ouwe meuk…

… zo zou je het kunnen noemen. Maar ook… curiosa. Retro niet, maar wel weer… vintage. Ik noemde de hier al in het vorige bericht getoonde bidon met bijbehorende bidonhouder van het oude Italiaanse merk Fides al eerder. Het staat wel stoer op mijn oude stalen racer, die ermee steeds meer zijn echte verleden uitstraalt. Een stalen koersfiets uit de tijd dat China nog ver weg was, en carbon nog werd gebruikt tussen twee velletjes papier in de typemachine. Ehh… moet ik die nog even verklaren? Een toetsenbord zonder computer, je tekst werd meteen geprint… 🙂

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Sport verbroedert…

Ook, waar twee sporten elkaar kunnen ontmoeten. Daar moest ik aan denken toen ik dit (geleende) fotootje op “het net” naar iets heel anders speurend tegenkwam. Treffender kunnen mijn beide passies niet in één beeld worden verenigd. Alhoewel ik beide sporten niet meer zo fanatiek meer beoefen is de passie onverminderd afwezig. Bij de ene neig ik steeds meer naar het verleden te grijpen, te weten de ouwe stalen racefiets. Dat zal ongetwijfeld met de leeftijd en seniliteit te maken hebben. Gepaard gaand ook nog eens met een lichte afwijking als het gaat om bidons en bidonhouders. En dus ook daar steeds ouder wordende exemplaren. Getuige mijn laatste aankoop via markplaats.nl welke kans je niet vaak krijgt. Waarschijnlijk heb ik iets meer betaald, dan ik in het verleden gedaan zou hebben. Stamt van nét voor mijn geboorte (1954/1955) toen men dit nog gewoon drinkbus noemden. Van aluminium. Tegenwoordig noemen we het bidon en van plastic. Terzijde: Ik las dat bacteriën in plastic flesjes langer leven dan in die van aluminium of glas. Van dat plastic willen we vanwege het milieu nu weer af, al zie ik het peloton niet meer zozeer teruggrijpen naar die ouderwetse bussen. Ander verhaal: In mijn jeugd -dat is echt vroeger- kregen wij papieren rietjes. Wat een gezever (letterlijk) gaf dat. Nog voordat je flesje (van glas) frisdrank leeg was, was wel het rietje al “op”. Geheel volgens de civilisatie werden ook die van plastic. En nu… inderdaad, zijn we weer terug bij af. We moeten van de plastic rietjes af, en ze moeten weer van papier.

En in mijn andere sport gaat het al idem dito hetzelfde. Echter heb ik daar lang -geheel tegen de bierkaai- gestreden voor verjonging/vernieuwing. Maar toch ook weer een beetje in zijn achteruit. De kleurslag schildpad bij de cavia’s hebben wij niet echt meer terug kunnen vinden sinds de Bondsshow van 2005 (nog in de Utrechtse Veemarkthallen). Ze zijn er wel, je moet ze alleen met een lampje zoeken, maar op shows zie je ze niet. Het is ook niet een eenvoudige kleurslag. Daar waren we al achter. Nadat ik in 1978 met konijnen begonnen ben, zijn mijn kinderen destijds snel in mijn voetsporen gevolgd, maar dan met cavia’s. En die weg terug heb ik ook gevolgd, toen ik in 2015 of 2016 (exact wil ik het niet eens weten) stopte met de hangoorkonijntjes. Toen waren het de gladhaar goud-agouti’s die me weer plezier in de sport gaven. Afgelopen jaar zijn deze deels gepland, deels helaas ongepland van het toneel verdwenen. Op nog ééntje na dan. De doelstelling van eerder, meermaals F showen met deze kleurslag -die ook al niet meer rijk is vertegenwoordigd- is goed gelukt. Mission accomplished dus. En nu als met de plastic slash papieren rietjes geeft dit weer een nieuwe boost en nieuwe dimensie aan het begrip kleindierensport. We gaan er weer voor.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

^?@#%*(!@#…

………

………

……..  het wat mij betreft van nu af aan allemaal de ^?@#%*(!@# krijgen. Ik betaal netjes mijn contributies en fokkerskaart en onthoud mezelf voor de rest van het hele gedoe. Ik doe net als eenieder, lekker hypocriet achterover leunen en kijken hoe het naar de klote gaat bij KLN. Voor de rest ga ik de sport beoefenen zoals deze in essentie ooit is bedoeld. Elke dag een eigen showtje thuis.

Om positief en vooral niet in mineur te willen eindigen: Een zeug is dik, en over een poosje de eerste –en late– jongen van het jaar 😊

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Onplezierig…

Ik struin nogal eens rond op websites, online forums (of zijn het fora?) en ook FaceBookpagina-groepen. Alles wat los en vast zit, zolang het tegenwoordig maar om oude stalen racefietsen gaat. Vroeger waarde (of dwaalde?) ik rond op konijnen pagina’s. Met gelijkgestemden lijkt het altijd leuk te zijn. Lijkt, niets is minder waard. En ik hoop maar (zeker weten doe je het nooit) dat het niet altijd aan mij ligt of heeft gelegen. “Konijnen-boeren” zijn eigenwijs, maar de retro-fietsen-gabbers zijn misschien daarin wel de overtreffende trap qua eigenwijzigheid in relatie tot dan de normale species homo sapiens. Retro impliceert gelijktijdig nogal eens dat de liefhebbers doorgaans een leeftijd hebben bereikt waar de eigenwijzigheid net als de haarkleur niet meer onopvallend valt (bij) te sturen. Gelijk de gemiddelde leeftijd van een konijnen-liefhebber. Ze zijn zo geworden en zijn gedoemd zo te zullen blijven. Punt. Ikzelf geef ook niet altijd graag toe, maar als ik werkelijk fout zit kan ik dat als het moet ook ruiterlijk bekennen, zeker indien het tegendeel versterkt wordt door overtuigende beargumenteerde bewijslast. Je kunt/hoeft tenslotte niet alles weten. En je zit op zulke pagina’s behalve om kennis te delen ook om er wat van op te steken. Tweerichtingsverkeer derhalve, geven en (tot je) nemen. Niet iedereen is even goed in de beleving van het evenwicht tussen beiden.

Nog niet zo heel lang geleden, corona was al lang in het land -en misschien liepen daardoor de gemoederen alsmede ingegeven door het warme weer wel op- kwam een setje ouwe tubewielen te koop op zulks een medium als boven bedoeld. Nog niet zo heel lang geleden wilde er niemand aan; tubes waren lastig, niet te repareren, moeilijk te monteren, en reden snel lek, en meer van dat soort ongenuanceerde vooroordelen. Hée, we hadden vroeger niet anders !!! Maar zie, wat er gebeurd is weet ik niet, maar plots zijn tubewielen ineens hot. Terwijl nog niet zo heel lang geleden menig prof niet eens op tuben gezien wilde worden. De enkeling (de slimmere) daargelaten. Het is al een paar jaar terug geweest, toen ik nog in het “Wilde Westen” woonde en mijn dochter vanuit Brabant op bezoek kwam met een door mij online gekocht lotje tubewielen dat ze zowat niet in haar achteruitspiegel kon kijken.Veul wielen voor weinâgh. Jaartje of wat later, van dezelfde (top)leverancier nog eens zo’n zending. Soms zelfs nog met heel bruikbare tuben erop. Achteruitkijkspiegel of niet, regeren is vooruit zien, maar misschien ben ik wel blijven hangen in de historie. Bij mij hangt er altijd wel een setje van die tubewielen. Wij zijn er groot mee én óp geworden. Setje moet je niet al te letterlijk nemen. Dat een voorwiel niet altijd bij een achterwiel paste namen we voor lief. Als je hard genoeg reed zag je er niks van, toch? Wij waren niet zulke puristen. Een hoge en een lage flens, of een “jante” (velg – Fr) van een (doorgaans) dito merk of een Italiaans “cerchioni” (ook velg – It).

Enfin, de heren sloegen elkaar bijna de virtuele schedel in om aan te tonen wie als eerste belangstelling had getoond en/of wie zich de werkelijke koper waande. Voor een setje ouwe tubewielen, waar men een paar jaar terug nog de neus voor zou hebben opgetrokken. Het werd zo spannend omdat de hoge flensnaven van het type Tipo waren van het Italiaanse “modehuisCampagnolo. Die ronde gaatjes hadden in de hoge flens in plaats van de reguliere, noem het ovaaltjes. Tipo was echt niet top of the bill toentertijd, duidelijk in een marktsegment ruim onder de veel populairdere Super Record naven. Het is toch al een beetje zottigheid met dat type naven. Voor de zogenaamde “sherrif” naven slaan ze je niet virtueel maar voor het eggie je kop in elkaar, vermoed ik. rare jongens, die verzamelaars.

plaatje geleend van Wikipedia…

Want ik kom er met enige regelmaat ook de soort tegen die écht stronteigenwijs is. En er nogal prat opgaan de wijsheid blijkbaar in pacht te hebben. En soms graag zelfs -zo zag ik onlangs- nog foto’s van hun rijwielhandel vakdiploma’s tentoonspreiden, om hun suprematie luister bij te zetten. De rest wordt dan gedegradeerd tot in de weg staande nitwits. Met zulke eigenwijze mensen is discussie doorgaans bij voorbaat niet of slechts moeizaam mogelijk. Ze reageren vaak irritant, arrogant en aanmatigend. Nergens voor nodig, en waarom ze dat doen is mij een raadsel. Namen noemen biedt hier geen toegevoegde waarde. Erger is dat deze mensen door andere liefhebbers soms zelfs zonder schroom worden aanbeden. Als ware “volgers” likken zij virtueel de hielen van die (af)goden. En met enige regelmaat, als anderen al meer dan voldoende hun licht hebben doen laten schijnen op een bepaalde materie, ze graag nog even taggen om vooral toch ook maar de visie van hun “kenner” te etaleren. Welke divo’s zich dat natuurlijk maar al te graag laten welgevallen. Hun ego is groot. Zij nemen de gelegenheid gaarne te baat om anderen de maat te nemen en als het even kan en passant onderuit te halen. Al schofferend verdedigen zij zo hun imperium. Lang geleden heeft eentje mij eens bij een onenigheid per direct ontvriend, om het gelijk aan te scherpen. Echt, ik kan zonder ze. Je hebt mensen en potloden, en ze kunnen allebei schrijven, meld ik wel eens. De variant; mensen en fietsbellen gaat hier op. Maken allebei herrie.

Van de andere kant zijn er ook zat liefhebbers maar ik me wel heel graag mee associeer. Die met de nodige humor ook de betrekkelijkheid van “…het is maar hobby…” onderschrijven. En daar doen we het maar mee. Ik wilde dit toch een keer gezegd hebben. Retro-hufters… 😦

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kalender…

Onder deze titel had een omvangrijk blog klaarstaan over de komende kleindierenshows en hoe de kleindierliefhebbers er tegenaan kijken. Onze bond, KLN, verzuimt bij voortduring in deze coronatijd. Op een gerelateerde Facebook groep gonst het van onrust over hoe het komende showseizoen moet verlopen. Ik doe daar vrolijk aan mee. Maar ben er tegelijkertijd ook wel een beetje klaar mee. Net zoals ik vergelijkbaar aangaf in een eerder blog met betrekking tot de wielerkalender. We kunnen beter de hele kalender van dit jaar gewoon even helemaal resetten. Er (b)lijkt een virus in te zitten.

Er is duidelijk onvrede over hoe het dagelijks bestuur van KLN op dit moment (geen) beleid voert. Van iemand die het kan weten (een van de opstellers) weet ik dat het hier al vaker besproken pretentieuze rapport “Op weg naar 2019” -later al bijgesteld naar “KLN meerjarenplan 2019-2020”- nu blijkbaar een langzame dood schijnt te zijn gestorven. Erg transparant is de bond tot nu toe ook hierin niet geweest. Het rommelt intern in bestuurlijke kringen. En dat wilde ik in het -geschrapte- blog duiden.

Maar ik heb nu zoiets, het zal mijn tijd wel duren. Ik zie het wel. Enfin, dit is dus de verkorte versie. Kunnen jullie in de resterende (bespaarde) tijd allemaal wat voor jezelf doen.

 

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Knokkelkoorts… (part two, end)

Hoe dan ook lijkt het wel of die rem-/schakelgrepen steeds lomper worden. Natuurlijk moet er tegenwoordig in plaats van stalen kabels een hoop elektronica doorheen in verband met het elektronisch schakelen als Di2 en eps. Was vroeger Campagnolo echt Italiaans design, ik kan dat van hun rem/schakel dingen niet meer vinden. Zelfs van de eerste generatie niet (zoals op de eerder genoemde GranLux) maar ook de latere versies niet. Die van Shimano overigens ook niet. Of SRAM, of wie dan ook. Niet. Die bekabelde versies van Campagnolo waren niet echt soepel in het gebruik. De mindere als Veloce, Stratos en wat dies meer zij niet, maar ook de Record versies niet. Ze werkten zoals ze er uit zagen, lomp dus. Natuurlijk heb ik met regelmaat bij gelegenheid op andermans fietsen wel vaker de grepen beroerd. De koe bij de hoorns gevat, zogezeid. Als bij de groenteboer even aan de appels en peren voelen. Die van Shimano doen iets (niet meer dan dat) geruislozer en verfijnder hun werk. Onder het remgreeprubber gaat in het huis bij beide merken een heel raderwerk schuil, heel veel gecompliceerder dan een ouderwetse remgreep. Dat binnenwerk van Campagnolo is voor een beetje huis-tuin-en-keuken-mekanieker (moi) nog wel te behappen, dat van die Jappen kon net zo goed uit Zwitserland komen. Je moet als horlogemaker pielen met kleine Japanse handjes door je spleetoogjes kijkend om in geval van een mankement of storing de boel weer aan de gang te krijgen. Bij veroudering hebben met name sommige typen van de Shimano (vooral de RSX) last dat als het vet binnen tot ingedroogde pindakaas is geworden, ze gewoon helemaal niet meer wil werken. Niks nie klik nie. Al spuit je er een hele bus WD40 op leeg. Laatst hoorde ik van een échte mekanieker dat je daarvoor de spuitbus moet gebruiken die voor schijfremmen is bedoeld. Dat schijnt te werken, zeggen de specialisten. Die dan weliswaar vaak een blauwe polo aan hebben met het woordmerk Shimano daarop prijkend.

Als er dan ook nog eens per slot hydraulica om de hoek komt kijken in geval van dito werkende schijfremmen, dan wordt het helemaal een godvergeten groot log apparaat wat aan je stuur is bevestigd. Want er moet ook nog eens een slok hydraulische olie in. Twee ervan zelfs, hè. Dat zo’n fiets niet door zijn voorwiel zakt is bijna een wonder. Enfin, de Hollands/Japanse Granlux kwam binnen met wat mankementen. Maar ik mocht niet al te kritisch zijn. De ruil met de al een poosje werkeloos hangende retro Trek 800 mountainbike was immers snel gesloten. Tot beider tevredenheid. Dat enkele blad aan de voorkant nam ik voor lief, net als de linker brifter die alleen brake deed en niet shift. Shit. Afge(-brake-d)(-broken). Later kwam ik er –als retro-fiets-rechercheur– pas achter hoe dat waarschijnlijk moet zijn veroorzaakt. Toen ik de restanten van de kabels verwijderde.  Met name daar waar de buitenkabel van de voorderailleur de nok op de onderbuis nadert zit een stelschroef. Die echter zo ontiegelijk was vastgeroest dat ondanks dat gegeven tegen beter weten in toch eens met grof geweld is geprobeerd te schakelen, waarmee de schakelhendel achter de remhendel rats is afgebroken. Ik wil proberen de fiets toch weer zo origineel mogelijk te gaan maken, en wil dan tot op detail gaan, tenminste als dat niet stuit op verregaande en onnodige investeringen. Budget hè. Hoe kom ik -goedkoop- aan een losse linker Campagnolo Stratos greep, of onderdelen daarvan? Gelukkig zijn er eensgezinden op de vele Facebook pagina’s die meedenken. En binnen mum van tijd (binnen één dag zelfs) werd zoals ik in bijgaand linkje onderaan daar, al meldde een setje bij me thuis afgeleverd door de secretaris van mijn oude kleindiervereniging uit het Westland. Ik noemde hem al eerder hier, maar ik doe dat graag nog een keertje. Ik kan dus weer vooruit. Op de fiets zat een -weliswaar besmettelijk wit- fraai leren zadeltje van Velo. Maar in 1994 zaten we nog op volle zadels, en niet van die ‘gleuf’gevallen. Ik gleuf het nie. Ik heb nog wel ergens een “volle” zwarte liggen. Die had de originele fiets ook, zag ik in de oude folder. Degene met wie ik ruilde had een mooie aluminiumkleurige (hij vond dat al retro) bidonhouder gemonteerd. Ik -en de folder- vinden een zwarte Uni van Tacx nu meer passend en beantwoorden aan het gestelde schoonheidsideaal als we hem zo origineel mogelijk willen maken. En dan moet ik dus of ik wil of niet ook de brifters toepassen, terwijl ikzelf meer nog ben van het schakelen vanaf de onderbuis. Oorspronkelijk is het frame ook ooit bedoeld geweest. Geleide-nokjes voor de schakelkabels waren (toen) nog als een speciaal tooltje onder de onderste cup van het balhoofdstel toegepast, op weg naar de ouderwetse commandeurnokken. Dat schakelen met commandeurs vanaf de onderbuis is eeuwen goed gegaan, zonder gehannes, en met een mooi elegant smoelwerk. Ik schakel graag terug in de geschiedenis als het mezelf aangaat, en met mij ook mijn fiets. Maar niet deze Koga Miyata GranLux dus. Die had de twijfelachtige Italiaanse primeur in schakelen vanaf het stuur. En zo gaat het weer geschieden. Voor luie coureurs, die hun handen op één plek wilden houden. Handig…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Opa weet raad (2)…

Al weer bijna een jaar terug schreef ik in wat toen nog geen deel 1 heette, in een van de laatste alinea’s over een diepte-investering destijds welke ik destijds deed met betrekking tot een heuse Tacx bidon. Die ik voor errug weinâgh kocht bij d’n Action. Na nu vele weken niet in die winkel geweest te zijn vanwege de coronamaatregelen en omdat de gangpaden van de vestiging Kaatsheuvel maar amper twee derde breed zijn van de afgesproken anderhalve meter togen mijn vrouw en ik richting Dongen, waar in het filiaal aldaar veel meer ruimte is. En wat kom ik (nee, mijn vrouw zag ‘m) tegen? Weer van die Tacx bidons, en weer voor € 1,59 per stuk als vorig jaar. Da kan ik dan nie laten, echt nie.

Vorige week was ik voor het eerst sinds diezelfde coronamaatregelen weer eens op de mountainbike naar (alle –her-begin is moeilijk: een stukkie van) de Loonse en Drunense Duinen. Kon ik eindelijk voor het eerst mijn in januari gekochte nieuwe banden eens uitproberen. Schwalbe G-One Allround 27,5 x 2,25 / 57-584. Terzijde: die bandenmaten blijft een internationaal struikelblok, alle mooie intenties ten spijt. Mijn vorig “schoeisel” was min of meer versleten, niet van in het zand rijden maar meer van op weg naar het zand toe. Zowel mijn huidig als vorig MTB-parcours liggen een eindje van thuis af. En bovendien… die echte noppenbanden die “praten” mij te veel. Als het een beetje meer “zoeft” dan lijkt het ook rapper. Het is ’t gevoel. Het zit tussen de oren misschien ook wel. Vergelijk het met vroeger stiekem kijken in de winkelruiten. Hoe gesoigneerd zag je er dan uit, in het voorbij fietsen. Ik doe het niet meer, want het ziet er niet meer uit. Bovendien is het raadzamer de blik op de weg te houden. De nieuwe -ook al zijn ze dus bijna een half jaar oud- banden hebben dan misschien minder tractie (boeiend…..) maar rijden wel lekker soepeler op de weg. Mooie korte maar wel veel nopjes. Naar ik heb begrepen zijn er ook strandracers die ze gebruiken.

Enfin, ook al is het maar een stukkie, ik ga niet zonder bidon op stap. A.) die bidonhouder zit er niet voor niks op, en B.) ik heb een hekel aan een droog smoelwerk. Ik deed er een beetje (zonder reclame te willen maken, 0% suiker) Karvan Cevitam in. Maar dat spul krijg je -ook versneden met water- nooit meer uit je bidon gespoeld. Ik begrijp nu ook waarom die (wél echte) coureurs zo’n ding weg mieteren als-ie leeg is. Ik mag dat omwille van het milieu wat ik in bruikleen heb van/voor mijn kleinkinderen natuurlijk niet. Maar het zou nu wel kunnen. Ben je in deze vreemde tijd al niet helemaal zeker van je zaak inzake besmettingen en smetvrees, dan raad ik af om over het navolgende onderzoek te lezen.

Conclusie: het oude neefje van de nieuwe (roze!) Tacx bidon zou weg kunnen nu. Maar, ondanks alles, kan ik zo slecht afstand doen van zo’n geleefde/geliefde bidon. Die al zoveel met me heeft gedeeld. Op de foto valt het overigens best nog wel mee, maar in het echie… Een waardevast pensioen wellicht…?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Does and don’ts fietssokken…

Om nou 10 dingen op te sommen… Laatste keer dat ik dat probeerde bleek me dat niet zo goed af te gaan. Je kunt er gewoon mee van de sokken gaan. En de kous op de kop krijgen. Dat doen we dus niet. Vroeger al wilde ik het naadje van de kous weten, en vroeg als klein menneke mijn moeder wat nou het verschil was tussen sokken en kousen. Sokken waren kort en kousen wat langer, wist ze me te vertellen. Daarmee was de kous af. Het was ook zat informatie, ik was toen nog snel tevreden.

Ons moeder was (en ik heb het vaak gemeld hier, ik weet het) was later not amused dat wij met witte sokken ook in de winter gingen crossen. “Ik krijg er zo geen grond meer in”, mopperde ze dan. Helemaal begrepen wij het gezegde niet, maar begrepen wel dat er tegen ingaan zinloos en vooral niet verstandig was. We hebben het nog over de tijd dat sokken in de wielersport wit waren. Of overwegend wit, een heel klein randje rood-wit-blauw of zoiets, dat kon dan nog nét. Het was voor mij een heerlijkheid, een heerlijke tijd en duidelijkheid. In de wielersport toen nog; zwarte broek, zwarte helm, zwarte schoenen. Er gebeurde veel in mijn leven en vaste waarden waren dus best wel handig. Het was ook de tijd dat ik in militaire dienst zat, en (nog leuker) ook dikke verkering kreeg met mijn lief die ik al zowat m’n hele leven kende. Tegelijkertijd met de vonk die daarbij plots over- en weer terugsloeg is er in die hoogspanning mogelijk iets geknapt waar het gaat om mijn gevoel voor kleurencombinaties. In militaire dienst (groen) en het wielrennen (zwart) geen probleem dus. Voor de rest hielp gelukkig mijn meisje mij op weg. Die overigens vaak genoeg trouw meeging naar de koers. En zich daarmee nooit bemoeide. Niet met de koers en niet met wat ik aanhad. En dat heb ik -zij het niet persoonlijk- ook wel eens anders meegemaakt.

Foto van Nie

Die sokken, da’s echt modegevoelig. In mijn actieve wedstrijd periode waren racesokjes wit en kort, bijna als die wat we later sneakersokken zijn gaan noemen. Gelukkig maar, want gebruinde benen hielden beneden op bij de sokken en tot boven aan de rand van de wat langere pijpen van de korte (wollen) wielerbroek. Hoe korter hoe beter. Tegenwoordig blijft er weinig “tan” over bij wielrenners, want de korte broeken worden steeds langer en de korte sokken daarentegen steeds langer. De UCI houdt ons onder de knie weliswaar. Ons moeder zou het beslist kousen hebben genoemd, wedden. Laatst zag ik een foto van trainende Jumbo-renners met van die zwarte lange compressiesokken aan. Nou, da’s echt helemaal geen gezicht. En zeker geen reclame. Voor niks of niemand. Witte sokken is misschien dan tegenwoordig not-done, zwart is toch wel de echt helemaal andere foute kant. Als van de zwartekousenkerk. Ik gebruik doorgaans liever geen foto’s van derden en nu hier dus ook niet, en volsta ik met het weergeven van een linkje als zijnde -noem het- vrije nieuwsgaring. Hoe ik er over denk is inmiddels duidelijk. Niks vind ik het, die zwarte sokken. Na de afschuwelijke AGU truien van JUMMMMMBO  (lees indien gewenst het blogje: zip) vind ik ook dit aggenebbisj. Het wordt hoog tijd dat ze in de staf van de geel/zwarte supermarktploeg (die toch al erg uitgebreid is) een stylist aan gaan stellen, want zo is het eind zoek. Een rondje langs de sokken-velden. Bij Sockeloen hebben ze nog wel eens grappige. Die Jasper heeft er best kijk op. Misschien moeten ze -Jumbo- daar eens te raden moeten gaan. Ik was overigens meer dan blij verrast te zien dat er toch zelfs nog nieuwe sokkenboeren bij komen die doodgewone witte fietssokken in het assortiment hebben. ATOUT is er zo eentje. Helemaal wit, verder niks. Als vroegûh. Op een Nederlandse wielersite was een winactie. Waaraan ik mee heb gedaan. Doe vaak mee met zulke dingen. Win bijna nooit iets, behalve vorig jaar een gepersonaliseerde bidon van de Sunweb ploeg. Die mooi zoek raakte. Nog niks dus. Afwachten maar, ik heb nog sokken, hoor.

In de (ijdele) hoop en verwachting de boel op stelten gezet te hebben in wielersokkenland, probeer ik op kousenvoeten een einde te breien aan dit blogje. Als held op sokken. 🙂

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Vertrouwen…

Een belangrijk iets, ook voor wielrenners. Vertrouwen in het materiaal vooral ook. Daarom is het voor het zelfvertrouwen ook goed als je zelf aan je fiets sleutelt. In plaats dat je dit (altijd) aan een mechanieker of plaatselijke fietsenmaker overlaat. Alhoewel er uitzonderingen zijn. Als ik een elektrische fiets zou hebben, zou ik daar ook niet 1-2-3 aan zitten knutselen/klungelen. Zonder enerzijds aan de kwaliteiten van de vakmannen te willen twijfelen of anderzijds ze als beoefenaars van hogere wiskunde te willen bestempelen. De ontwikkelingen in het fietsmateriaal gaat tegenwoordig snel, erg snel. En het is al lang niet meer uitsluitend mechanica. Ook elektronica en hydraulica komt om de hoek kijken. Dus je moet al die …ica’s ook wel machtig zijn. Hoewel in essentie de (race)fiets al sinds mensenheugenis gelijk is. En bewust zo gehouden is. Op wat uitspattingen na houdt de internationale wielerfederatie -de UCI- de teugels steeds strakker in de hand. Er mag meer niet dan wel. En dingen die in het verleden nog wel mochten worden tegenwoordig niet meer toegestaan. Zadels met een letterlijk ruggensteuntje, het mag niet meer. Bij ploegentijdritten werden in het verleden nog wel eens speciale fietsen geconstrueerd met een 26 inch (dus kleiner) voorwiel in plaats van de reguliere 28 inch. Alles om het totale treintje zo kort mogelijk te maken en daarmee dus het aerodynamische voordeel zo groot mogelijk. Hadden stalen racefietsen vroeger ronde buizen, sinds geruime tijd zijn ze er in allerlei vormen. Maar ook allerlei restricties zijn aan de orde. Alles om de sport zo zuiver mogelijk te houden, en enige uniformiteit te bewaren. Ook is er nog een instantie die er wat over moet zeggen, de World Federation of the Sporting Goods Industry (WFSGI). Ondanks dat er in 2016 werd geopperd het minimumgewicht van een racefiets (nu 6,8 kg) te verlagen is dat voorlopig nog steeds niet gebeurd. We hadden het er hier al eens over. Bent u oprecht geïnteresseerd in gewichten van racefietsen, kijk dan eens hier. Reken maar dat die fabrieken ze best wel lichter van gewicht kunnen maken met de kennis en techniek van vandaag de dag. Zelfs al lijkt het allemaal lomp zwaar soms. De trend naar schijfremmen bij de wegracefietsen heeft ze weliswaar zwaarder gemaakt, maar de meeste constructeurs zagen kans dat ergens anders in gewicht weer af te snoepen. Met dat (lichte) carbon moet je soms overcompenseren, ook in de vorm om een gelijke stijfheid te behouden.

Ik stipte het al aan; na wat aarzeling bij de invoering ervan, die grote schotels in je wielen. Om te remmen, maar misschien kun je er ook prima buitenlandse TV zenders mee ontvangen. Schijven die vaak met dikkere steekassen in de fiets zitten gemonteerd, waardoor mekaniekers het er niet makkelijker op hebben gekregen. Het wisselen van wielen komt tegenwoordig neer op het wisselen van een hele fiets. Anders; ik zat onlangs een youtube filmpje te kijken van de “installatie” van een modern racestuur. Jeetje, vroeger zette je de pen er in, remgrepen er op, kabels er aan, lintje er om, (verplicht) doppie er op en klaar. (Zo opsommend lijkt het eigenlijk nog heel wat, bedenk ik me nu.) Het is een fluitje van een cent. Maar nu met al dat elektronisch geschakel zowel bij Shimano’s Di2, Campagnolo’s EPS als SRAM’s red e-tap en de daarbij behorende batterijen die tot in de stuurbuis kunnen worden weggemoffeld, is het met al die elektrische bedrading nog een heel ding. Alsof het een baanfiets betreft zie je zelfs geen remkabeltje noch elektriek kabeltje meer lopen. Voor de leuk hoef je niet meer op zoek naar een leuk contrasterend gekleurd remkabeltje. Het is aan het oog ontrokken. In plaats van een stuurdopp wordt daar soms tegenwoordig een hele “commando-eenheid” ingeschoven. Zie je alleen nog een knipperend lampje aldaar. Omwille van de aerodynamica alles dus weggewerkt tegenwoordig, tot en met de stiekeme sprintersknopjes vlak bij de remgreep. Om in volle spurt van onder in de beugel rap en ongezien naar de 11 te kunnen schakelen. Daar waar de retro liefhebbers onder ons het juist nog steeds prachtig vinden als die remkabels van voorheen als kleurrijke waslijnen met een sierlijke boog de remgreep verlaten. Om door de lucht nadien weer uit te komen bij de remhoeven. Tel daarbij de steeds meer in opkomst zijnde hydraulisch bediende schijfrem. Het is een heel gedoe om dat te installeren. En ik zou het amper vertrouwen. Remmen met behulp van een vloeistofje. Maar ja… in mijn auto gaat het ook zo… dus…. Toch zie ik op de fiets nog het liefst een stalen gevlochten kabeltje. En och, en decennia hiervoor hadden remmen nog stalen stangen, en zagen ze een kabeltje al niet zitten. Het zal de leeftijd zijn… 🙂

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Strada…

… is in het Italiaans letterlijk vertaald: straat. En in het verlengde daarvan ook vaak een typeaanduiding voor racefietsen maar ook onderdelen bestemd voor wegwedstrijden. Pista is voor op de baan. Strada, op de straat dus. Het is ook de achternaam van een wielrenster. Niet zo maar een, nee eentje die als pionier te boek staat. Zeg maar de Italiaanse equivalent voor onze Nederlandse Mien van Bree. Meer specifiek, Haagse Mien van Bree. Nog specifieker Loosduinen en naar wie enkele jaren terug dan ook een (fiets)pad in de Madepolder werd vernoemd. Mien werd in 1938 wereldkampioene wielrennen op de strada… weg. Ze moest voor de uitoefening van haar sport wel uitwijken naar België, want hier waren we nog niet zo vooruitstrevend. Mien richtte later de fietsclub VIOS op, (Vooruitgang Is Ons Streven).

Ik gebruik doorgaans eigen foto’s, maar hier was dat onmogelijk. Ik leende op het internet van your-fons-bikes.nl

Terug naar Italië, want daar was een dame (al zullen ze het met die benaming toen niet allemaal eens zijn geweest), geboren in 1891, die in 1924 als enige vrouwelijke wielrenster de Giro d’Italia uitreed dat jaar. Of… ja… uitreed. Ze hebben haar in koers gehouden. Haar naam was Alfonsina Strada, gehuwd met Luigi Strada, van beroep wielrenner. Waar je mee omgaat, wordt je mee besmet. Ze had vóór die Giro al 36 wedstrijden gewonnen, dus een krabber was ze niet. Dat was de grote baas van de Gazzetta dello Sport, Emilio Colombo ook opgevallen. En nodigde haar uit om mee te rijden. Haar mannelijke collega’s vonden het eigenlijk niks . Die Giro telde 12 ritten en was totaal 3.613 km. Ze kwam binnen op 20 uur van de winnaar. In rit 8 kwam ze te laat binnen. Dat kwam in feite doordat ze haar stuur brak. Mede om die reden en ook natuurlijk omdat het mooie publiciteit trok, mocht ze buiten mededing de volgende dag toch verder. In 1925 wilde ze weer. Maar het peloton zag het niet meer zitten. Alfonsina vertrok naar Parijs en werd een kermisattractie. In een soort steile wand race act. Na de dood van haar man, hertrouwde ze met een mekanieker en samen runde ze een fietsenzaak. Ze overleed plots in 1959.

Ik kwam op strada al zoekend op het internet tegen vanwege het fietsje wat vorige week op mijn pad kwam. Ik ruilde het top-om voor mijn Motobecane -ook jeugdracefiets (24 inch wieltjes)- welke ondanks dat het een jongensfiets betrof toch een winkeldochter dreigde te worden. Het is een Minestrini met zelfs maar 16 inch wieltjes. En het zou er eentje moeten zijn van tussen 1950 en 1960. Voor het Manubri Schierano Torino stuurtje worden op de Italiaanse equivalent van marktplaats.nl fikse bedragen gevraagd. Ik ga niet ontkennen dat uit die periode niet hele mooie dingen afkomstig zijn. Minestrini – bici da strada per bambini. Bellisima. 🙂

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen