Throwback thursday…

Een begrip in internetland. Terugkijken. We doen hier niet anders. Zeker als het gaat om ouwe stalen racefietsen. Als het gaat om de kleindierensport helaas ook nogal eens, maar daar zouden we juist meer gebaat zijn bij vóóruitkijken. Dat laten we dan maar binnenkort aan de ALV op 15 juni a.s.

Ook op deze dag in de week krijg ik vaak bezoekjes die de zoekfunctie gebruikt hebben op het begrip “konijnenveiling”. Ik heb het er (onder andere) hier wel vaker over gehad. Vroeger was dat voor mij persoonlijk vrij dichtbij, op vrijdagavond in een schuur bij de molen in Loosduinen. Voor een paar stuiver kocht of verkocht je daar een konijn, kip, cavia, duif en aanverwant. Veel ruchtbaarheid werd en wordt er niet steeds niet aan gegeven. Terecht wellicht, want tegenwoordig -maar ook toen al- zijn het dierenactivistenorganisaties die daar graag stennis over maken. Voor ons fokkers en particulieren voorzag het in een functie. Ik nam vroeger zelfs nog wel eens de kinderen mee. Die zijn grootgebracht met liefde voor dieren maar tegelijkertijd ook een redelijk nuchtere realistische kijk op dierenhouden.

Wij (leden van de KDV Westland) kregen van de week van de secretaris een stukje per mail uit (bronvermelding) het Algemeen Dagblad over Cor Nowee, na eerder al de overlijdensadvertentie te hebben verstrekt. De veilingmeester in ruste. Vroeger stond hij ook in Loosduinen, en nog langer geleden klaarblijkelijk op dinsdag in “de Heul” zoals men hier Kwintsheul placht te noemen. De erevoorzitter van voor de fusie van WPKV met PKV ’s-Gravenzande is onlangs op 95-jarige leeftijd overleden. De laatste jaren deed hij nog wel jaarlijks tijdens het Rondje Poeldijk daar de veiling voor de plaatselijke carnavalsvereniging, als ook weergegeven in eerder aangehaald linkje.

Sinds de veiling verder in het Westland wordt gehouden ging ik niet zo vaak meer. Niet dat ik vroeger elke week zat, maar toch denk ik dat ik dit na de verhuizing wel ga missen.

 

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Minder… minder… minder…

Onlangs nodigde ons KLN bestuur ons allen uit om van response te dienen op het conceptmeerjarenplan. Wat men eerst “…Op weg naar 2019” noemden. Maar die plank had men al mis geslagen. Van de geboden gelegenheid maakte ik enkele weken geleden dankbaar gebruik. Want de kleindierliefhebberij gaat mij aan het hart. Zeker nu we allemaal zien dat deze tanende is. Een van mijn grieven was dat in het conceptrapport “de fokker centraal” stond, waarop ik juist tegenwierp dat de liefhebber centraal dient te staan. In die liberalisering richting groter publiek zullen we toch moeten leren (om)denken. KLN meent wel -in navolging tot vaak vergelijkbare holle retoriek à la premier Rutte- nu ook dat “de kleindierliefhebber” niet bestaat. KLN haast zich te mogen stellen dat het merendeel van de leden tentoonstellingsfokker is. Maar voor hoelang nog? Als ik verenigingssecretarissen van de plaatselijke verenigingen mag geloven -en ik doe dat- is de verhouding tussen fokkende en niet-fokkende leden stilaan aan het omslaan richting meer niet-fokkers. Hoe dan ook, een fokker is sowieso een liefhebber en een liefhebber kán (misschien ooit) fokker worden. Die tegenwerping in casu kleindierenliefhebber versus kleindierfokker heeft men klaarblijkelijk dan toch enigszins ter harte genomen. Alhoewel ik niet de illusie heb dat dit louter alleen door mijn mailtje zo is gekomen. Ik verwacht en hoop vooral dat er meerderen zo over hebben gedacht, en verwoord.

Het meerjarenplan is onderwerp van gesprek op de komende ALV die sinds jaar en dag centraal in het land in begin juni plaatsvindt. Een onderdeel van de agenda is dus ook altijd het vooraf gepubliceerde jaarboek van het af te sluiten boekjaar. Ik ben daar altijd bovenmatig benieuwd naar en is hier in voorbijgaande jaren ook meermalen ook onderwerp ter discussie geweest.

Alarmerend is het om te constateren dat het ledenverloop nu nog weer harder is gegaan dan voorgaande jaren. Was het de laatste jaren zo’n beetje 5% minder leden elk jaar. Ware het er in 2017 nog 6.672 nu zijn het er nog maar 6.188. De neerwaartse spiraal zet sterk door, dit keer dus zelfs maar liefst 7,3%. Daar waar de 4 à 5% van de laatste jaren al alarmerend genoeg was. Da’s dus veel, véél teveel. Ook het aantal getatoeëerde konijnen loopt hard terug, nu met zo’n 8% te opzichte van vorig boekjaar.  (28.982 versus 31.497). Nog ernstiger is dat er 16 verenigingen zijn gestopt afgelopen jaar (vorig jaar ook al 12). Helemaal zuiver is dat niet omdat sommige verenigingen in een samenwerkingsverband met andere (buur)verenigingen doorgaan. Helaas gaat een eigen identiteit zo altijd wel verloren. Wat voor sommige (vaak oudere) fokkers weer een reden is om te stoppen. Het is een wisselwerking. Van de week zag ik met het opruimen voor de verhuizing wat oude nummers uit 1978 van Fokkersbelangen terug, waar de kalender van de tentoonstellingen fors wat verenigingsnamen meer kende.

In het jaarboek meldt KLN nu: “…Op de oproep op de KLN-site om op het conceptplan te reageren, zijn veel reacties gekomen. Het bestuur gaat straks na de ALV een bijeenkomst beleggen met degenen die hebben gereageerd….”. Ik ben benieuwd of ik ook een uitnodiging zal ontvangen. Hoe dan ook weet ik nog niet of ik wel op die uitnodiging in zal gaan. Ik heb gemeld wat ik wilde melden, en het blijkt soms dus ook te helpen. Of het allemaal ook nog goed komt…???

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Afkicken…

Een verhuizing is hoe dan ook een mijlpaal in je leven. Ongeacht je leeftijd. En dus ook voor ons. We kijken er naar uit dat het zo ver zal zijn, en zijn blij dat dat dit ook geldt voor onze kinderen (slash aanverwant) en kleinkinderen. Ze helpen meer dan mogelijk. Begin juni gaat het dan écht gebeuren. De voorbereidingen zijn alom gaande. En dus ook een mooie tijd én vooral reden en gelegenheid om zaken af te sluiten. Vooral om zooi weg te pleuren. Wat we dan samen ook al een geruime tijd veelvuldig aan het doen zijn. Vrachten vol zijn er in onze Suzuki Wagon R plus al richting Haagse Gemeentereiniging vertrokken. Het toegangspasje is zowat aan het verslijten en de dienstdoende mensen aldaar beginnen me stilaan te herkennen. Oppassen dus. En zo bedacht ik me dat er pal en perk gesteld moest worden aan mijn sinds jaren weer de kop opstekende, sluimerende bidonverslaving. Een –maar dan ook echt– gelijkgestemde, in casu kleindierfokker én oude-stalen-fietsenliefhebber, kwam me verlossen van enkele oude en niet (meer) alledaagse exemplaren. Ze zijn hem meer dan gegund. En er blijven er nog plenty zat over, hoewel ze nu wel met zijn allen –verhuisklaar– ordentelijk in twee plastic kratjes passen, deels samen met de verzameling spuitbussen van d’n Action.

porte bidon TA (afbeelding “geleend” van een franse wielersite)

Maar nu constateer ik dat het zo langzaam maar zeker is overgeslagen van de bidons naar de bidonhouders, vrees ik. Dat schiet niet op. Op mijn mountainbike had ik een oude dienstdoende (maar zeker o zo vertrouwde) Tacx Uni exemplaar zitten. In stemmig zwart. Alleen werd hij een beetje instabiel. Ik dacht eerst dat het boutje wat was losgelopen. Maar klaarblijkelijk hebben bij voortdurend in en uitnemen zelfs ook die van Tacx niet het eeuwigdurende leven. Maar à la, hij voldeed nog en nog geen dringende reden om te vervangen. Ik heb wel nieuwere liggen, maar soms ook van minder duurzame kwaliteit. De lat ligt hoog. Als wel vaker uitgelegd doen die dingen tegenwoordig niet altijd meer waarvoor ze bedoeld zijn, namelijk letterlijk de bidon-houden, meer specifiek op zijn plek houden. Op TV worden bij wielerwedstrijden tegenwoordig graag valpartijen uitgemeten in beeld gebracht. Waarbij de bidons net zo makkelijk de bidonhouders verlaten als de coureurs zelve hunner fietsen. Maar nu kwam ik er google-end (ik betrap mezelf erop) eentje tegen die ik wel héél erg leuk vond. Het oog wil ook wat, behalve het nuttig vasthouden van de bidon. Deze is uit één stuk aluminium in een koperachtig kleurtje. In de vorm van een vogel. Volgens de (Amerikaanse) fabrikant a sparrow, een mus. Zoals Jack Sparrow, en minstens even stoer. En hij doet behalve leuk zijn vooral wattie moet doen. Zijn vleugels uitslaan en de boel in toom houden.

In dezelfde reeks mag vermeld worden dat ik om moverende reden de fraaie stalen (met een beetje kunststof) Italiaanse REG bidonhouder van mijn écht klassieke gerestaureerde -te koop zijnde- Van Herwerden fiets gehaald. Hij is nét even een deel van een decennium te jong voor deze oude zestiger jaren fiets. Maar ook deze is nog wel uit een tijd dat de kasseien van Roubaix er nog geen vat op hadden. Hij deed het nog, in tegenstelling tot die plastic, composiet en carbon zooi van tegenwoordig. Er is overigens een nog mooiere dan die van REG en dat zijn die van het Franse TA. Van nog vroegerder is ook van REG die van geperforeerd staalband met een veer. Die pas écht je bidon in de houdgreep hielden. Zonder de veer te ontspannen kreeg je er het ding niet uit. Je had ze ook in een versie voor aan het stuur. Soms zelfs een dubbele. Bidonhouders aan het stuur zijn sinds de vroege zeventiger jaren in onmin geraakt. En dus zie je die -ook al- niet meer, Of ze kosten een klein vermogen. Ridicule prijzen gaan er om in retro-fietsen-land dat aangaande. Als je ze echt wilt zijn er hedendaagse l’Eroica replica’s. Persoonlijk een beetje aan de lompe én iets te modern uitgevoerde kant, vind ik.

Enfin, als straks in het Brabantse -al fietsend- de mussen dood van het dak af vallen (de evenaar is daar immers dichterbij) dan zal ik mijn (drink)bus uit de mus halen.

BIDvoorONS…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Weesjes…

Dit keer een omschrijving van een fiets die nu eens een keer niet bestemd is voor verkoop. Ik heb om mijn verjaardag achteraf te vieren mezelf maar eens verwend door met name van “restanten” een low-profile commuter te maken. Om het op zijn Hollands te zeggen. Er stond immers toch al (om een uitstapje te maken naar weer een andere taal) randonneur op. Een racert had het dus al toch nooit kunnen worden eigenlijk. Restanten gebruiken vergt soms wat improvisatievermogen, van achterremkabels en achter derailleur kabels voorkabels maken, bijvoorbeeld. Ik wilde met de opbouw van deze fiets meerdere doelen dienen. Een miniem budget was er een van, alhoewel dat eigenlijk altijd wel opgeld doet. Wat zaakjes opruimen -ook met het oog op de aanstaande verhuizing- die anders toch een keer worden weggegooid was een ander gegeven. Onderdelen bij elkaar in de gedaante van een fiets één geheel vormend verhuist eenvoudiger, niet waar. Bovendien ook wat niet bij elkaar matchende weesjes onderdak verschaffen. De voor- en achterrem zijn bijvoorbeeld elk van een ander merk. Net zoals de voor- en achterderailleurs verschillend van type zijn. Met ook weer een ander type verstellers op de onderbuis. Maar het werkt gewoon wel allemaal met elkaar. Van een van de dubbele remgrepen ontbrak de klemband die ik weer van een andere remgreep die afgebroken was bij de hendel “leende”. Twee pignons van Suntour waren er bedacht om er één werkende van te kunnen maken, van de ene was de middelste krans licht versleten, van de andere de laatste krans. Zo’n versleten kransje slaat bij de geringste krachtsinspanning dan over. Bovendien kun je er aardig op vertrappen en in het slechtste geval zelfs ten val komen. Aanvankelijk was een nieuwe 6 vit bedacht, die paste wel op de naaf, maar in combinatie met de klassieke beperkte inbouwbreedte achter werkte het gewoon net niet. Vandaar de uitwijk naar een oude gebruikte 5-vit klassieker. Onwillige kransjes verwisselen van het ene pignon naar het andere (van hetzelfde merk) liep dus ehhh… spaak. We doen het dientengevolge maar met een -bovendien uitgeschakeld- versleten laatste kransje dus. Altijd een goed excuus dat ik de sprint moest verzaken. De wielen komen uit de eerder genoemde Van Herwerden, en ook hier weer van verschillende komaf, achter een Belgisch en voor een Italiaans exemplaar. Kortom, het is een ratjetoe. Maar het marcheert…

Een zijstandaardje had ik eens snel als belachelijk ongewenst en overbodig attribuut van een aangekochte racefiets gesloopt. Maar verzuimd om weg te gooien. Nu kwam hij van pas, net als het stevige beugelslot van mijn oude brakke huis-tuin-en-keukenfiets waarvan ik een poosje geleden afscheid nam. De basis, het UNION frame had ik vorig jaar al gekocht, voor weinâgh. Moest er wel voor naar Voorburg fietsen. Nog nieuwe onderdelen toegepast? Jawel hoor, de ketting, én het stuurlint, al komt dat dan wel weer voordelig uit China. Kortom, de hele fiets heeft me € …erg weinig… gekost.

Het is er eentje geworden die dan nog wel redelijk sportief oogt, maar tegelijkertijd wel alle gemakken kent van een normale gebruiksfiets. Zoals die standaard, slot en ook spatbordjes. Net als de makkelijk bereikbare safety remgrepen en het sterke beugelslot. Een bel hoort volgens de wet. Batterijlampjes zullen straks om diezelfde reden én veiligheid licht in de duisternis verschaffen. Het stuur een tikkie hoger dan op een wedstrijdfiets geeft wat meer comfort, en het zadel een tikkeltje lager werkt daarbij nog eens dubbelop. Het fietsje gaat straks in het Brabantse dienst doen als dagelijks fietsje. Want mijn vrouw heeft de intentie uitgesproken om weer eens te gaan fietsen. En dat lijkt me echt super gezellig, weer als vroeger.

Het is er een uit een oerhollands nest, de fiets. En ik breng u nu daarmee ongevraagd meteen maar een geschiedenislesje. Het merk Union ontstond in 1903 onder leiding van de oudste molenaarszoon B.J. van den Berg uit Den Hulst (Ov.). Later in Nieuwleusen. In de roerige jaren 70 (uit welke tijdsperiode deze fiets stamt) kreeg dat bedrijf het flink te verduren, brand in fabriek en een instortende bromfietsmarkt. Life style fietsen maar ook e-bikes zijn tegenwoordig de toppers in het assortiment. De racemarkt was bij Union echter nooit al echt uit de verf gekomen. En als ze er waren bediende men hoofdzakelijk de onderkant van de markt. Ten tijde van het (promotionele) amateurwielerteam (in de 70’s, met onder andere Johan van der Velde) maakten men zelfs gebruik van expertise van de firma Motta uit Italië. Middels tussenkomst van oud-renner Rini Wagtmans, naar wie ook nog een type is vernoemd bij het merk.

Deze fiets hier betreft er een destijds geleverd door de de firma Van der Zalm in Naaldwijk, gezien het stickertje achter op de zadelbuis bovenaan.  De zaak bestaat nog steeds. Had deze fiets op marktplaats.nl terecht gekomen, dan had ik hem als onderstaand omschreven. Overigens weet je het bij mij nooit, wie weet beland hij daar toch nog wel eens.  Omdat ik tegenwoordig min of meer gesponsord wordt, toch maar vast op voorhand een gepersonaliseerde probikesticker geplakt.  Ehhh… had ik al gezegd dat geel mijn lievelingskleur is?

 

Technische specificatie wegfiets

 Merk en type: Union Randonneur.

Framenummer: 102468 (ingeslagen op buitenzijde linkerachterpad).

Bouwjaar: vroege jaren 70.

Herkomst: Nederland, Nieuwleusen (Ov.)

Buismateriaal: staal.

Balhoofdstel: staal, kogelagerringen. Gereviseerd, nieuw in het vet.

Framehoogte: 61 cm. centre-top gemeten. Balhoofdhoek en hoek zadelbuis beide 72 graden.

Kleur: geel met zwart. De eerste originele lak en transfers. Door de tijd vanzelfsprekend wat beschadigingen en verbleekt. Schoongemaakt, en in de wax gezet. De vorkeinden zijn verchroomd maar ondanks opknapbeurt maar niet meer echt heel fraai meer.

Versnellingen: 10; 2x 5 (waarvan 8 bereikbaar).

Crankstel: Sugino Maxy spieloos aluminium. Bladen 52/42, cranklengte 171 mm. Inclusief SR stofdoppen.

Bracket: staal. Spieloos Gereviseerd, nieuw in het vet.

Pedalen: racepedalen, Shimano dubbelzijdige klikpedalen SPD-M

Ketting: ½ x 3/32 “.  Zwart. Geklonken. (nieuw)

Freewheel achter: 6-voudig pignon. 14-16-18-20-22 tands. (De 14 is licht versleten).

Wielen: 36 spaaks draadwielen met aluminium velgen. Voor Fiamme Milano (Italië) en achter Flandria (Weinmann-België). Aluminium hoge flensnaaf achter en een idem lage flens naaf (Edco) voor. Voorzien van asmoeren, dus hufterproof.

Banden: 28 inch, 700C. nog erg goede geheel zwarte Schwalbe Blizzard draadbanden 23 mm. breed. Butyl binnenbanden met Presta (Franse) ventielen.

Stuur: 39 cm. stalen 22 mm. racebocht in een 80 mm. lange aluminium SR stuurnok. Voorzien van geel foam stuurlint (nieuw) en chroomkleurige stuurdoppen.

Remmen: zijoptrekremmen voor en achter (van verschillend merk, Weinmann resp. Altenburger). Kabels vernieuwd. Bediend door Weinmann safety remgrepen. Makkelijk in stadsverkeer met de handen bovenop het stuur.

Derailleurs: Shimano voor en achter bediend door Shimano Altus frictie verstellers.

Zadel: Vetta Love zadel, met geborduurd “prikkeldraad” stiksel.

Zadelpen: staal.

Extra’s: Koperkleurige luide racebel. Zwarte Bluemels kunststof spatbordjes. Crivit zijstandaardje. Beugelslot. Batterijlampjes.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Herintreder… (vervolg)…

Kan mee naar Tiel”, is sinds jaar en dag hét verkoopargument in advertenties van caviafokkers her en der. Zaterdag 4 mei jl. al weer de 11e uitvoering van deze Caviadag van de speciaalclub NCC in genoemde plaats. Als in vorige aflevering van dit blogje aangegeven was dit evenement bij ons thuis pas erg laat in de “planning” opgenomen. Als dus niet gepland beantwoordde ik begin april de vraag gesteld door een bevriende collega fokker/keurmeester: “Ga je nog naar Tiel” als duidelijk en pertinent ontkennend. En nu kwam het er dus toch van. Voor mijn vrouw voor het eerst weer eens sinds januari 2013 (de KLN Bondsshow in Nieuwegein) dat ze weer eens meeging naar een show. In vroeger jaren gingen we vaak nog wel als een soort gezinsuitje naar de shows. Ik herinner me Beestenspul, Lisse, clubshows en noem maar op. De laatste jaren beperkte ik me toch vaak tot de evenementen van mijn eigen vereniging KDV Westland en ging ik alleen. Incidenteel, maar toch ook alweer jaren terug, nog wel eens samen met mijn zoon naar de Bondsshows in Utrecht. Omdat juist hij een “Kan mee naar Tiel” jong schildpad zeugje aldaar wilde afhalen/aanschaffen, en zeker omdat dat het niet zo ver van hun huidige nieuwe woonplaats Gorinchem is, gingen we met zijn viertjes.

Een kort sfeerverslag. Het blijft toch een beetje apart volluk, die cavia-fokkers. Zonder er meteen een waarde-oordeel aan te willen hangen, want ze vallen zowel in positieve als soms ook negatieve zin op. In zijn algemeenheid positief te noemen is de goede organisatie van de dienstdoende speciaalclub NCC. Waarbij je allesbehalve zou zeggen dat onze sport in een negatieve neergaande spiraal verkeert. Integendeel zelfs, een record van 1.066 ingeschreven cavia’s voor deze show -waarvan 118 in de zogenaamde knuffelklasse- maakt het volgens zeggen de grootste puur caviashow van Europa. Klasse dat de speciaalclub wél die link weet te leggen tussen de “gewone” liefhebber versus de georganiseerde (KLN show)fokker. Daar waar dat besef bij KLN nog steeds niet is doorgedrongen. De NCC anticipeert dus al wél op tijd op de toekomst. Chapeau. Een mooie ruimte van de plaatselijke kleindierenvereniging. Maar voor zoveel ingeschreven dieren misschien eigenlijk nét te klein. Uit het jasje gegroeid.  Krappe gangpaden voor het in grote getale aanwezige publiek. En dan zit alles dus jammer genoeg getopt. Zonder dat het echt tobben was. Er zat immers kwaliteit genoeg tussen. Zonder echt de intentie te hebben om tot in detail elk diertje te gaan bekijken zie je zo nu en dan in het voorbij lopen ineens er eentje die écht opvalt. Als je dan in de -keurig verzorgde fullcolour- catalogus kijkt (soms zijn de advertenties wel wat wazig) bij het desbetreffende kooinummer, kom je soms tot de conclusie dat het niet toevallig is. Toppers gefokt door bewezen topfokkers, zonder hierbij in de valkuil te willen trappen om namen te gaan noemen. Overigens zoals er -gezien vanaf de andere kant van de medaille- ook opvallen waarbij je denkt dat de fokker zich het inschrijfbedrag van € 2,50 per nummer beter had kunnen besparen. Wellicht dat het lage inschrijfgeld per nummer (ad € 2,50) drempelverlagend werkt.

Op menige show kom je vanaf het eerste (cavia)kooinummer de door mij geliefde kleurslag goud-agouti tegen. Alleen ging het hier wel 26 kooien lang door. Lang geleden dat ik er zoveel bij elkaar zag. Ook helaas wel weer een grote verscheidenheid. In dekkleur vooral. Van te donker tot veel te rood. En steeds vaker zie ik ook weer de alom gehate oogringen (“bril”) bij de wildkleuren. Het blijft toch ook wel weer een beetje zonderling wereldje, en mogelijk ben ik als van origine konijnenfokker iets te rationeel bij het insturen van dieren. Onze schoondochter had al wel eens een jongdierendag bezocht, maar nog nooit een show van dit kaliber. En ze keek haar ogen uit. Föhnen van een langhaar en in papillotten gezette cavia’s in de kooien waren een hele nieuwe belevenis voor haar, nu haar vriend -onze zoon dus- het idee heeft opgepakt om weer gladharen in de kleurslag schildpad te willen gaan fokken. Als gezegd, een vreemd wereldje soms. Een waterflesje ophangen voor een show van één dag. Het zou bij mij niet opkomen. Een stukje komkommer of peen zorgt voor zat vocht voor dat ene dagje. Vroeger zou zo’n flesje zelfs een reden voor een DIS geweest kunnen zijn omdat het een aanwijzing kon zijn voor een louche keurmeester. Die echter niet meer bestaan. Of eigenlijk nooit bestaan hebben. Een keurmeester keurt een dier en niet zijn of haar fokker, en doet dat vooral voor zijn lol. Punt. De keurmeesters zaten keurig opgelijnd aan een zijde van de zaal. Opvallend was dat de pleisters met kooinummers allemaal goed waren uitgevoerd en ook nog zonder uitzondering op het juiste oor aangebracht. Iets wat mij nog wel eens overkomt, om ze -dom natuurlijk- op het verkeerde oor te plakken. Ik heb aan de binnenkant van mijn verzendkist tegenwoordig dan ook een spiekbriefje opgeplakt. Ik heb een leeftijd waarop dat weer mag. Ook gezien, van die soort theemutsen in de TT-kooi zodat de daarin tijdelijke gehuisveste Skinny cavia’s het niet te koud zal krijgen. Wat een gezever… Als je daar mee zit dan kun je mijns inziens zeker gezien vanuit dierenwelzijn misschien zelfs nog beter een variëteit gaan fokken met een flinke bos haar, daar zijn er ook zat van. Onder de noemer: “Voor Elck Wat Wils”. Die Skinny soort staat nog steeds een beetje ter discussie. De standaardcommissie wilde (en kregen) ze voor de voorlopige erkenning, terwijl het hoofdbestuur dat nog lang heeft kunnen tegenhouden. En als dan door de voorstanders het argument in stelling wordt gebracht dat ze in  Europees verband wel erkend zijn, dan blijkt het hoofdbestuur der KLN daar dan wel weer gevoelig voor te zijn, en dus overstag gaat, helaas. Wat dat betreft heeft het hoogste orgaan in onze liefhebberij naar mijn oordeel -zoals hier vaker geëtaleerd- weinig gevoel voor haar eigen identiteit in de mondiale kleindierwereld.

Een gigantisch gevarieerd aanbod in de verkoopklasse. En menige caviafokker haalt hier ruimschoots zijn inschrijfgeld terug en misschien zelfs een deel van de verstookte benzine ook nog wel. Misschien moet je jonge dieren dan wel iets langer aanhouden, maar maken ze het in de tussentijd opgevreten dure voer weer goed in de vorm van een iets betere verkoopprijs. Mijn zoon overweegt ook vanuit het oogpunt van een betere afzet mede om deze reden lid te worden van de speciaalclub. Ik kan zonder speciaalclub, want heb het lidmaatschap van de NHDC niet voor niets destijds opgezegd. Zonder lidmaatschap van de bond kan ik dan weer echter niet, en dat is op zijn beurt voor hem op dit moment weer niet zo’n prioriteit. En zo zijn we als een soort “combinatie” net als vroeger lekker aanvullend bezig. We gaan zien hoe zich dat verder dit jaar en volgend ja(a)r(en) zich zal ontwikkelen. Wordt beslist vervolgd…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Herintreder…

In deze barre tijden in onze kleindierensport is elk lid er een. Verenigingssecretarissen zijn dan ook zuinig op hun leden. Soms moeten ze zelfs tegen hun wil noodgedwongen terecht ook wel eens wat harder optreden. Want veel reeds lang inactieve leden moeten zo nu en dan noodzakelijkerwijs geroyeerd worden vanwege contributie-achterstand. Vreemd verschijnsel, want de hoogte van de contributies in onze sport zijn doorgaans bij elke vereniging aan de lage kant. En ook een telefonische opzegging richting secretaris of penningmeester is zo gepiept. Kort en goed, in elk jaarverslag is zo’n bestuurder al meer dan dik tevreden als hij constateert ziet dat zijn ledenbestand op het einde van het boekjaar minimaal gelijk is gebleven.

Ik heb hier vaker wel eens aangegeven dat er van alles aan gedaan wordt om nieuwe leden te werven. Ik denk zelfs dat de verenigingen die aan de basis van de keten hierin een actievere rol spelen dan op een hoger bestuurlijk landelijk echelon. De plaatselijke verenigingen voelen verlies van leden -of een (positievere) toename ervan- namelijk direct. Vaker ook al te berde gebracht dat we het in de huidige opzet van onze sport het niet meer moeten hebben van jeugdleden. Op een of andere manier is onze georganiseerde sport er niet meer een van deze tijd. We zullen meer naar een bottom down manier van de “gewone” liefhebber moeten. Niet zoals KLN pretendeert moet de fokker centraal staan, maar vooraleer de liefhebber. Natuurlijk is die fokker ook een liefhebber, maar laatstgenoemde categorie hoeft niet per definitie geen fokker te zijn. Gewoon leuke huisdier- of knuffelkeuringen.

Komend weekend is het plan om naar de Caviadag van de speciaalclub NCC in Tiel te gaan. Kwam pas laat opzetten, dit plan. Maar we werden gevraagd door onze zoon, die zich langzaam maar zeker weer lijkt te ontpoppen als een herintreder in kleindierenland. Hij was nog maar een jaar of 7 à 8 toen hij al meeging naar de shows met mij. En rond die tijd ook zijn eerste caviaatje kreeg. Waarna er nog velen volgden. Ook zijn zus deed in die tijd mee, en we waren in die tijd een aardige delegatie op de club- en open shows in de regio. Ik met de konijntjes en de kinderen met de cavia’s. Waarbij alles voorbij is gekomen, voornamelijk gladhaar maar ook Tessel (nu Texel), Rex en later de Borstel-variëteit. Zuslief kreeg verkering en haar broer ging op een gegeven moment studeren in een andere stad. En dan moet -logisch- het fokken van cavia’s er (even) aan geloven. Op een gegeven moment kwam het er langzaam toch weer van. En hij had zijn zinnen gezet om de cavia gladhaar in de kleurslag schildpad weer op de kaart te zetten. Ze zijn er niet meer, de laatste heb ik ooit weer eens gevonden in de catalogus van de Bondsshow in Utrecht in 2005. In 2015 was hij al weer aardig op weg in deze fraaie kleurslag, maar -zoals dat hoort bij jonge mensen- kwam er wat belangrijkers op zijn pad. Langzaam maar zeker is hij meer gesetteld en wil hij de draad van 2015 weer oppakken. In Tiel is een afspraak om weer een schildpad cavia op te halen bij een aldaar toch exposerende fokker. Wordt vervolgd… 😉

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

100 jaar…

Helmenfabrikant Lazer (mijn wat oudere reservehelm hiernaast afgebeeld is er een van dat merk) viert op 25 mei aanstaande haar 100-jarig bestaan. Met een 100 kilometer lange toerrit, met 100 deelnemers. Zo las ik terloops op Facebook. Moest toch even achter mijn oren krabben, en ik had mijn helm niet op, dus dat kon ongehinderd. Mijn eerste ingeving was: “Dat kan niet”. In mijn beleving worden in onze sport nog niet zo lang helmen (van welk merk dan ook) gedragen. Een blog schrijven is één, een goed blog is twee, en voor dat laatste is research een vereiste. En het blijkt dat helmen in de wielersport zelfs al langer bestaan. Voor zover ik de geschiedenis mag, kan en zal geloven was de 19-jarige profstayer Eugené Bruni in 1903 (hij was toen al getrouwd en vader van twee kinderen!) de eerste die met een zelfgemaakte helm op achter de grote motoren reed op de baan van het Parijse Parc des Princes. Dodelijke ongelukken waren aan de orde van de dag destijds in de stayerij. De overgekomen Amerikaan George Leander deed er wat schertsend over, maar kwam tijdens de wedstrijd ten val en ging in een loden kist weer de grote plas over. Aldus de (leuke) site van Stuyfssportverhalen. En wat jaren later werd het gebruik van een (dichte, leren) helm bij het stayeren zelfs al gemeengoed. Op de baan bij de andere disciplines wat later ook, met het wat luchtige model wat we nu misplaatst (maar toen zeker niet) worstenhelm noemen.

Op de weg was het sowieso (nog) niet gebruikelijk, en in -weer- mijn beleving was het Jean Robic die als eerste vaak (of bijna altijd) met een zelf gemaakte leren helm op reed. Hij was bang voor hoofdletsel, en dat was op zich eigenlijk niet eens zo vreemd. Men noemde hem gekscherend ook wel tête de cuir (lederen hoofd). Pas veel later toen de -vergeef me- de worstenhelm al een beetje op zijn retour was en de kunststof schaalhelm zijn intrede had gedaan in onze sport kwam ook daarmee de discussie meer op gang. Zeker na wat spraakmakende ongevallen. We staan even stil bij Fabio Casertelli, die stierf op 18 juli 1995 als gevolg van een val in de afdaling van de Col de Portet d’Aspet in de Tour de France. Hij kwam met zijn ongehelmde hoofd tegen een betonblok en stierf nagenoeg ter plekke. De Kazach Andrej Kivilev kwam ten val in Parijs-Nice in 2003, en toen werd de helmplicht echt definitief. Al sinds 1991 pleitte de internationale wielrenunie UCI voor het gebruik van de helmen, maar de renners vonden de “pothelmen” van die tijd te zwaar, lomp en te warm. Er werd van alles bijgehaald om maar gee helm te hoeven dragen. Zo werd te berde gebracht dat de renners niet goed te herkennen zouden zijn… Een tussenoplossing voor dat “te warm” is nog een poos geweest dat bij etappe-aankomsten bovenop de helm onder aan de klim mocht worden afgezet en afgegeven. Dat was weer wat anders dan een bidonnetje aangereikt krijgen of een regenjasje juist afgeven.

In het jaar 1919 waarin Henri (Ritte) van Lerberghe de Ronde van Vlaanderen won met een solo van begin tot einde, werd ook dus de firma Lazer opgericht. Gebruik je kop, altijd een helm op, is een poos het motto geweest van ons aller KNWU. Een beetje gejat wel die spreuk, want die deed al opgeld juist vóór de helmplicht van de bromfietsers in ons land werd ingevoerd. Desalniettemin een zeer lovenswaardig pleidooi. En het werkt, je ziet tegenwoordig nagenoeg geen sportieve fietser meer zonder fietsen. In geval van de feestvierende firma Lazer, is het dan ook niet meer opportuun om een dergelijke reclamecampagne voor te willen stellen. Een eindje fietsen? Lazer op! Dan maar een toertocht…Zeker zo leuk. 🙂

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen