp in de nek hebben gekregen.

Maar op Sicilië, het land van de maffia, wist je gisteren niet waar je moest kijken. Blijven Italianen, dus de regie gaat geen Nederlander filmen die het nou eens een keer erg goed doet. Bravo, Wilco Kelderman. Zelfs een kenner (en vakman) als Karsten Kroon had op Eurosport de renners in de kopgroep bij voorbaat geen hoofdrol toegbedacht en zat te wachten tot ze er “aan gingen”. Ze gingen er ook wel aan, op het allerallerlaatst. Maar er was er één die niet wilde buigen. De winnaar zat dus toch in dat kopgroepje. Jonathan Caicedo, dat kleine opneukertje. Gelukkig in zijn Ecuadoraanse kampioenstrui en niet in de -eerder besproken verfoeilijke- EF trui. Favorieten als Geraint Thomas en Simon Yates vielen door de mand. En toch grote klasbakken als Nibali en onze eigen Kruijswijk hadden het moeilijk, maar hielden dapper stand. Steven komt sowieso altijd wat later op gang, op eigen tempo. Dieseltje. Het is nog niet Steven’s Kruijsweek…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zo kennet ook…

Rik Zabel (jazeker, de zoon van) staat -net als zijn vader- te boek als sprinter. Hij start vandaag in het blauw in de 2e etappe van de Giro d’Italia 2020. Het blauw is voor de klimmers, niet zo’n druk bollending als in de Tour. De trui voor de leider in het puntenklassement (weggelegd voor de sprinters doorgaans) is daar paars. Rik wist dat hij in de 1e etappe, de tijdrit, geen potten zou breken. En had geen Factor tijdritfiets van sponsor Israel Start-up Nation  nodig. De tijdrit ging zo’n beetje bergaf, op de eerste 1,1 kilometer na dan… Daar waren wél punten te verdienen voor het bergklassement. Rik spurtte op zijn klimfiets in 90 seconden als een speer naar dat meetpunt, en deed het daarna naar beneden betrekkelijk rustig aan. Collega sprinter Peter Sagan staat 2e achter hem in het klassement. Hij reed op wel op zijn tijdritfiets…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Aaaaahhh….

Mijn reactie na het zien van de outfit waarmee de Amerikaanse equipe EF (Education First) vanaf vandaag de Giro gaat rijden. Van oudsher zijn normaliter juist de Italiaanse equipes nogal berucht om hun ietwat drukke uitvoering qua fietstruitjes. Vaak ook omdat er zoveel sponsors mee gemoeid gaan, die allemaal in hun huisstijlkleuren op de trui willen prijken. Maar goed dat tegenwoordig die dingen bedrukt worden in sublimatie zeefdruk. En je dus met de fullcolour kleuren CMYK alle kleuren kunt weergeven. Geruchtmakend was destijds ook de trui van de opvolger van Peugeot, de van de Franse kinderkleding gigant “Z”. Of ‘m zo uit een stripboek kwam.

EF moest natuurlijk wat, want het roze wat ze normaal dragen lijkt teveel op de roze leidertrui van de Giro d’Italia. En dat kan natuurlijk niet. In het verleden gebeurde dat vaker, ook in de Tour de France. Mann-Grundig had in de jaren 60/70 helemaal gele truien. Die moesten dan ook wat anders aantrekken.

Maar het exclusieve (lees: dure) wielerkledingmerk Rapha heeft het nu bij EF letterlijk wel errug bont gemaakt. Een Donald Duck pak zowat. En de tijdrithelm is helemaal over-the-top. De Cannondale fiets zou ook zo uitgevoerd kunnen worden op een Loekie-kinderfiets. Het geheel doet echt pijn aan je ogen. De reclamewaarde is volgens mij nihil. Je moet weten welke teksten erop staan. Echt lezen kun je ze niet, zeker niet in een voorbij zoevend peloton. Er is tevens sprake van een nieuwe cosponsor zo lijkt het. En toen ik die -nieuwsgierig als ik ben- opzocht, viel bij mij het kwartje. Palace schijnt een merk skateboards te zijn. Dat zal best  een hip merk zijn natuurlijk, en daar past deze uitbundige uitspatting misschien wel bij.  

Wij van WC-eend denken, van de pot gerukt.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Interessant doen over niks…

Normaal duurt het eeuwen om een goed medicijn of vaccin (tegen bijvoorbeeld corona) te ontwikkelen, te vervaardigen, te produceren en in de handel te mogen brengen. Research, testen, implementeren.

Maar in feite geldt dat voor alles. Dus ook voor bijvoorbeeld isotone sportdrankjes. Die ik vroeger wel eens gebruikte. Van Isostar bijvoorbeeld. Maar omdat ik diabetes patiënt ben (geworden) beter niet meer kan nuttigen. Het stikt van de suikers en koolhydraten. Voor normale mensen perfect om snel de suikers aan te vullen, voor mij (en collega diabetici) funest.

Ik heb nu -na uitgebreid onderzoek (5 minuten)- een geheel eigen sportdrank “ontwikkeld”. Te beginnen met (zonder reclame te willen maken) Teisseire siroop (0% suiker) in de smaakvariant citroen en limoen. Verhouding, och… een beetje op gevoel. Een boojempie siroop op een bidon van een halve liter. Bidon verder afvullen met puur Hollands leidingwater van prima kwaliteit, en een snufje zout toevoegen. Ik kan wel zeggen om de mineralen aan te vullen, maar het is meer om het geheel wat mysterieuzer te maken. Een bidon met alleen water is altijd zo’n plons. Dat is tenminste mijn ervaring. De gebruikte bidon voor dit doel voortaan bewaren. Je krijgt die smaak er van zijn levensdagen never nooit meer uit. Toch interessant? Och… neem het met een korreltje zout 😊

Dit blog werd (NIET) mogelijk gemaakt door Teisseire

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen