Plakmerk…

Heel vaak gebezigde term bij nabootsing van dure horlogemerken. Maar we kennen het bij allerlei wat duurdere apparaten en goederen. Bekend zijn ook de namaak Nikes, Puma’s etc. etc. Ook in de stalen racefietshandel was er een tendens. Ouwe tot op de draad versleten frames worden kaal gemaakt en opnieuw gespoten. Dat laatste vaak niet eens zo fraai. Zelfs zo dat de typering “gespoten met de handveger” er voor van toepassing was. Om het dan nog wat te laten lijken was er voor deze after-sales-market (wat eigenlijk al een té deftige definiëring is) beplakt met stickers waardoor zo’n fiets weer nieuw lijkt. Er was vroeger nog niet zo’n levendige handel in de originele (of daarvan niet te onderscheiden -dure-) decals om een Gios, Gazelle of Colnago in ere te herstellen, als tegenwoordig

Met gevolg dat tegenwoordig op marktplaats en consorten “originele” doch nietszeggende Record, Sprinter, Victory, Campione of iets dergelijks worden aangeboden als zijnde dure merken racefietsen. Zij die zich hebben ingelezen weten beter. Vaak weten de adverteerders echter niet beter. Hoedt u voor namaak…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Vergane glorie…

Velgremmen. Kennen jullie dat nog? Dat is een vraag die over een poosje -zeg maar binnenkort- kan worden gesteld. Niet lang nog en ze zijn verdwenen. In het profpeloton rijdt een enkeling (o.a. Ineos – Grenadier) nog met die dingen die je ook in begin 1900 al zag. Een fiets lijkt dan al heel wat ontwikkelingen te hebben meegemaakt, maar toch zijn het mondjesmaat altijd maar details geweest. In essentie is de racefiets als je ‘m tussen je oogharen bekijkt nauwelijks veranderd in de loop der tijden. De UCI houdt dat ook wel een beetje tegen. Maar ja… ze remden de schijfremmen in den beginne ook af. Maar moesten toch overstag gaan. Maar niemand minder dan Chris Froome, die nu bij Israel Start-Up Nation rijdt met schijven, is er nog steeds niet mee vertrouwd. Hij vindt het (nog) niks. Te lang bij Sky en opvolgers rondgereden waarschijnlijk met/zonder schijven. Overigens, zelf gedijt hij ook nog niet geweldig.

Derailleurkabels. Kennen jullie dat dan nog? Die stalen kabeltjes die vanaf de onderbuis (en later vanaf de rem-/schakelgrepen) de derailleurs aanstuurden. Later werd het een elektrisch draadje. En nu (SRAM) is het er ook al met afstandsbediening, Alhoewel ook hier in het begin nog gevestigde renners waren die er niet aan wilden, aan dat elektronisch schakelen. Contador wilde lang nog de teugels zelf in de hand houden met stalen kabeltjes.

Je kunt dergelijke ontwikkelingen dan wel willen tegenhouden, maar het is een oorlog die je niet gaat winnen. Kun je er echt niet mee dealen, dan moet je net als ik (en menig ander) toch letterlijk een stapje terugdoen op de geschiedenisladder van de wielrennerij. Wat we nu retro noemen, of klassiek. Niks mis mee, allesbehalve. Maar tegelijkertijd probeer ik me niet af te sluiten voor nieuwerwetsigheden en sta bijvoorbeeld elke keer weer met bewondering en verbazing  naar de e-bike van mijn zoon te kijken, waar hij dagelijks zo’n 25 kilometer heen naar zijn werk fietst en in de avond ook weer naar huis. Gezond bezig, maar wel met ondersteuning. Het is niet zo dat je kunt achterover leunen. Maar wel alle innovatie aan boord.

Al die ontwikkeling die de wielrennerij heeft gebracht, worden ook (of juist) in zulke fietsen toegepast. Zodat we er allemaal profijt van hebben. Ik knijp nog graag in de sponsige velgremmetjes van mijn klassieke racefietsen, maar evenzo vrolijk voel ik het gemak en het betere remmen van de schijfremmen op mijn mountainbike. Om het proces geleidelijk te laten verlopen zijn ze nog wel met een kabeltje uitgevoerd en niet hydraulisch. Ook ik heb mijn grenzen ja… 🙂

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

NAW…

NAW…

Naam, Adres, Woonplaats. In aanvulling op een eerder blogje onlangs met de titel: “We leren nog elke dag bij…” Bij nadere bestudering van de daar vermeldde Raleigh Nova stond er een postcode in de fiets gegraveerd. Waarschijnlijk bij een anti-diefstal actie van de plaatselijke politie in de gemeente …. Veghel! Da’s mijn geboortedorp. En naar bleek zat er op de fiets ook een stickertje op het achterspatbord van een Veghelse fietsenzaak. Kuyper Fietsen, in de Hoogstraat 6. Dat is op 500 meter waar ik als klein manneke tot 1960  heb gewoond. De zaak bestaat nog, zo (b)lijkt het op Google Maps. Sterker nog het bestaat al 3 generaties, 90 jaar.

Kuijpers -maar dan dus met een s achteraan- is ook de achternaam van zowel mijn opa als oma van moeders kant. Zij heetten samen Kuijpers-Kuijpers. Toch apart. Nóg een reden uit nostalgische overweging om deze fiets tot mijn dagelijkse fiets te laten promoveren.

Gistermiddag dus de ultieme testrit. Na nog wat kleine aanpassingen -meer verfijningen- is zijn promotie een feit. Zodra zijn voorganger de deur uit is, verhuist deze naar de schuur als “boodschappenfiets”.

Een Veghels Kuuske.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

elke dag nog…

… leer ik nog bij. Ook op mijn vijfenzestigste. Poosje terug kocht ik van iemand hier vlakbij in Waalwijk voor écht heel weinig een sportfietsje. Ik had er -afgaande op de foto’s in de advertentie- wat onderdeeltjes van nodig en de restanten komen vast ook weer een keer te pas. De fiets moest dus als donorfiets gaan optreden. Ik begreep van de verkoper dat de fiets anders voor oud ijzer weg zou gaan. Ik dacht dat ik een vreemde hobby had, door oude fietsen juist te doen herleven. Maar hij laat fietsen niet aan een tweede leven toe komen, en devalueert ze bij voorbaat tot oud ijzer. Ieder zijn ding. Bovendien, ook ik houd ook wel eens wat over. En dat meldde ik hem. Tweeëneenhalf frame, een stalen velg, en een doos met versleten/afgeschreven onderdelen. Waaronder wat aluminium, iets waar zulke “verzamelaars” doller op zijn dan staal. Het levert meer op, maar ja. Het kilo lood en kilo veren verhaal doet hier opgeld natuurlijk.

We spraken destijds af dat hij een keer langs zou komen. Zijn zoon woont bij ons in de wijk. En toen hij eenmaal voor (lees: achter) aan de deur stond wist hij te melden dat hij een jaar geleden hier in het straatje -we hebben op ons stukkie maar zes woningen- was om een oude wasmachine op te halen. En dat klopt, want toen werd het huis van de overleden buurman van twee huizen verderop leeggehaald. Hij had dit keer zijn aanhanger meer dan vol. En hij was blij met mijn oude ijzer. Hij doet het liefst zaken met gesloten portemonnee, en hij vroeg of er iets van mijn gading op de aanhanger stond. Er stond -zo op het oog- een hele aardige Raleigh Nova gewone” herenfiets op. Dat leek me wel wat. Als bonus viste hij uit zijn kofferbak zo’n oranje life hammer voor in de auto voor me. Hij had een doos vol van die dingen. Een handdruk zat er nu niet in, en de portemonnees bleven dicht. Enfin, we zijn vrienden voor het leven en kunnen elkaar zelf nu appen.
Bij nadere bestudering viel mij de wel heel bijzondere achternaaf op van de Raleigh. Een terugtraprem gecombineerd met een vijfversnellingsnaaf, met aan beide kanten zo’n klein kettinkje zoals een beetje ingewijde dat wellicht kent van Sturmey Archer. Zo’n typische naaf als in de Raleigh houd mij dan even bezig. De techniek ervan, meer. En ook de niet voor de hand liggende keuze van het merk ervan. Immers, vreemd genoeg niet van het genoemde Engelse Sturmey Archer, wat je zou verwachten. Nee, van het Duitse Sachs Torpedo. Type Pentasport 5. Ik ben druk doende me in te lezen op diverse hobby sites en zelfs YouTube, hoe ik zo’n ding weer aan de praat kan krijgen. Want het is écht een wondertje der techniek. Als ik een zijdelings vergelijk mag maken met mijn oude -1954- Simplex L.Juy 543 derailleur (waarvoor op e-Bay idiote prijzen worden geboden) heeft de zojuist genoemde naaf één versnellingsapparaat wat echter door twee kabeltjes en maar één schakelaar wordt bediend. Ik vind dat leuk… En zal jullie wel berichten of het uiteindelijk is gelukt. Wanneer is nog even onbekend, ik heb nog plenty werk liggen. Maar, ik heb ook alle tijd en geen baas en geen haast (meer). Ik leg -ook op Dag van de Arbeid- net zo makkelijk iets anders weer opzij…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Millimeterspurt…

-0-0-0-

Zo wordt een vaak omstreden aankomst wel genoemd waarbij de winnaar van de (wieler)wedstrijd niet zo 1-2-3 is vast te stellen. Om die millimeters te bepalen dient er dan een fotofinish aan te pas te komen. Vroeger was dat analoog, en moest het filmpje even in een badje ontwikkeld worden, vooraleer het kon worden beoordeeld door de (aangewezen) aankomstcommissaris. Meestal is het niet nodig. Wel de zondag van de laatste Amstel Gold Race. Tegenwoordig gebeurt dat digitaal, en gaat dat vrij rap. Zondag moesten we (en vooral Van Aert en Pidcock) er even op wachten. Commissaris van dienst de Belg Jempi Jooren. Jempi is natuurlijk al een mooie wielervoornaam, die doorgaans staat voor Jean-Pierre. Net als de betreurde Jempi  Monseré, de wereldkampioen bij de profs van 1970, die in een semi-klassieker het voorjaar erop de dood vond.

Het opstellen van de camera schijnt een secuur werkje te zijn, en dat is dan de verantwoordelijkheid van de heer Jooren. TV camera’s registreren niet altijd precies het juiste. Ik (en zelfs meneer Jooren) waren van mening dat Pidcock had gewonnen. De échte finishfoto verklaarde wat anders. Ik heb altijd zoiets van… op welke streep moet ik letten. Meneer Jooren doet het (in Het Laatste Nieuws) uit de doeken:

De finishlijn bestaat uit een witte lijn van 32 centimeter breed, dan volgt een zwarte lijn van vier centimeter en daarna weer een witte lijn van 32 centimeter. De eindmeet is de loodlijn die haaks staat op het einde van de eerste witte lijn van 32 centimeter. Die lijn wordt loodrecht naar beneden getrokken van de voorkant van het wiel dat de finishlijn overschrijdt

0,004 seconde…. Hoe ze dat meten, wil ik een volgende keer weten.

In dat kader: fotofinishnokje. Het nokje waar het kaderplaatje (voorheen voor)aan het frame gemonteerd was. Zoveel mogelijk vooraan, zodat het zeker goed op de foto kwam. Voor dat nokje er kwam was het een stukje stuurlint of een klembandje met een (vleugel)moertje waarmee vóór de wedstrijd rap dat kaderplaatje bevestigd kon worden (en erna even rap er weer af). De aankomstrechter bepaalde -indien nodig- welk voorwieltje bij welke fiets, respectievelijk plaatje hoorde. Tegenwoordig hangt dat ding meestal ergens achteraan, bij de zadelpen of achterrem. Het heeft zijn functie dan ook een beetje verloren, gezien allerlei transponders et cetera. Wel nog handig nog om renners/rugnummers te herkennen als de berijders nog een trui en/of jack extra aanhebben vroeg in de koers. De retropolitie zou er op moeten letten dat dit in de volksmond niet nog “wedstrijdoogje” wordt genoemd. Zoals vergelijkbaar eveneens foutief een “worstenhelm”. Gewoon helm heette het vroeger, maar tegenwoordig willen we dat blijkbaar graag onderscheiden van die min of meer dichte gevallen die meer helm zijn.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Door de neus geboord…

Nee, geen piercing hier. Iemand op andere gedachte brengen, dat is wel wat ik op mijn geweten heb deze week. In mijn dagelijkse strooptocht op marktplaats.nl naar -vooral oude- racefietsen en aanverwante prullaria stuitte (het viel mee hoor) ik op een Locomotief racefiets. Vergelijkbaar met mijn als Ton van Herwerden vermomde versie. De verkoper vroeg mijns inziens een meer dan eerbiedwaardige € 110,00. En ik permitteerde mij de vrijheid te reageren door wat ongevraagde -doch goed bedoelde- aanvullende informatie te verstrekken. Mijn enthousiasme was gewoonweg niet te beteugelen. Ik doe dat niet zo vaak, want je krijgt ook nog wel eens zure commentaren terug. Zeker als je nogal rechtstreeks -zoals ik vaak- uit de hoek komt, wordt je er zo weer ingetrapt. Niet deze keer. Ik wist blijkbaar de (schriftelijke) toon te vinden hem te overtuigen dat het best wel een bijzondere fiets was die hij daar aanbood. Hij verkeerde in de veronderstelling dat het er een was van de 70-er jaren, mogelijk afgaande op het stuur en zadel uit wel die era. Maar het was in de basis er toch echt een van de legendarische framebouwer annex locomotief mede-eigenaar Bertus Slesker uit de eerste helft van de 60-er jaren. Ik zal u niet vermoeien met de minieme details waaraan je dit kunt herkennen. De verkoper was er in elk geval van overtuigd, toen ik ze meldde. Gaandeweg ons onderhoud in PB’s kwam hij tot de conclusie om uiteindelijk de fiets niet meer te verkopen en toch maar zelf te houden, nu hij het verhaal er achter wist. Hij had intussen al heel rap al 2x een bod van € 100,00 gekregen. Maar kort na ons onderhoud is de advertentie verwijderd. Dus… enerzijds heb ik een verkoper behoed wellicht per ongeluk iets bijzonders te verkopen maar anderzijds heb ik twee potentiële kopers ook een buitenkansje door de neus geboord. Het kan verkeren…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Vooruitgang…

Met een duur woord evolutie misschien? Nog een duur woord, vooruit, innovatie. Voorbeeldje. Je voeten zitten in normale posities erg ver weg van je brein. Daarom realiseer je je niet altijd wat er daar onder allemaal gebeurt. Gelukkig hebben we dan goedwillende innovatieve bedrijven die dat voor jouw helemaal in kaart brengen. Om je helemaal goed op je pedalen te zetten, zodat je er boven in je hoofd geen zorgen meer over hoeft te maken. Kan het daar niet aan gelegen hebben. Zodat het onder lekker ronddraait.

Maar heel eerlijk, we hebben het onszelf aangedaan. De ellende is begonnen toen er verstelbare schoenplaatjes kwamen. Handig joh… Maar je moet voor de gein eens achter de gemiddelde “professionele” trimmer gaan rijden. Aan het materiaal ligt het vaak niet. Duur zat. Maar dan zie je hakken die overdreven naar buiten en/of naar binnen staan gericht. Wat hadden we het dan toch makkelijk vroeger. Je kocht eens in de zoveel tijd (vooral niet te vaak) nieuwe raceschoentjes. En dan reed je er een weekje mee. In de leren zolen zag je dan van lieverlee de indruk van de pedaalrand staan en je wist exact waar je (met behulp van een aambeeld) je metalen schoenplaatjes kon spijkeren. En klaar, je lichaam was je ten dienste geweest om de natuurlijke stand van je voeten op de pedaal te bepalen. Klaar. Ook met moderne schoenen/pedalen moet zoiets toch wel zijn te simuleren.

Er zijn andere “oplossingen”. Ik wilde eigenlijk kwijt dat je dan moet googlen op fiets-koningen (mv) inclusief streepje, en dan in het Engels, ze zitten tenslotte in Velp. Dus wel punt-nl erachter. Want dat hoort, je moet het een beetje een internationale twist meegeven, anders telt het niet. Ze zijn gelukkig aangesloten bij de IBFI. Dat is wel een minimale vereiste, natuurlijk. Da’s een soort BOVAG om niet-geleedpotigen te kunnen laten fietsen. Die je varus, valgus voorvoet eens lekker op drukpunten doormeet, voordat je een speciaal inlegzooltje nodig hebt. Wikipedia biedt uitkomst en duidelijker inzicht. “Varus is een standsafwijking van een ledemaat waarbij het distale deel naar de mediaanlijn toewijst. Het tegenovergestelde is valgus.” Walgelijke termen, vulva achtig.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

65 = 2 x 32,5…

Alle retoriek heb ik hier (nog niet eens zo lang geleden, corona was er al) al eens verspeeld als het op (vooral fiets)sokken aankomt. Zuinig ben ik als het op sokken aankomt voor den sport. Ronduit het tegendeel gaat op voor dagelijks te gebruiken sokken. Vroegûh had ik zweetkakkies, tegenwoordig het tegendeel. Droge voeten met de nodige eelt. Niet alleen op mijn ziel dus, maar ook mijn onderdanen. Met als gevolg gaten overeenkomstig de plekken van eeltige hielen. Ook, met goed weer loop ik ook net zo makkelijk op kousenvoeten even naar buiten. Zeer tegen het zere been van mijn echtgenote. Ronduit ergerlijker is nog dat ik ze mét gaten net zo makkelijk in de wasmachine mieter. Ik beken… (ontkennen is zinloos.)

Enfin, dat alles terwijl ik zeer tegenstrijdig wél weer erg blij kan worden van een paar nieuwe sokken. De kinderen is dit niet onopgemerkt gebleven. In het post-werkzame leven zijn het sokken die deze pappie/opa met een verjaardag, kerst en/of vaderdag best heel gelukkig kunnen maken. Het is dan ook ronduit ongepast en ondankbaar dat ik als gebruiker er ronduit zo achteloos mee omga. Sokken zijn dan doorgaans een niet meer zo’n kostbaar product dat het de reparatie in de vorm van het stoppen van sokken rechtvaardigt. Ik heb het ons moeder nog wel eens ooit zien doen, lang geleeje… De tijden waren ernaar.

Ik vierde -ondanks deze tijd- op een grandioze doch aangepaste corona-proof manier mijn toch wel memorabele 65e verjaardag. Zij die mij beter kennen, weten dat dit voor mij in elk geval een hele vreemde mijlpaal is. Ik zal u er niet mee vermoeien. De kinderen hadden me al een poosje lopen teasen welk cadeau me te wachten stond. Ik maakte me er niet echt ongerust over. Gewoon lijdzaam afwachten. Den tiende dezer maand was het dan zo ver. En vanaf een afstandje van meer dan anderhalve meter werd mij het eerste pakje toegeworpen. Het was dus a.) niet breekbaar of b.) ze vertrouwden op mijn onfeilbaar scherpe reflexen. Uitgepakt bleek het één sok. Wel een hele mooie, een witte met een regenboogtruienrandje als dat een Nederlands woord is tenminste (mijn tekstverwerker pikt hem wel). Ik kan het verhaal vanaf hier erg lang maken maar ik verwijs cryptisch naar de titel. 33 pakjes verder was ik nagenoeg compleet. Behalve expliciete sokken voor den te beoefenen wielersport waren er ook nog kleindiersport gerelateerd, en ook kwamen frivolere soorten aan te pas. Ik kreeg al uitpakkend spontaan herinneringen aan het spel Memorie al lijkt deze zin een pleonasme, nu ik hem zo schrijf.

Blij mee, jongens…

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Hiep… hiep…

Hoera… U heeft het wellicht gemist. Maar onderdelen gigant Shimano was afgelopen maand jarig. 100 jaar geworden. Er staat nu weer een nieuwe directeur met de achternaam Shimano aan het bewind. Taizo heet hij. Opvolger in een lange reeks Shimano’s. Shozaburo Shimano begin in 1921. In 1931 zijn ze zo ver dat ze met (single)  freewheels beginnen. Dat gold destijds als een moeilijk te vervaardigen product. En zij, die een freewheel wel eens van binnen hebben bekeken (en nadien het veelvoud aan kleine k.. kogeltjes nadien bijeen hebben geveegd) zullen dat beamen. In de tussentijd hebben ze van alles aangepakt, tot en met skispullen en golf equipment (zwaar verliesgevend) tot en met vismolentjes. Die laatste vertonen wel wat ratelende overeenkomsten met de freewheels.

In 1960 krijgen ze het koudsmeden goed onder de knie, en willen ze dat dan ook de rest van de wereld laten weten. Allereerst is America aan de beurt, daarna zijn wij -in Europa- aan de beurt. Japanners staan er in die tijd om bekend om vooral in het wilde weg fotograferend beurzen te bezoeken. En dingen na te maken. Zo ook met fietsonderdelen. Ze bekijken goed hoe tot dan toe marktleider Campagnolo dat doet. En alhoewel ze aanvankelijk het vermaarde Italiaans design niet kunnen evenaren is het tegenwoordig toch al zo, dat meer Italiaanse wielerploegen met Shimano rondrijden dan met hun eigen Campagnolo.

Veel productiecapaciteit staat in Singapore en in 1973 komen ze met hun elitegroep Dura Ace aanzetten. Degelijk spul. Wat zich de laatste decennia wel heeft bewezen. Grote doorbraken zijn in 1984 het SIS schakelen. Geïndexeerd schakelen, trefzeker schakelen zonder dat je elke keer naar beneden moet kijken of je ketting wel goed ligt, en niet ratelt als een jekko. Gerrie Knetemann komt namelijk zo in 1983 in de voorjaar semi-klassieker Dwars door België lelijk ten val en komt in Gent dubbel en dwars in het ziekenhuis terecht en is een poos uitgeschakeld (letterlijk en figuurlijk).  In 1990 doen de Japanners er een schepje bovenop met STI schakelen. Je kunt je handjes gewoon aan het stuur houden. Het wordt de gebruiker van de racefiets steeds gemakkelijker gemaakt. Je gaat je bijna afvragen waarom er eigenlijk nog valpartijen blijven te betreuren. Vanaf 2009 wordt het schakelen zelfs nog verder ontwikkeld middels elektronisch schakelen. Schijfremmen zijn de volgende actie, aanvankelijk mechanisch, maar nu is pneumatisch al gemeengoed. Helaas is er mede door corona een kleine leemte ontstaan in de beschikbaarheid van fietsen en fietsonderdelen. Het feit dat een kapitein onlangs zijn schip wat onfortuinlijk parkeerde in het Suez kanaal zal daar niet in het positieve aan bijdragen.

Een opsomming van de Shimano (racefiets) groepen in de verschillende prijs-kwaliteitsklassen. Van hoog naar laag (c.q. duur naar minder duur c.q. betaalbaar).

  • Dura Ace Di2 [R9170] (11-speed)
  • Dura Ace [R9100](11-speed)
  • Dura Ace Di2 [9070] (11-speed)
  • Dura Ace [9000] (11-speed)
  • Ultegra Di2 [R8050] (11-speed)
  • Ultegra Di2 [6870] (11-speed)
  • Ultegra Di2 [6770] (10-speed)
  • Ultegra [R8000] (11-speed)
  • Ultegra [6800] (11-speed)
  • Ultegra [6700] (10-speed)
  • 105 [5800] (11-speed)
  • 105 [5700] (10-speed)
  • Tiagra [4600] (10-speed)
  • Tiagra [4500] (9-speed)
  • Sora [3500/3400] (9-speed)
  • Sora [3300] (8-speed)
  • Claris [2400] (8-speed)
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Regels…

Sinds 1 april (geen grap) heeft de UCI gemeend wat regels te moeten aanscherpen voor de wielersport. De supertuck mag niet meer. ik blijf het a.) een vreemde naam vinden; b.) van twijfelachtig voordeel zijn en c.) – en dat ben ik dan wel eens met de bobo’s uit Geneve- gevaarlijk. Voor de onwetenden onder ons, het betreft het met je kl…. op de bovenbuis diep gaan zitten, je kont tegen de zadelpen, alles met het oog op meer aerodynamisch voordeel. Overigens, ook de dames mogen het niet… Ook met je polsjes op de stuurbocht gaan liggen en de handjes losjes ervoor mag ook niet meer. Gevaarlijk, renners zijn dat echter gaan doen nadat de UCI in 1997 de Cinelli Spinaci’s verboden achten. Terwijl er overigens nog nooit wat mee was gebeurd.

Met het oog op het milieu mag je ook alléén nog maar afval weggooien in de daarvoor aangewezen zones. Dat geldt ook voor (lege) bidons. Doorgaans in de buurt van bevoorradingen. Waarvan er voor mijn gevoel steeds meer komen. Ik snap niet dat er nog twee bidonhouders op een fiets zitten. Want om de haverklap krijg je nieuwe drinkbus aangereikt door de aangewezen verzorgers, maar ook een van de vele uit het korps aan vrijwilligers aan de kant. Ook die bidon moet in die zone, of het moet zijn dat je ‘m terug brengt naar de auto. Dat zie ik overigens steeds vaker. Keurig toch? (Na de afbeelding gaat het verder, maar ik kan nog iet zo goed overweg met di wijzigingen die WordPress me oplegt.)

Ik citeer de website Wielerflits.nl : “… De geldboete kan variëren tussen de 200 en 1.000 Zwitserse Frank, afhankelijk van of het incident bijvoorbeeld voor gevaarlijke situaties zorgt. Ook kan de renner of ploeg 15 UCI-punten ontnomen worden en kan de renner in eendagswedstrijden gediskwalificeerd worden. In meerdaagse etappekoersen zit het net even anders. Daar krijgt een renner bij de eerste overtreding een tijdstraf van dertig seconden, bij de tweede overtreding een tijdstraf van twee minuten en bij een derde overtreding kan uiteindelijk diskwalificatie of uitsluiting volgen….”

En pas op, de VAR kijkt ook mee. Die zones zijn er om de 30/40 kilometer. Je mag die bidon dus ook niet meer weggooien in de buurt van publiek officieel (wat er nu corona-gewijs eigenlijk niet hoort te staan). Wat eerder nog wel (oogluikend) werd toegestaan. Dat laatste delict kwam afgelopen zondag de Zwitser Michael Schär duur te staan. Hij werd gediskwalificeerd voor dit feit. Nota bene een renner die door het oprapen van een weggeworpen Polti bidon in de -met zijn ouders bezochte – Tour de France van 1997 zeker wist dat hij profrenner wilde gaan worden. Op de social media laat de Zwitser richting UCI weten hoe hij er over denkt. Ik denk dat juist de Zwitser moest worden geslachtofferd door het in Zwitserland domicilie hebbende hoogste wielerorgaan. Het wordt voor verzamelaars erg moeilijk om de collectie aan te vullen vrees ik.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen