Over 22 jaar…

Nee, ik weet het. Het nagenoeg gelijknamige Nederlandstalige liedje luidt “Over 25 jaar, zal ik jou nog steeds beminnen… ”. Nee, over 22 jaar ben ik (als het meezit) 84 jaar oud. 22 jaar geleden (juni 1996) bouwde ik in de schuur de konijnenflat die later weer dienst ging doen als cavia-onderkomen toen ik de Nederlandse Hangoor Dwergjes vanuit de schuur naar buiten in de tuin liet verhuizen. Veel beter voor de pelsjes, die toch al k*t zijn in dit ras. Die cavia’s zijn best rap na de NHD’s hier in huis gekomen, omdat de kinderen bij de regelmatige bezoeken aan shows die (ook) wel leuk vonden. En wij -ouders- waren (/ zijn, hoop ik) niet de moeilijkste.Zonder een zwartgallig beeld te willen schetsen aangaande het verscheiden van de NHD’s alhier, besloot ik om me op de jeugdliefde van mijn kinderen te storten, zijnde de normaalhaar goud-agouti’s. De KLN Standaard respecterend. Alhoewel het mode is om daar een loopje mee te nemen, in alle geledingen van de kleindierensport. Enfin, die kinderen liepen als jeugdlid altijd wel tegen de goede connecties aan die jeugdleden wel wat gunden, daar waar ik voor veul geld ergens op mijn knieën moest om wat fatsoenlijks aan te schaffen. Vanwege mijn brede interesse in onze kleindierensport begon ik die kastanjebruine dieren wel steeds leuker te vinden en te waarderen.

Ze zijn altijd wel gebleven na de hangoortjes. Zeker ook omdat ik over de streep werd geholpen toen ik voor mijn verjaardag in 2014 van mijn zoon een heel leuk zeugje kreeg, van goede komaf. Ik heb haar nog, al gaat het mooie er wel van af nu. Afgelopen jaar gaf ze me nochtans wel nog fraaie jongen. Het hok van 1996 begon nu zo langzamerhand wel te slijten, en ik was al een poos op zoek hoe ik dat nieuwe invulling zou kunnen geven. Desalniettemin is dit hok letterlijk als laatste overeind gebleven nadat veel hokken buiten in weer en wind óf de geest er aan gaven, óf weggingen vanwege inkrimping óf vanwege stoppen met de diergroep konijnen. Van alles heb ik als vervanging voor het 22-jarige jubilerend hok de revue laten passeren, en stiekem keek ik ook wel eens bij collega-fokkers hoe zij dat deden. Zoals het houden in plastic bakken van de Blokker, maar een nadeel is dat de ammoniakgeuren daarbij op de bodem blijven zweven, wat zeker niet bevorderlijk is voor de gezondheid van de diertjes. Een uitstapje naar IKEA gaf me ook weer inspiratie. En een poos terug kwam ik wat leuks tegen via marktplaats.nl dit keer geen tweedehands maar nieuw via een postorderbedrijf. Ik dub dan altijd even, terwijl mijn echtgenote dan besluitvaardiger is dan uw blogger. Toch maar gedaan, en afgelopen week heb ik het bouwpakket samen met mijn zoon (en cavialiefhebber pur-sang) in elkaar gezet. En dat valt niet tegen, alhoewel. Hoewel er altijd wel wensen over blijven. Zelf bouwen is in dat laatste geval dan de overblijvende optie. Maar vergis je niet. Mijn wijlen-schoonvader zei in onvervalst Haags altijd “Hâut is gâut”. En daar had hij tot op de dag van vandaag gelijk in. Voor de prijs wat ik nu gekocht heb kan ik het materiaal en solide constructie vast niet kopen.

Ik ben er blij mee, maar of ik er nog eens 22 jaar mee zou kunnen doen? Ik ken ze wel, die oudere sportfokkers. Het sterft (ongelukkige woordkeuze wellicht) van die ouwe grijsbollen in die sport van ons. En onze kleindochters zijn in 2040 respectievelijk 23 en 29 jaar. Te oud voor jeugdlid, en misschien bestaat de liefhebberij dan niet meer in de hoedanigheid zoals ze nu zich openbaart. Ik hoop het wel, maar heb er een hard hoofd in. Zoals het nu zich ontwikkelt met jaarlijks 5% minder leden.

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De trein en de A2…

Het is geen keuze. Voor de verandering voor wat betreft de trein nu eens niet over de NS. Alhoewel de treintjes waar ik nu op doel ook vaak niet op tijd rijden. Ik heb sowieso natuurlijk al een uitgesproken mening over alles wat wielrennen aangaat. En dus ook zeker over het (twijfelachtige) nut van die sprinttreintjes. Want daar hebben we het deze keer over. Het ontstaan ervan alleen al geeft aan dat het nooit echt de wielergeschiedenisboeken als wetenschap heeft gehaald. De een geeft de eer (als je daar dus al van kunt spreken) aan ploegleider Davide Boifava van het sprintkanon van weleer, Guido Bontempi, en de Inoxpran ploeg. Een ander schrijft het toe aan bon vivant Mooie Mario Cippolini. Weer een ander zegt Petacchi. Hij heeft immers wel eens met de gedachte gespeeld om met ploeggenoten Velo, Ongarato en Sacchi eens op de Olympische Spelen deel te nemen op de ploegenachtervolging. Die qua tijdspanne en inspanne wel overeenkomen met een hedendaagse sprint op de weg. Tenminste, zo wil men ons doen geloven. Kijk… het fenomeen “sprint aantrekken” is al zo oud als de weg naar (de Ronde van) Kralingen zelve. Rik van Looy bediende zich al heel vaak van hand en spandiensten van anderen om gelanceerd te worden op de laatste honderd meters. Genaaid werd hij daarbij ook wel, vraag het hem, maar niet Benoni Beheyt. Maar tegenwoordig als gezegd, beginnen we al zowat 10 kilometer voor de meet al nerveus te worden. Met vaak valpartijen als gevolg. Ze doen het zelf hè, die coureurs. Totaal zinloze inspanningen vaak, naar mijn idee en mening. De echte pure sprinters hebben dat niet eens nodig.

Kijk naar het huidige Sunweb-Giant wat in zijn ontstaansvorm als 1T4i destijds werd opgericht door Iwan Spekenbrink. Zijn vazal (nu overloper naar Lotto-Jumbo) Merijn Zeeman was en is helemaal lyrisch van die treintjes. Op Duitse grundliche wijze (nu nog heeft het team een Duitse licentie) heeft men destijds het sprintreintje op de rails gezet. Met het gevolg dat tegenwoordig iedere al dan niet zichzelf respecterende wielerploeg dat zo nodig moet testen in windtunnels en erger. Tot en met de volgorde waarin men in die laatste paar kilometer wil rijden. Voorbijgaand aan de vorm van de dag, blessures etc. Dat andere ploegen bovendien ook die wetenschap hebben “gestudeerd” en dat ook weer door anderen hun “karretje in de poep wordt gereden”, daar gaat men simpelweg aan voorbij.

Ik heb de laatste dagen nog eens naar al die sprints in de Tour gekeken. En natuurlijk is het zo dat de snelheid hoog moet blijven in die laatste kilometers zodat er niet nog een leukerd kan ontsnappen die al die sprinters uit zou kunnen lachen. Overigens hoe verklaar je dan dat van de week die Waalse Belg Philippe Gilbert uit zijn eigen Quickstep treintje ontsnapt. Op TV wordt dat door “analisten” weerlegd dat het is om Dylan Groenewegen angst aan te jagen. Een Amsterdammer angst aanjagen… 🙂 En -ook- dat Timo Roosen bij het hele peloton vertwijfeld navraagt of iemand zijn sprinter Groenewegen ook toevallig ergens heeft gezien. Ik denk dat het nut van die sprinttreintjes in het kader van het spannende jongensboek schromelijke wordt overdreven. Nee, die échte pure sprintkanonnen als Sagan, Greipel, Cavendish, Démare, Gaviria, Degenkolb, Kittel, Kristoff, Bouhanni (ik had hem liever niet genoemd) en natuurlijk tegenwoordig ons eigen wondertje Groenewegen hebben dat niet nodig. Er zijn er maar een paar die er écht bovenuit blijven springen, waarbij de pure snelheid van “onzeDylan bovenaan staat. Klasse als je het mij vraagt. En dat is echt objectief (bedoeld) want een echte fan ben ik niet eens van hem. Maar wel dik respect en ontzag voor hem. Je moet zelf eens een échte sprint hebben gereden om te ervaren hoe je jezelf opblaast tijdens die inspanning. Ter illustratie de illustratie waar ik dit illustreer. Dikke dijen, door Groenewegen in de winter opgedaan in de sportschool door met die beentjes gewichten omhoog te duwen. Overigens, beentjes, heb je die van Dylan gezien? Zijn broeken maken ze op maat heb ik me laten vertellen! En met die dijen worden ook sprintsessies uitgevoerd op viaducten zoals ons nationale sprintkanon uit Abcoude langs de A2 pleegt te doen. Hij schijnt er zelfs nerveus voor te zijn als ze op het trainingsprogramma van Zeeman staan. Ik heb in een wielerblad de foto’s gezien dat hij na zo’n sprint gewoon staat te kotsen. Ik benijd hem niks.

Dus sprinttreintjes… ik geloof er niet in. Nooit gedaan ook, eigenlijk. Wel in eigenzinnige (stuk-voor-stuk) einzelgangers van spurters. Altijd al zo geweest. 😉

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Op zijn Belgisch of Duits…

Recent zijn in België bij hobbykwekers (bij ons -NL- noemen we dat -fokkers) uitbraken van NCD geconstateerd. En 2 keer bij commerciële bedrijven aldaar. We hebben het over de pseudo vogelpest ofwel New Castle Dissease. Niet dus de reguliere vogelgriep, die ons al de nodige zorgen baarde. Vreemd genoeg moeten wij in ons land wel sinds jaar en dag van onze landelijke KLN verplicht enten voor (of liever: tegen) NCD. Om zelfs überhaupt aan tentoonstellingen mee te mogen doen. Een kopie van het door de dierenarts verstrekte formulier aangaande de NCD enting dient altijd meegezonden te worden met uw inzending hoenders en/of hoenderachtigen op een show. De ziekte is uiterst besmettelijk onder de dieren. Niet overdraagbaar naar mensen overigens, maar toch. In België geldt dat niet. Een beetje nonchalant en gemakzuchtig is daar bepaald dat het pas verplicht is gesteld bij meer dan honderd stuks pluimvee op een locatie. Het is dus makkelijk overdraagbaar door onderling direct contact tussen de dieren of met besmet materiaal. Maar het virus kan zich ook door de lucht verplaatsen. Blijkbaar leren ze daar niet van vogelgriep en dergelijke zaken.

Kijk, dáár zou de EE (Entente Européenne) als Europees overkoepelend kleindierenorgaan zich eens over moeten uitspreken. In plaats van dat gezever over (bijvoorbeeld) gewichten van konijnenrassen. Waarbij namelijk aan het land van oorsprong van bepaalde rassen rücksichtslos wordt voorbij gegaan. U leest inderdaad Duitse woorden in dit blogje. Helaas zijn ze daar nogal chauvinistisch, dominant én -helaas- bepalend. Jammer genoeg laten wij (onze bond én speciaalclubs voorop) onze oren maar hangen naar die Duitsers, die denken het maar voor het zeggen te hebben in de mondiale kleindierwereld. Louter en alleen gebaseerd op een getalsmatig overwicht. En wij in ons land, als liefhebberij in zijn geheel hebben te weinig ruggengraat tonen om daar tegenin te gaan. Dat hebben we al gezien bij de Hangoordwergen en onlangs ook weer bij de Kleurdwergen.

Schade, zonde. 😦

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Christian Chavanel…

De vleesgeworden Tourhistoricus reed eergisteren lang zat op kop, om op mijn gemak de innovativiteit an de laatste tijd eens goed te aanschouwen. En als we dan toch over geschiedenis hebben. Net als Joop Zoetemelk zit hij al zowat een jaar aan dagen op de fiets in de diverse Rondes van Frankrijk. Hij is aan zijn 18e bezig. Terug naar de innovatie.

Vroeger: … toen het kleinste kransje op je maximaal 5-voudige pignon 14 tandjes telde en een derailleurwieltje er altijd 10 van had.

 

 

 

 

geleend van internet…

Nu: … tegenwoordig het kleinste kransje van je minimaal 11-voudige cassette idem net zoveel tandjes telt, dus 11. Maar nu tellen de derailleurwieltjes plots weer 17 tanden, zag ik. ???!!!

De omgekeerde (wieler)wereld. Het zal beslist aan mij liggen, dat ik ontwikkelingen in de weg sta, hoor. Maar het echte voordeel zie ik er nog niet zo van. Minder wrijving? Enne… het gewicht van die dingen dan? Afgezien nog van de extra kettingschakels die nodig zijn.

Fijne Tour verder…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Van A naar B…

       Het is al weer ruim een maand, en er is heel wat gebeurd. Maar ik wil even melden dat onze oudste kleindochter Liz haar zwemdiploma A heeft gehaald. Supertof natuurlijk. In het verre Rijen. Heel trots, zeker omdat ze in den beginne niet zo stond te popelen om naar het zwembad te gaan. Wat dat betreft valt deze keer de appel wél ver van de boom.

omwille van privacy-regels werd afgekondigd dat alleen “eigen volk” op de foto mocht…. 😉

Haar moeder is behalve juf ook wel zwemjuf geweest. En moi -opa- is zelfs gediplomeerd KNZB zwemleider-A. Niet meer praktiserend, maar toch. Ik vond/vind het belangrijk dat zwemmen als leuk wordt ervaren door kinderen. Maar helaas komt het nog wel eens voor dat het als wat minder plezant overkomt. Ik deed dan mijn best om dat tij te keren. En dat is met onze kleindochter uiteindelijk ook wel gebeurd. Gelukkig maar. Ze gaat nu zelfs voor B. Absoluut noodzakelijk om op zeemeerminzwemmen (ik heb het me uit laten leggen) te gaan. Want dat is het ultieme zwemdoel. Alhoewel ik me niet kan voorstellen dat De Kleine Zeemeermin uit de gelijknamige Walt Disney film van 1989 er examen voor moest doen. Enfin, het zwemmen met zo’n monovin gaat knoerthard, heb ik me (alweer) laten vertellen. Tja, dat zat nog niet in het “pakket” toen opa nog actief was in het zwembad.

        Beetje lange aanloop wel dit verhaal. Een bruggetje naar het fietsen. Vroeger bestond het hardnekkige fabeltje dat wielrennen en zwemmen helemaal niet samen kon gaan. Zwemmen was voor wielrenners not-done. Waarom? Of liever waarom niet? Hoewel dat nog in de tijd was dat je dergelijke moeilijke vragen vaak genoeg amper stelde, werd er vaak genoeg gezegd dat het twee tegenstrijdige spierbewegingen zouden zijn. We hebben het over de tijd dat de triatlon nog moest worden “uitgevonden”. De laatste winnaar van de Ronde van Zwitserland Richie Porte was voor hij profrenner werd, wedstrijdzwemmer én triatleet. Samen met zwemlegende Mark Foster -die zoveel medailles in zijn loopbaan won, dat ie er zwemmend mee zou verzuipen als hij ze droeg- en zwembroekenboer Speedo -dus niet die van de rondvaartboten in Rotjeknor- maakten trainingsschema’s voor wielrenners die zwemmen wel leuk vonden.

         Terug naar onze Liz en die bewonderenswaardige 2e juni jongstleden. Natuurlijk konden wij met een heel legertje opa’s en oma’s niet achterblijven om haar verrichtingen in het zwembad te zien. Cadeaus natuurlijk niet vergeten. Ik was blij verrast, en complimenten aan de zwemjuffen en –meesters die ermee bezig zijn geweest. Want natuurlijk kijk ik met een net iets ander oog dan de overige opa’s en oma’s. Het leren zwemmen is behalve leuker wel ook wat commerciëler aangepakt. Ik weet nog dat we in mijn zwemmeestertijd ook wel eens brainstormsessies hadden om een en ander op te leuken en vooral aantrekkelijk te maken. Want kijk maar eens in TV commercials maar ook in de gedrukte media. Zwemmen wordt vaak geassocieerd met plezier. Je ziet nooit een chagrijn in die wervende activiteiten.

       Beetje lang aanloop weer wel, naar de afloop van dit verhaal. In de avond gingen we zoals gebruikelijk met de trein weer terug. Zoals wel vaker (ze doen het om ons te pesten) had de NS de hele dienstregeling weer omgegooid om het reizen per trein deze dag voor ons minder leuk te maken. Lijkt niet op zwemmen dus. Onze dochter haalde ons al op in Dordrecht en bracht ons daar ook weer weg. Als volleerde reizigers gewapend met OV-kaarten spoeden wij ons tweetjes vrolijk bliepend langs de poortjes. Die ochtend had ik saldo’s gecheckt, en dat van mijn ega was nog hoger dan het mijne. En per saldo –what’s in a name– hoog zat, geen vuiltje aan de lucht. Dachten wij. Totdat wij doorgewinterde en wispelturige reizigers in Rotterdam bedachten, dat vanwege de giga drukte op het station vanwege die beroerde dienstregelingswijziging, dat we met de metro en aansluitend RandstadRail (tram) verder zouden reizen. Die laatste twee sluiten namelijk hier in de regio vlekkeloos op elkaar aan. En ook onze vaste keuze als we naar onze zoon en schoondochter in Rotterdam reizen. Ja, ik zei het al, wij zijn echt ervaringsdeskundigen. Geworden… Ook al is dat min of meer door de omstandigheden zo tot stand gekomen. Enfin… met een vermeend hoger saldo stond echter mijn vrouw aan de ene (foute) kant van de poortjes en ik aan de andere (goede) kant. Zij had onvoldoende saldo, liet dat poortje weten. Achteraf -bij navraag aan de infobalie- bleek dat we naast elkaar inbliepend in Dordt, ik onbewust het (goede) NS poortje had gekozen en zij onfortuinlijk genoeg het (foute) Arriva poortje. Met het gevolg dat het volle bedrag van 20 euro was afgeschreven voor de NS en ook nog eens 10 euro voor Arriva. Met de NS had ik dat de volgende dag telefonisch zo geregeld. Alhoewel… dan duurt het altijd nog even voor je daadwerkelijk ook je geld weer op je rekening hebt gezien. Bij Arriva had het iets meer voeten in aarde om teruggave op de rails te krijgen. Wel eens geprobeerd te bellen naar instanties? Ze hebben dat liever niet. Eerst maar even het internet op is hun visie. Maar op een website is het ook niet altijd eenvoudig zoiets eenvoudigs als een telefoonnummer te vinden. Een contactformulier, mailtje of bezoekje aan de FAQ hebben ze liever. Terwijl ik liever een écht mens aan de lijn heb. Maar toeval of niet hoor ik dan doorgaans eerst, als ik bel: “Al onze medewerkers zijn in gesprek.”. Maar het is allemaal uiteindelijk toch voor elkaar gekomen.

Van A naar B(eter)…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het is maar hoe je het bekijkt…

De nieuwe voorzitter van KLN (hij is onlangs -deze maand- benoemd door de ALV) neemt meteen actie. Hij gaat met de overheid nog maar eens rond de tafel om versoepeling voor elkaar te boksen om de kleindierenshows blijkbaar van de ondergang te behoeden. Want de vogelgriep heeft dat klaarblijkelijk op het geweten. Even gemakshalve ontkennend dat de neergaande spiraal in onze liefhebberij al van langer her is dan de opkomst van de vogelgriep. In een voetnoot in het aangehaalde krantenartikel geeft een woordvoerster van het ministerie al aan dat het niet eenvoudig zal worden. De besmettingen vinden nu eenmaal gedurende de vogeltrek van het najaar plaats. Onze tijd van de tentoonstellingen in onze conservatief ingerichte plannen door de geschiedenis heen. En ook al wordt er door de nieuwe voorzitter (gwheel terzijde: ik las dat hij (Jan Dirk Bijkamp, ook nog ex-olympiër is geweest, 1992 – kano) quasi nonchalant geopperd heeft dat er nu in Groningen geen show gehouden mag worden als er in Zeeland een geval van vogelgriep wordt geconstateerd. De voorzitter gaat er blijkbaar verontwaardigd aan voorbij dat vogels rap kunnen vliegen en dat zo’n besmetting in no-time van Zeeland naar Groningen kan verhuizen. Dat hebben praktijkgevallen de laatste jaren toch inmiddels al wel duidelijk gemaakt. Misschien ware het beter als KLN eens wat meer inspanningen deed in de richting van het herinrichten van ons showgebeuren. Door bijvoorbeeld vroeger in het jaar te gaan showen. Als je jongdierendagen kunt houden in augustus of september, kun je in die tijd ook écht (mogelijk zelfs indien gewenst meerdaags) showen.

Jorn Westerlaken op de JDD van 2014

Dan maar niet meer in de winter. Is mijn simpele conclusie. Bovendien zie ik alleen maar voordelen, geen gezeur met slechte winterse weersomstandigheden. Maar nee, ook deze voorzitter vervalt nu al in traditioneel vastgeroest conservatisme die onze sport al zoveel jaren teistert. Zo was het en zo moet het blijven. Maar zo werkt dat niet. Probeer eens innoverend te denken en handelen. Anticiperen op het fenomeen vogelgriep is onder andere van zeer groot belang. Ook jammer vind ik dat hij nogal voor eigen parochie preekt. Ik lees in het door de bond op haar website genoemd krantenartikel bijna alleen maar over vogels, maar onze liefhebberij behelst meer dan dat alleen. En even zo vrolijk zijn bijvoorbeeld konijnenfokkers, duivenliefhebbers en aanverwant gedupeerd. Voor een bond die middels haar prestigieus gestarte rapport KLN op weg naar 2019 een vrij bekrompen benaderingswijze. Jammer…

Een ander nieuwtje haalt wel Facebook, maar niet de site van KLN. De Bondsshow voor sierduiven (NBS) gaat (weer) naar Boskoop komend seizoen. En dat van de cavia’s ook. De konijnenfokkers gaan hun kampioenen zien op de Noordshow. Of dit de oplossing is, decentraliseren, daar waar de belangstelling al afneemt, is echt de vraag. Jammer…

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Schijfrem (2)…

De kogel is door de kerk. Maar dat schreef ik 15 november 2015 dus ook al. Na vele jaren onderzoek en vermeende oorzaken van ongelukken en vooroordelen mag je dus per 1 juli aanstaande met een racefiets (en ook BMX-fiets) uitgerust met schijfremmen deelnemen aan wedstrijden. Op de mountainbike was het al gemeengoed én geoorloofd. En op de weg was het tot voor kort alleen slecht voorbehouden aan UCI teams. Die dat eigenlijk ook nog maar mondjesmaat -doch stilaan wel in gestaag toenemende mate- toepasten. Eerder argumenten van de bonden/organisaties waren dat er ongelijkheid werd gecreëerd. Dus verschil in remkracht tussen de reguliere velgremmen enerzijds en de krachtiger remmende schijfremmen anderzijds in een en dezelfde wedstrijd. Blijkbaar zijn de ervaringen in het (met name) profpeloton van dermate geruststellende aard geweest dat de UCI het toch aandurft. Onze landelijke bond, de KNWU, volgt logischerwijs de regelgeving van de UCI. Ze houdt echter een (vreemde) slag om de arm door te melden liever te wachten op de officiële richtlijn van de UCI. Maar tegelijkertijd wordt een  persbericht van de internationale wielerbond meteen in de aanhef al meegegeven, waarin melding wordt gemaakt van dit feit. Ach, je kunt de ontwikkelingen niet eeuwig proberen tegen te houden. Op mijn mountainbike heb ik die (betrekkelijke) noviteit zelf inmiddels al wel ruim een jaar. Ik moet heel eerlijk zeggen, dat ik eigenlijk niet echt noemenswaardige verschillen in remvermogen detecteer. Ik heb ook wel fietsen met velgremmen gehad die ook als een blok stilstaan als je de grepen lichtjes beroerd. Ook hier zullen wel kwalitatieve verschillen van toepassing zijn, en we mogen ze niet allemaal over dezelfde kam scheren.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen