Geintjes

Vroegûh werd ik helemaal lijp van een ondefinieerbaar piepje of kraakje aan mijn materiaal. Ik bleef dan maar maniakaal zoeken waar het zat, en vooral, hoe op te lossen. Ik verkeerde in goed gezelschap, Merckx scheen ook zo’n control freak te zijn. Mijn stuur moest tot op de millimeter recht staan, en kon dat tot in den treuren controleren en checken. En weer… en weer… om gek van te worden. Alles went in het leven, en op den duur leer je er vrede mee te hebben dat niet alles perfect kan zijn. Bovendien helpt het dat ik later een bepaalde mate van lawaaidoofheid opliep in de drukkerij en ik dientengevolge sindsdien veel piepjes lekker niet meer hoor… 🙂

Toen ik een poosje terug een ouwe racefiets uit elkaar aan het slopen was (excusez le mot: demonteren) kwamen er uit de bracketpot 23 kogeltjes zeilen. Hè, da’s echt gek. Aan elke kant horen dat er 11 van 1/4“ te zijn. Meer dan 22 komen er dan niet uit, als mijn kennis van de tafel van 11 nog up-to-date is. Ik moest toen onwillekeurig toch denken aan een oud mekaniekersgeintje uit vroeger tijden waarvan ik wel eens heb gehoord. Die “boeven” deden dan één miezerig los kogeltje, liefst een nóg kleiner dan zojuist genoemd, bijvoorbeeld eentje van 5/32”, in een van de buizen. Bij regulier gebruik had je dat dan niet zo in de smiezen, al helemaal niet als je toch al dood zat te gaan op die fiets. Maar als je min of meer uitgerust nadien je je fiets maar éven optilde werd je tureluurs van het het getingeltangel van dat kogeltje door de buis. Wat je niet thuis kon brengen. De “getroffen” renner deed dan zijn beklag bij de mekanieker. Die dan zogenaamd natuurlijk lange tijd niks kon vinden. Nou, dat hadden ze mij niet moeten flikken. Ik ben goed voor en vooral zuinig op fietsmateriaal, alhoewel je me niet tot het uiterste moet drijven. Op een van onze zotte monstertochten in een heel ver verleden reden we eens non-stop van Parijs naar Eindhoven en hoewel we gewaarschuwd waren voor een dip bij het aanbreken van den dageraad, zat ik op dat tijdstip zó stuk dat ik daadwerkelijk de spreekwoordelijke zwarte sneeuw heb gezien. We zaten zo’n beetje in de heuvelachtige zone van de uitlopers van de Ardennen. Ik werd helemaal lijp en zei tegen een van de maten; “Als er ná déze heuvel nog één komt, dan keil ik zo die fiets van het talud”. Moet gezegd: ik was toen al wel van; een man een man, een woord een woord. En aldus zeilde bij het bestormen van de volgende heuvel de fiets plotsklaps ongecontroleerd naar beneden waar deze spontaan door de hoeven (lees: wielen) zakte. Zelf liep ik boos, verdrietig, moe, ontredderd en wat nog meer ook nog eens de verkeerde kant op langs de weg, waarop de bemanning van onze volgwagen fijntjes meldde dat ik richting Parijs liep, en dat de andere kant op Eindhoven lag. Dat zijn geen geintjes…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Magneet…

Magneet is het magische gesteente dat een al dan niet tijdelijk magnetisch veld produceert. Vernoemd naar de Steen van Magnesia uit het oude Griekenland. Twee (tegen)polen houden elkaar in evenwicht.

Magneet is ook een oud fietsenmerk. Lang geleden zelfs ook nog een racefietsmerk. Woutje Wagtmans, Jo de Roo, Piet van Est e.v.a. reden er in hun beste jaren mee rond. Vanaf 1970, na overname van Magneet en PFG ( de al eerder samengevoegde merken Phoenix-Fongers-Germaan) verandert deze naam in Batavus Intercycle B.V.

Magneten komen we een decennium of wat later vervolgens ook weer anderszins tegen in de wielrennerij. Bij fietscomputers, die in grote lijnen werken onder de letterlijke impuls van dat telkens onzichtbaar irritant voorbijkomend magneetje in het wiel naar een sensor aan de fiets zelf. Na wat rekenarij geeft dat de fietser op een display de informatie die hij wenst. Nou ja… wenst. Zelf ben ik nooit zo’n fanatiek aanhanger van elektronica op mijn stuur geweest. Bij e-bikes kom je er niet meer onderuit natuurlijk. Maar verder… draadloze fietscomputers met GPS, Strava, wattages, en ik weet-niet-allemaal-wat. Ik heb ze wel gehad in het verleden, tenminste de redelijk simpele fietscomputers. Maar zelfs dan was ik er doorgaans kort na montage al weer rap op uitgekeken. Het leidt tot niets en af. Iets wat ik tegenwoordig sowieso al niet kan hebben. Dus ligt er hier ergens nog zo’n compleet werkeloos ding te liggen zijn. Onlangs kwam ik er op een oude fiets weer eens een keer zo’n halve fietscomputer tegen. Want meestal ontbreekt er doorgaans wel wat. Bijna nooit compleet. Is het niet het afneembaar display, dan is het wel de sensor of het magneetje. Zo niet dan is de bedrading wel naar de knoppen. Want doorgaans werden ze door “amateurconstructeurs” niet zo afdoende gemonteerd. Ik wikkelde de altijd ruim voldoende lange kabel keurig om de voorremkabel. Die magneetjes kom ik vaak zo niet heel vaak dan wél weer tegen. Blijkbaar raakt zo’n klein ding tussen 36 spaken in de vergetelheid. Als eenmaal de computer kapot is, of de batterij ermee is gekapt. Meestal is dat voor de gebruiker een vroeg signaal om hem uit zijn lijden te verlossen. Op bijgaande foto mijn verzamelde werken, in de loop van vele jaren. Die dingen waren doorgaans niet echt merkgevoelig qua werking en je kon ze dus onderling best wel gebruiken. Handig, zodat je ook een reservewiel van een concurrerend type ermee kon voorzien. Ze verstaan mekaar wel. Computers hè, artificial intelligence.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kanttekeningen bij geel-zwart…

De tv-reclame-filmpjes van een supermarktketen met die huiskleuren vind ik altijd wel leuk. Komt mede door Frank Lammers, welke ik een leuke acteur én persoonlijkheid vind. Laatst zag ik in zo’n reclame dat ze dit jaar 100 jaar bestaan? Ik probeerde wat terug te veinzen in mijn geheugen. Wat doorgaans niet te doen is. Maar dat zou inhouden dat ik mijn hele leven al tegen die supermarkt aangelopen zou moeten zijn.

Maar schijnt bedriegt, zoals wel vaker bij de supergrutter (ze staan overigens 2e in de ranking, AH is werkelijk ouder en er zijn toch ook iets meer winkels van). Ik weet dat de roots van zwart-geel in Veghel liggen, en dat is toevallig ook mijn geboorteplaats. Ik weet dat de familie Van Eerd de gothfathers zijn van de firma. Ik weet nog van “ons moeder” (zaliger) dat ze “vruger” bij een van de dochters van die Van Eerd op school heeft gezeten. Want zo zit het, het concern waar die olifanten-winkels onderdeel van uitmaken, bestaat dus 100 jaar. De olifantenwinkel zelf is ontstaan omdat iemand de Torro (in the 70’s in Brabant) de loef wilde afsteken. En een olifant is nu eenmaal groter dan een stier. De eerste echte olifantenwinkel blijkt er een te zijn van ene Van Meurs uit Tilburg. Die werd opgekocht door Van Eerd. En toen volgden er rap meer. Ook door het overnamebeleid om maar de grootste te willen zijn.

De grootste sportploeg(en) hebben ze zeker ook. Ik heb eens zitten turven in het lijstje sporters en aanvullend personeel. Het zijn er net geen 200, als ik het goed heb afgestreept. 78 sporters (waarvan 54 wielrenners en 24 schaatsers) worden in de watten gelegd door 121 man personeel (!), 114 zogeheten stafleden en 7 in “de organisatie”. Tot die stafleden behoort onder andere een cameraman, die de beelden van die NOS documentaire die onlangs vrijkwam in feite bij elkaar schoot. Waarvan de NOS dankbaar gebruik maakte. De meningen over die “Code Geel” lopen nogal uiteen. Er zijn er die zich er groen en geel aan ergeren, en er zijn er die het helemaal niet zo zwart inzien. Persoonlijk vond ik het inderdaad een knullige vertoning. Zo’n grote organisatie die zo knullig amateuristisch met de zaken omgaat. Als je het mij vraagt een kind met een waterhoofd. 121 man staf en 78 man op de “werkvloer”.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Celeste…

Dit woord in een zin onlosmakelijk te verenigen met het fietsmerk Bianchi. Je houdt ervan of niet. Maar dat geldt voor zowat alle kleuren. Want daar hebben we het over, een kleur. Een kleur fiets dus. Ik vind het niks. Even terugkijkend op het aantal blogjes waarin ik deze kleur voorheen al eens noemde kom ik op zeven. Niet altijd (lees: bijna nooit) in de lovende zin des woords. Al decennialang worden the-top-of-the-bill Bianchi fietsen in deze kleur uitgevoerd. Het zal ook vroeger wel als een soort marketing-tool zijn gehanteerd. Renners van naam in het verleden zijn er onlosmakelijk mee verbonden geweest. De bekendsten: Fausto Coppi, en toch niet minder bekend en evenwel zo legendarisch Felici Gimondi. En recenter Marco Pantani. Renners met een -vaak dramatisch- verhaal. De bedenker van de kleur is de baas Van Bianchi destijds geweest, Eduardo Bianchi. Er gaan tal van anekdotes rond omtrent die kleur. Mogelijk in het leven geroepen om er sowieso iets legendarisch van te bakken. Ik weiger om toe te geven aan twee klassieke en geromantiseerde versies. In een derde variant kan ik me wel vinden. Al zal daar niemand van wakker liggen. Na de eerste Wereldoorlog 14-18 (klinkt overigens als een klassieke 5-vits vertanding van een freewheel) was er een groot overschot aan militair groene verf. Het verhaal gaat dat ze er wit hebben bij gemieterd om tot deze kleur te komen. Lyrisch zijn ze er nog steeds over, die Italianen. Celeste in het Latijns is “Caelestis”, en betekent “hemels”.

Dit jaar is de zwart-gele grootgruttersbrigade (ik ga geen reclame maken voor een bedrijf waar ik elke week aan de kassa moet afrekenen) verlost van deze kleur fietsen. Het sloeg ook echt als k.. op Dirk. Om in één adem maar en-passant een andere supermarktketen te noemen. Het rare is wel dat Cervélo, de nieuwe fietsenboer van zwart-geel-united nog geen echte crossfiets in de collectie heeft. Zowel Marianne Vos als (de net papa geworden) Wout van Aert zagen blijkbaar niks in het meer dan goede alternatief in de vorm van de wel aanwezige gravelfiets bij Cervélo (een Nederlands/Canadese samenwerking) met de typenaam Aspero van dit merk, waarop Joris Nieuwenhuis bij Sunweb het al twee jaar mee moest doen. De twee zwart-gelen rijden voorlopig met een “tweedehands” fietsje rond vanwege einde contract met Bianchi na afgelopen één januari. Marianne waarschijnlijk op een Liv en Wout op een Bianchi. Wél in de kleurstelling van de wegfiets van Cervélo, een (overwegend) zwart frame en een gele voorvork. Maar of je daar nou vrolijk van wordt….?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kèk ons nauh…

Gisteruh gekrege van de kindere, ènde jahs toelage. Om de wintah doah te koâmen. Un doos met:

  • Bekbedekkâh
  • Bieâh
  • Weihn
  • Notûh van de “Nootzaak van Genieten
  • Stickâhs
  • Wost
  • Kaaht van Sjaak Bral ”Groetûh uit De Haag” met ze klauw d’r agtâr op
  • Kleine “Haagse Kakker” van de bakkerêi Hans en Frans Hessing
  • Zadûldekkie
  • Pen (die schreivûh ken) van TV Wes
  • Cd “Vaarwel” van Sjaak Bral
  • Zâhte koekies (denk ik) ook Hans en Frans Hessing
  • Vuâhwerrek (*******)
Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Vleesch noch visch…

Soms heb je wel eens van die zaken die niet het een en niet het ander zijn. Een (in duur Latijns) Contradictio in terminis. Met elkaar in tegenspraak meer. Ik heb er pas zo eentje gescoord. Een oude Gazelle Tour de France (ik denk uit 1974) met een (minimaal een decennium jonger) Batavus zadel. Er zijn twee opties, óf ik zoek bij het zadel een Batavus fiets, óf ik zoek een zadel van Gazelle. Die laatste optie lijkt eenvoudiger, en van de week zag ik die ook al daadwerkelijk voorbij komen op FaceBook. Makkelijker nog wellicht is de gulden (zwarte) middenweg bewandelen. Een naamloos zadel. Misschien dat voor dat Batavus zadel er nog wel liefhebbers zijn die een wilde niet gezadelde Batavus geparkeerd hebben staan in de schuur. Of nog gekker, een Batavus met een Gazelle zadel hebben staan. Zoiets kan… weet ik nu… 🙂

Een fijne jaarwissel, voor de burgerlijk ongehoorzamen onder ons oppassen met (verboden!!!) vuurwerk…

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Oei, oei…

plaatje geleend van Wikipedia…

Als vervolg op o jee, ojee… van een dag gelee…

Ik kreeg op mijn ongenadige donder van mijn zoon, die natuur- en scheikunde leraar is. Want o jee, o jee, ik schreef CO2 maar die 2 hoort niet omhoog maar naar benee. Inferieur in plaats van superieur zoals ik dan weer op de grafische school heb geleerd. Een hele poos gelee. Maar toen mijn zoon het appte, ging er toch weer een belletje in mijn hoofd (ver weg). We hebben het over CO2 , stikstofdioxide *) (hoop ik dan toch, vooraleer weer gecorrigeerd te worden.). Ook bloggers zijn nooit te oud om te leren. ☹ 🙂

-0-0-0-

*) Nagekomen bericht – oei, oei… (vervolg) – lees in bovenstaand voor stikstofdioxide dus koolstofdioxide. gelukkig leest de leraar mee…

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

o jee, o jee…

Ik pomp met CO2. Nou ja, nog niet echt maar heel binnenkort gaat dat de bedoeling worden, denk ik. Die dingen (CO2 pompjes) had ik al eens vaker zien liggen, zowel bij de échte fietsenwinkels als wel ook bij “speciaalzaken” als d’n Action. Ik ben als ouwe l*l bij voorbaat een beetje bevreesd en alert voor alle nieuwigheid, bijvoorbeeld omdat ik niet weet of zo’n ding kan ontploffen met warm weer. Er staat in de gebruiksaanwijzing dat je ‘m niet langdurig aan het zonlicht moet blootstellen. Met rondjes fietsen is het zo dat je de zon niet altijd mee of tegen hebt. Ontploffen op de fiets als dat ding in een tasje onder mijn zadel zit is niet echt een heel aanlokkelijk idee. Maar ook in de betrekkelijke geborgenheid van een gereedschapsbidon enkele tientallen centimeters verderop naar beneden is maar slechts een fractie veiliger. Andere voordelen zijn wel weer, dat in geval van een lekke band je nieuwe band binnen no-time weer op spanning hebt staan. Zonder dat je jezelf het apelazarus staat te pompen, wat bijna meer inspanningen vergt dan het fietsen an sich. Ik wilde dat toch even proberen en heb er één patroon aan opgeofferd dus. Och, je kan er ook ballonnetjes mee opblazen en (even) raar van gaan praten. Maar dat is wellicht nóg gevaarlijker.

Ik werd over de streep getrokken doordat mij deze noviteit bij toeval geboden werd in de “kofferbak” (c.q. zadeltasje) van een fiets die ik (diep schamend) net voor Kerst voor veel te weinig kocht. Vier patronen, het koppelstuk om de band op te pompen, twee bandafnemers, een uitgebreide minitool én een reserve binnenbandje waarvan het prijsje van € 4,95 nog op het doosje prijkte. Ik was al uit de onkosten door deze vondst alleen al, kan ik je verzekeren. Ik schaam me vooralsnog nog steeds diep.

Voordeel is dus het snelle oppompen, zeker met kâuwe klâuwe, al is die kans bij mij erg klein. Bij dergelijke weersomstandigheden mag mijn fiets niet eens buitenkomen. Met het oog op de op de loer liggende verkoudheden. In elk geval neemt het ding onderweg nóg minder ruimte in dan een toch ook al (mini)pompje.

Ja… het is niet goed voor het milieu. Kweetut. Daar waar lucht (alhoewel soms verontreinigd) ruimschoots gratis aanwezig is. Vandaar de beschamende titel, eerlijkheidshalve. Maar zeg nou zelluf, hoe vaak rijdt je nou lek? Ik kan het me niet herinneren. Nog een klein nadeeltje, CO2 is dunner dan lucht en je band is dus eerder leeg, lijkt poreuzer. Op mijn fiets waar ik sinds kort dure (groene Michelin) latex binnenbandjes op heb liggen ga ik ‘m maar niet gebruiken. Latex is nog poreuzer dan de reguliere zwarte butyl (zeg rubber) bandjes.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Einde seizoen…

Regeren is vooruit zien (hoor je dat, Mark Rutte…). Tijd voor menigeen (de serieuzeren onder ons) om zich al te oriënteren welke nieuwe fiets voor volgend seizoen aan te schaffen. Ook komen er nu met regelmaat advertenties (en zelfs veilingen – Jumbo) voorbij van door profteams gebruikte (of soms ongebruikte) fietsen voorbij. Voor sommigen kennelijk altijd verleidelijk en heroïsch (!?) om zo’n ex-proffiets te berijden/bezitten. Of althans het naamstickertje op die fiets.

Maar, vergeet niet dat …

  • profs nogal eens vallen;
  • die spieren van profs zijn flink uit de k(l)uiten gewassen, en derhalve krijgen die fietsen ongenadig op hun fl…. donder door het jaar heen;
  • en worden daarbij en daarmee allerminst zachtzinnig behandeld;
  • Als gezegd is het vaak meer dat naamstickertje, wat die fiets (misschien) zo heroïsch maakt;
  • ze (die wedstrijdfietsen) van het reizen net zoveel of meer lijden als van het “echte” gebruiken. De (wedstrijd)fietsen van de teams staan doorgaans opgeslagen in de diverse Service Course Stores. Thuis trainen de renners vaak op een exemplaar met bijvoorbeeld draadbandjes zodat ze de sores (als die er al zou zijn) niet hebben;
  • ze ook vaak (en langdurig) in slecht weer worden bereden;
  • een prof lang niet altijd (er zijn uitzonderingen) een “gevoel” heeft bij zijn “gereedschap”. En er dus ook niet altijd “als een goed huisvader” mee om gaat;
  • ze doorgaans meer en anders worden gebruikt dan door een doorsnee liefhebber. Na zo’n druk jaar zijn ze vaak op;
  • Ronduit afgeschreven zeg maar;
  • ook de (amper daadwerkelijk gebruikte) reservefietsen worden niet ontzien. In/uit de vrachtwagen, op/af van het rek van de ploegleiderswagen, in/uit het vliegtuig waar bagagemedewerkers ermee omgaan alsof het onverwoestbare Samsonite vakantiekoffers zijn.
  • Dagenlang -overdag- op het dak geparkeerd staan van een ploegleiderswagen is voor een fiets ook niet altijd een pretje. Als voorbeeldje, de lagerschalen van het balhoofdstel krijgen nogal ongenadig op hun donder met al dat gedokker op ’s Heren wegen. Takken, scherpe bochten, overhangende rotsen…. zo’n reservefiets komt het allemaal tegen;
  • Zelf houdt je -hoop ik- er met je eigen dure fiets (of het meervoud ervan) op het autodak toch een aangepaste rijstijl op na. Ploegleiders doen dat pertinent niet, die hebben slechts één doel, die kopgroep en/of dat peloton volgen. Welke doorgaans op de fiets makkelijker door de bocht gaan dan die ploegleiderswagen. Met alle gevolgen.

In de hoop u ontmoedigd te hebben om zo’n ouwe meuk team-fiets te kopen, veel succes met de aanschaf van een (andere, wel nieuwe) fiets… 😊

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Taksplaatje…

In Nederland hebben wij fietsenbelasting gekend. Twee periodes zelfs. Eerst van 1896 tot en met 1919 en even later van 1924 tot en met 1941. Kon je het niet betalen dan kreeg je als “arremoe-lijer” er eentje met een gat erin gestanst. Nu zou zoiets niet meer kunnen, discriminatie. In Belg hebben ze het langer uitgehouden, zo’n “oormerk voor de fiets”. Precies zoals bij de aanvang van het taksplaatje konden de provincies daar (zij immers stelden de belasting in) het niet eens worden over het weer afschaffen ervan. Het was namelijk altijd wel weer wat. Het leverde  de provincies 100 Belgische Frankskes op voor een gewone fiets. Het equivalent van nu € 2,50. Hoop gedoe dus; administratie, jaarlijks productie van nieuwe plaatjes in een nieuwe kleur en vorm, afgifte et cetera. Ze zijn er gedurende de geschiedenis in diverse vormen geweest: rechthoek, ruit, schijf, ster, ovaal, driehoek, vijfhoek en zelfs een enkele keer in een omgekeerde letter “T”. En misschien vergeet ik zelfs nog wel een wiskundig figuur.

Afschaffen was dus een verdeeldheid, het Franstalige Luik -in hevige financiële nood- was pertinent tegen. Oost-Vlaanderen gaf dan maar de aanzet voor afschaffing door aan het plaatje van 1982 de tekst toe te voegen: geldig tot 1985. Het zou zo zijn (volgens internet dan) dat Vlaanderen, Antwerpen en Limburg de taksplaat in 1985 vaarwel zeiden. Nochtans is deze hier afgebeeld van 1988. Moet gezegd: de bromfietsplaat werd wel pas in 1988 vaarwel gezegd. Brabant -inclusief het tweetalige Brussel/Bruxelles-, de Waalse provincies Henegouwen, Namen en Luxemburg gaven er de brui aan in 1986. Luik hield het hardnekkig het langste vol tot 1991. Hoeveel soorten er exact zijn geweest -om verzamelaars te ontmoedigen- is moeilijk te stellen, als gevolg van door alle jaren heen verdeeld provinciaal beleid waarbij ook nog de Belgische koloniën. De wijzigingen in kleur en vormen waren om te voorkomen dat de Belgen ermee zouden frauderen door het overspuiten ervan in de nieuwe geldende kleur. Om zo de gendarme op een vals spoor te zetten.

Conform de officiële instructie moest het plaatje links onder de moer van het voorwiel bevestigd worden. Het gat is dan ook altijd standaard 5/16” geweest als bij een reguliere vooras. Steeds meer Belgische framebouwers maakten na verloop van tijd aan de voorvork een aangesoldeerd nokje (unne brassee) waaraan je met een M6 boutje het plaatje kon monteren. Veel wielrenners monteerden het plaatje overigens onder de bevestiging van het linker remblokje van de voorrem. Aan de as kwam het anders in conflict met de uitvalnaaf. Doch wel aan de linkerzijde, alweer om het de passerende gendarme niet al te moeilijk te maken bij schuchtere pogingen tot controle onderweg zijnde.

Ik ben erg blij met het bijgaand afgebeelde plaatje. Beschikbaar gesteld door een van mijn  retro-fietsen-kameraden, te weten Tom van Mierlo. Het was al een lang en heimelijk verlangen, waarvoor ik echter achteloos te weinig moeite heb gedaan om het ook daadwerkelijk te kunnen bemachtigen. Nu kwam het dus -in een terloopse discussie- door en via Tom op mijn pad. Waarvoor dank is overgebracht. Om dit gegeven luister bij te zetten, dit verhaal dus.

Disclaimer: de fiets op de foto heeft niet geleden toen ik het “oormerk” aanbracht. 😊

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen