Wijzigingen…

De kleindierensport ontwikkelt zich. Soms gedwongen, mede door de algemene opinie, ons min of meer opgedrongen door maatschappelijk ontwikkelingen in casu zienswijzen ingegeven door dierenwelzijnsorganisaties. We kunnen niet anders dan daar in meegaan. En toegegeven soms zijn dat ook wel min of meer begrijpelijke zaken. Of lijken dat te zijn. In het ogen van leken zeker. Mijns inziens is het niet altijd zo zwart-wit. In het vraagprogramma van de caviadag (komende mei) van speciaalclub NCC staan wat wijzigingen weergegeven in relatie tot de regelgeving zoals deze voorheen gold.

 (Citaat🙂 Belangrijke wijzigingen voor de show in 2020.

Voor deze editie van ons mooie evenement in Tiel is het belangrijk jullie te informeren over enkele belangrijke wijzigingen. Dit zijn allemaal zaken die wij doorvoeren om de toekomst van ons evenement en tevens het welzijn van onze cavia’s te waarborgen. Wij vragen u daarom ook deze onderstaande zaken goed door te nemen.

  • U dient al uw dieren in schone, ruime en goedgeventileerde transportmiddelen te vervoeren. Dit geldt voor de ingeschreven showdieren, maar ook voor uw verkoop- en gereserveerde dieren.
  • U dient al uw dieren te voorzien van voeding (brok, hooi en/of groenvoer) ENwatervoorziening (dit kan zijn een waterfles of waterbakje). Wij verzoeken u na afloop van de tentoonstelling eventueel bevestigingsmateriaal te verwijderen.
  • Verkoop van dieren zal vanuit tentoonstellingskooien geschieden, niet meer vanuit losse dozen/kisten/bakken. Voor uitleg, zie onder kopje “verkoopskooien”.
  • Mocht u zich niet kunnen vinden in deze wijzigingen behoud het tentoonstellings-bestuur het recht om u als deelnemer te weigeren. Dit geldt voorafgaand aan ons evenement als ook op de dag van het evenement zelf.

(Einde citaat.)

Voorheen was de verkoopklasse een gezellige boel van kistjes, kattenmandjes, dozen, duivenmanden etc.Soms was er geen doorkomen aan, maar het had wel wat. Watervoorziening doen al meerdere fokkers op een show tegenwoordig. Oudere fokkers zijn grootgebracht met het voorzien van voldoende fruit en groente voor een verblijf van een (of zelfs meerdere) dag(en). Zoveel drinkt normaliter een cavia niet. Zeker niet in een voor hem (tijdelijke) andere omgeving. En ook eten doen ze minimaal op een show. Want wetenschappelijk is bewezen dat een cavia 20% meer zuurstofopname kent bij wijziging in de huisvesting. Noem het stress. Natuurlijk kent elke fokker zijn dieren persoonlijk het beste. Elke fokker kent wel een of meerdere “natnekkken” in zijn stal. Maar even goed, per saldo zal het een en ander wel ten goede komen, en het ontneemt dierenactivisten de schijn mogelijk om stennis te maken. Over de verkoopkooien nog:

(Citaat🙂Verkoopskooien
Vanaf heden is het op onze tentoonstelling niet meer toegestaan dieren aan te bieden vanuit transportmiddelen (zoals transportkisten, dozen of reismanden). Dit alles vanuit het oogpunt van dierwelzijn en een betere controle hierop. Het is mogelijk een verkoopskooi te reserveren (maat 50x50cm), geschikt voor 2 volwassen of 3/4 jonge cavia’s. Per inzender/adres kunnen er maximaal 2 kooien worden gereserveerd, dit kunt u aangeven op uw inschrijfformulier. Kosten zijn €2,50. Er zijn in totaal 72 kooien beschikbaar, vol is vol! (Einde citaat.)

Bezoek de NCC Caviadag begin mei, zie hier

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan…

    Naar de een familieroman van Louis Couperus. Op die boektitel gestoeld, zo lijkt het, heb ik (nog niet zo heel lang) een bestandje in Word opgeslagen waar ik zo nu en dan foto’s en bijzonderheden over met name oudere racefiets digitaal opsla die ik tegenkom op websites als bijvoorbeeld Marktplaats.nl en Facebook. Want soms verdwijnen die –vooral bij eerstgenoemde– toevallige passanten net zo snel weer als ze gekomen zijn, en vind je ze nooit meer terug. Sommigen zijn echter meer dan de moeite van het bewaren waard, in mijn beleving. Zo ving ik deze week twee vliegen in één klap op de ons aller bekende digitale markt. In mijn blogje van zo’n beetje twee jaar terug over framebouwers in Den Haag en Rotterdam blijk ik er een (en misschien wel meer, laat het me dan weten, hè) te zijn vergeten. Ik haal van een site over klassieke racefietsen het volgende linkje aan. Op de foto op marktplaats.nl stond als zodanig een Silk Sport fiets, met daarachter er eentje van het merk Simon. Van Arie Simon. Over hem vond ik het volgende gelinkte stuk. Behalve framebouwer is Arie bekend van de derny’s. Ik onthoud me van de marktplaats (en andere) foto’s want die zijn immers iemand anders “intellectuele eigendom”. Wat je moet respecteren.

foto: Fabio Farelli, met diens toestemming gebruikt voor een eerdere publicatie, waarvoor dank.

Het fotootje hier afgebeeld heb ik eens eerder mogen lenen van een collega fietsenfreak. Bij gelegenheid mag je bij mij op de PC je op de hoogte stellen van hierboven genoemde fietsen, indien gewenst. En anders… houd ik ze lekker voor mezelf. Soweiso omdat ik het zonde vind als ze voorbij gaan…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Met het oog op morgen…

U kent het vast, of heeft er van gehoord, het programma op NPO1 radio met een blik op de ochtendkranten. Ik wil een stukje verder: Met het oog op Tokio. Dit jaar staan de Olympische Zomerspelen op de kalender. Fietsfabrikanten laten dit niet ongemerkt voorbij gaan. Met name voor de baanfietsen in de korte afstanden valt er Wat(t) winst te halen. Hoe belachelijk het ook moge klinken maar van de UCI mag een fiets niet lichter zijn dan 6,8 kilo. Of er dat nou een is van 52 of 64 centimeter framehoogte. Of het nou een wegfiets of een baanfiets betreft. Het maakt de reglementen niet uit. Vreemd genoeg. Als ik wel eens een fiets compleet uitkleedt verbaas ik me nog wel eens over het gewicht wat het totale afgemonteerde onderdelenpakket van een wegfiets bij elkaar aan gewicht in de schaal brengt. Hoe licht tegenwoordig zulk spul ook is uitgevoerd. Een baanfiets heeft behalve een frame met balhoofd en trapas, twee wielen met een enkel kransje achterop, een stuur met lint, een zadelpen, zadel, crankstel met een enkel blad, ketting en pedalen. En dan heb je het wel gehad. Een wegfiets daarentegen; ook een frame met balhoofd en trapas, twee wielen met een hele riedel van 10 of 11 kransjes. En natuurlijk ook dat stuur met lint, een zadelpen, zadel, crankstel maar wel met twee bladen, ketting en pedalen. Maar ook nog een remmen, remgrepen, kabels, een voorderailleur, een achterderailleur met kabels, en ook nog een (of twee) bidonhouders.

Beide varianten kunnen met gemak worden gebouwd met dat voorgeschreven gewicht. Sterker nog, je kunt dan her en der wat zelfs gewicht (lees: sterkte) toevoegen waar gewenst. Wegfietsen bijvoorbeeld met schrijfremmen uitgevoerd zijn wat zwaarder dan die met velgremmen. Maar die fabrikanten hebben ook daar geen problemen mee. Op de baan telt het gewicht wat zwaarder zogezegd. Op de relatief korte afstanden telt elke seconde. Elk grammetje gewicht kan tijd schelen. En ze krijgen het soms zwaar te verduren. Die baanfietsen kunnen derhalve echt daar worden versterkt waar nodig. En ik verzeker, het is nodig. Heb je die bovenbeentjes van de hedendaagse baansprinters wel eens gezien. En ze uit het startblok vanuit stilstand zien vertrekken voor bijvoorbeeld de teamsprint of achtervolging. Daar worden heel wat krachten op los gelaten dan.

Onze bond (KNWU) heeft samen met KOGA (niet meer met Miyata), TU Delft, Actiflow, en Pontis Engineering de nieuwe fiets voor de baanrenners ontwikkeld. De “oude” Kimera dateerde alweer van 2008. Voor de Spelen van Beijing ontworpen toen. Toch nog steeds een rap karretje, hoor. Middels een prijsvraag mocht een nieuwe naam uit 1.700 inzendingen (de mijne niet, ik heb het te laat gelezen) worden bepaald, welke uitkwam op Kinsei. Hetgeen volgens bedenker Patrick de Roo (mooie wielerachternaam) vrij vertaald “Gemaakt voor goud” betekend. Omdat ik niet graag foto’s digitaal jat, hier een linkje naar de site van KOGA. Waar je dit wonder op wielen kunt aanschouwen. U moet het doen qua beeldwerk met een klassieke fixie die ik jaren geleden in elkaar stak.

De rest van de wereld zit natuurlijk ook niet stil en de Franse wielerbond is met Look en Corima in de slag gegaan, wat geresulteerd heeft in de LOOK T20. Ook hier om dezelfde reden een linkje. Ik moet eerlijk bekennen dat er aan deze Fransoos wat extraatjes zitten die ik op de KOGA mis. Zoals de afgedekte steekassen (nóg aerodynamischer), achter zelfs helemaal weggewerkt in het frame.  Net als het ZED carbon monobloc crankstel, waarbij de cranklengte licht kan worden aangepast. Altijd listig op een baanfiets, in verband met het feit dat de doortrapper in conflict kan komen met de schuine kant van de baan. Corima staat voor de wielen, waarin zij al jarenlang toonaangevend zijn in de baansport. Al wil ik daarbij het Nederlandse FFWD (Fast Forward) niet achterstellen. Beide fietsen hier in stemmig rouwend zwart, toegegeven dat had wat vrolijker gekund.

Vooruit, één klein uitstapje dan nog, nu we het toch over reviews van fietsen hebben, en over het komend jaar hebben. Normaliter heb ik niet zo op van die voorgebakken carbon gevallen, zoals de goede lezer weet. Maar voor deze ene keer maak ik een uitzondering. Het linkje verwijst naar de in de teamkleur van het vorig jaar uitgevoerde nieuwe TREK Domane SLR 9 project one wegfiets. Mollema gaat er mee aan de slag dit jaar. Bijzonder vind ik de “kofferbak” onder de bidonhouder op de schuine buis, niks nie zadeltasje of reservebandje, bandafnemers en zulks gespuis in een achteloos afgeknipte bidon in die tweede bidonhouder. Nee, opgeruimd staat netjes. Een droomfiets, en dat blijft het nog even als je het prijskaartje ziet. € 12.499,- 😦

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Elk nadeel heb se voordeel…

Met Amsterdamse tongval uitgesproken, wordt deze spreuk doorgaans onlosmakelijk gekoppeld aan Johan Cruijff. Naar het schijnt is echter Wim van Hanegem de “bedenker” ervan. In de wielersport kennen we ook wel zulke zaken van al dan niet illegale kopietjes, die de boventoon zijn gaan voeren. De Campagnolo Record zadelpen is jarenlang door het Japanse SR nagemaakt, en beide lijken voor het ongeoefende oog nagenoeg op elkaar. Behalve de prijs dan. Shimano pakte het slimmer aan en kwam destijds (medio midden jaren 70) na vele jaren openlijke fotografische spionage op wielerbeurzen, met de eerste generatie Dura Ace groep op de proppen die het op moest nemen tegen de Record groep van Campagnolo. Na jarenlang gesteggel (of is het organiek gestechel?) is ze dat uiteindelijk aardig gelukt ook. Het feit dat tegenwoordig zelfs toonaangevende Italiaanse professionele wielerploegen met dat Japanse spul rijden, zegt wel iets over de algehele acceptatie van onderdelen uit het land van de rijzende zon.

zes

Er zijn ook wel echt discutabele noviteiten op fietsgebied, naar mijn idee. Als we het hebben bijvoorbeeld over het aantal kransjes op onze achternaaf. 10 vit was al mooi, 11 vit als vergrotende trap mooi zat en 12 vit is de onnodige overtreffende trap. Het nut ervan lijkt mij uiterst twijfelachtig. En stiekem moet ik soms wel lachen dat we decennialang bezig zijn geweest om meer versnellingen aan boord te krijgen door dat achterwiel met meer kransjes te bevolken, al of niet met de vermenigvuldigende factor van meer kettingbladen vóór. En wat zie je nu? Op veel moderne mountainbikes -of de nieuwe loot aan de stam gravelfietsen (ook al zoiets)- zie je weer één enkel blad vooraan verschijnen !? Net nu we dachten na de jaren 30/40 van de vorige eeuw ervan verlost te zijn geweest. Ondanks dat de fabrikanten het tegendeel beloofden, zie ik in de crossen op TV menig keer een ketting van de tandwielen lopen. Nu hoort lopen wel bij het crossen, maar dan op tijdstippen die de renner zelf verkiest.

Verende voorvorken in de mountainbike sport zijn zeker wel een significant voordeel, wat ik en vooral mijn handen en polsen kunnen beamen. Plots moest het aan de achterkant ook gaan veren. En om het zotter te maken, bedacht het Amerikaanse Cannondale de volstrekt onnodige voorvork met maar één poot, die men dan ook nog eens onhandig Lefty noemde. De meerwaarde van die geamputeerde voorvork ontgaat me volledig.

Gravelfietsen… Vroeger had je een racefiets voor op de weg en misschien had de ware pistier er ook nog een voor op de baan. Die weliswaar de halve zomer werkeloos in de schuur bleef hangen. Het alternatief voor de winter, crossen, deed je doorgaans op een afgeragte ouwe reserve wegfiets. Het enige echt belangrijke attribuut daarbij was een crosstube, en dan vaak allen nog maar achterop. Echte crossfietsen, met cantilever remmen waren slechts bedoeld voor dé echte specialisten. Nu moeten we zo nodig (volgens die fietsenboeren dan) de schuur nog voller zetten met ook nog eens een gravelfiets. Het is geen wegfiets, het is geen crossfiets, nee we noemen het een hybride. Een halfbloedje zeg maar. Jongens, laat je ook in dit nieuwe jaar –de beste wensen nog– niet gek(ker) maken.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Belgische krant…

Een zulks dagblad meldt het volgende te weten (linkje even openen), aangaande de hongerklop van Mathieu van der Poel die breed werd uitgemeten na het laatste WK op de weg in Yorkshire (Brexitland).

Dit Nederlands weblog waarvan de auteur/eigenaar/(enige) aandeelhouder/CEO de jaarbalans aan het opmaken was, afgelopen week, kwam een attribuut tegen wat hem ook op de weg dat mooie tricot aan had kunnen meten wat hij ook in het veld telkenmale als eerste over de streep laat zien komen.

Volgende keer beer, Mathieu. Je kunt deze bidon bij mij komen afhalen. Dat lijkt een klein gebaar. Maar ik verzeker je, een bidon… gratis… van mij… 🙂

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Uitverkocht…

een oude verkoopkaart aan de kooi van Avicultura hier in de toenmalige Haagse Houtrusthallen.

Kijk nog maar even goed naar deze verkoopkaart. Uitstervend in zijn soort. Want de kans dat je nà 1 juli van 2020 nog zoiets aan een tentoonstellingskooi zult aantreffen wordt minimaal. Bovendien kan het zo zijn dat de kans bestaat dat je als kleindierfokker een vakbekwaamheidscertificaat moet halen. Lees hier nog eens, meer specifiek het citaat in blauw. Niet voor de “doorsnee” (?!) fokker, maar wel als het grotere (?!) vormen aanneemt, of als je verkoopt aan anderen dan familie en vrienden (?!). Echt duidelijk zijn de “feiten” echter niet, als je het mij vraagt. Bij hoeveel hokken ben je een bedrijfsmatig fokker? Het rammelt echt aan alle kanten en duidelijke scheidslijnen zijn vooralsnog niet aangegeven. Duidelijk is wel; wil je dieren ter verkoop aanbieden op een show dan moet die tentoonstellingsorganisatie (c.q. vereniging) wel al per 1 juli a.s. beschikken over iemand die zo’n certificaat heeft. Shows zonder verkoopmogelijkheden mogen vooralsnog worden bevolkt met simpele zielen als die doorsnee fokker. Die dan wel kennis moet hebben hoe de dieren te verzorgen….. (?!) Shows bedenken zich op de nieuwe wijze wel even of ze überhaupt de mogelijkheid tot verkoop van de ingeschreven dieren nog wel zullen aanbieden. Voor hen is er namelijk nagenoeg geen profijt, alleen meerwerk. Die paar stuivers provisie of vergoeding voor de verkoopkaart zijn immers een schijntje als bijdrage in de onkostenvergoeding. Je moet daar het verkoopkantoor voor bemensen, mensen op de show rond hebben lopen die de verkoopkaarten aanbrengen, kopers de we wijzen, en de verkoop afhandelen tot en met het uitkooien van verkochte/gekochte dieren. Die shows doen/deden dat om ons inzenders/fokkers ter wille te zijn. Een extra service te bieden. Een gepaste mogelijkheid verschaffen om collega-fokkers, aankomend fokkers en/of leken voor weinig geld een leuk diertje aan te kunnen schaffen.

Wilt u er bijgaand pdf-je eens op nalezen? Het ligt beslist aan mijn tegenwoordig soms wat beperktere cognitieve vaardigheden, maar ik kon mijn aandacht er vooralsnog niet bijhouden. Misschien ontbreekt u die concentratie niet. Voor mij is echter wel min of meer duidelijk dat de liefhebberij van overheidswege langzaam wordt afgekalfd. Onder druk van onder andere dierenactivistenorganisaties, sommige politieke partijen (De Partij voor de Dieren, SP) en ook stadsbesturen (Amsterdam, Groningen) die er een ontmoedigingsbeleid op nahouden opdat wij straks onze hobby niet meer ongestoord kunnen uitvoeren. Ik krijg ook niet de indruk dat onze bonden zich erg sterk maken om dergelijke zaken te weerspreken, of aan te willen pakken. Men denkt mee, en laat zich naar de ehhh… slachtbank (mag dat?) brengen.

Als de voortekenen niet bedriegen is dit de onmiddellijke doodsteek als het gaat om op een show een dier te kunnen verkopen (en ook kopen dus). Ik denk dat het is voorbehouden aan een enkele grotere show. En het kan zijn dat dit een voorbode is voor nog verdergaande stappen. En dat in de toekomst alle kleindierfokkers allemaal zo’n certificaat moeten gaan halen. Straks zijn we wellicht ook nog mede schuldig aan de stikstofproblematiek.

Fijne feestdagen, Flappie… (en u ook allemaal.)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

D’n duvel is oud…

     Dat riep mijn over-grootvader (volgens de overlevering, ik heb het ook maar van horen vertellen) toen hij met verwijzing naar zijn meer dan respectabele leeftijd, werd gesommeerd van het dak af te komen, wat hij volgens zeggen aan het repareren was.

     Over oud dus; racefietsen zijn er al bijna net zo lang als de geschiedenis van den vélocipède zelve. Naar we mogen aannemen is de hoge bi (ons aller wel bekend, toch?) de eerste racefiets geweest. Van 1868, en toen leefde mijn over-grootvader dus al. In dat jaar vond in Parijs ook de eerste wielerwedstrijd plaats. In het Parc de Saint-Cloud ging de koers over 1.200 meter. Een Engelsman won, en die had al rubberen banden, naar verluidt. Dichterbij op 11 april 1869 was het in Gent te doen, meer precies tussen Veurne en Addinkerke. Een Belgische schoenmaker won. In Nederland duurde het tot in 6 april 1885 in Den Haag maar liefst. De oudste nu nog steeds verreden koers is Milaan-Turijn, de eerste was van 1876.

     Sindsdien is er wel wat gebeurd qua ontwikkeling van materiaal, kledij et cetera. Als je de oude zwart-wit foto’s ziet van vroeger jaren, maar ook nog in het begin van de 20e eeuw, dan waren het maar sjofele mannekes. Al was het zelfs zeker in den beginnen niet echt een burgermanssport. Enfin, de ontwikkeling van de (race)fiets is rap gegaan, maar toch nog steeds vinden we de oervorm van de huidige wedstrijdfiets van begin 20e eeuw nog aardig terug. Grofweg een voor- en achterwiel met een min of meer ruitvormig frame, een zadel, stuur, en een kettingwiel wat middels een ketting, trappers en tandwiel achter, de boel aandreef. En zo gaat het eigenlijk nog steeds. Oké, er zijn onderweg wat verfijningen gebeurd. Niet altijd ten goede overigens. Als je het mij -conservatieve retro liefhebber- vraagt is de authentieke uit staal opgetrokken racefiets van medio jaren 50 tot zeg maar 80/90 toch nog steeds een mooiere en rankere verschijning dan de hedendaagse vaak Aziatische lompe carbon gevallen. Alle mooie uitvindingen ten spijt als elektronisch schakelen, al of niet hydraulisch dan wel bekabelde schijfgeremde hoge velgwielen met (té) veul versnellingen.

     De geschiedenis van het mountainbiken is echter nog veel jonger, en hobbelt er grofweg pak ‘m beet zo’n honderd jaar achteraan. In de jaren zestig en zeventig van den voorigen eeuw waren in Californië een stel jonge gasten bezig op omgebouwde racefietsen met een soort motorcross stuur, brede banden op onverhard en vooral geaccidenteerd terrein. Er waren zelfs wat onderdelen gebruikt afkomstig uit de BMX sport, welke ook nog in de luier-fase verkeerde. Onder de eerste mountainbikers de legendarische Gary Fisher, die min of meer als de godfather van de mountainbike te boek staat. In ons trouwjaar (ja… het is al 40 jaar geleden) was hij het die de eerste mountainbikes in productie liet nemen. Als we dus 1979 als het geboortejaar van de mountainbike kunnen aanmerken, dan mogen we de Trek 800 Mountain Track uit 1987 die ik deze zomer op zolder weer (her)nieuw(d) leven inblies, na vele jaren ergens te hebben liggen verstoffen in een Wollukse stal, gerust aanmerken als een zeg-maar-tweede-generatie-mountainbike. Wat we nu noemen een rigid, eentje zonder vering dus. Zoals je by-the-way overigens nu weer terugziet in de variant welke in strandraces wordt gebruikt. Deze van het mountainbiken afgeleide vorm van wielersport wordt gedaan op fietsen die min of meer een kruising zijn tussen een mountainbike en cyclocross fiets. Op super zachte, brede  banden zonder noemenswaardig profiel langs de vloedlijn scheuren.

      Enfin, tot zover dit uitstapje naar zee, terug naar het bos, waar in een iets latere fase fietsen werden uitgevoerd als hardtail (eentje met voorvering), softail en fully. De laatste als vol-geveerde fiets met achter- en voorvering in de vork. Een softail moet het hebben van de geveerde voorvork en de min of meer “natuurlijke” vering van de constructie van de overigens vaste achtervork. Voor alles valt wat te zeggen, maar het is vooral een zaak van voorkeuren. De mijne gaat uit naar hardtail. Om aan het mountainbiken te snuffelen begon ik echter jaren terug op een oude Batavus Action Line Dasher zonder vering met 26 inch wielen.

      Welke maat van oorsprong voor de wielen, en dus banden decennia-lang de norm waren. De ontwikkelingen van 27,5 inch en 29 inch wielmaten zijn pas van de laatste decennia. De 27,5 inch versie is behalve wat lichter in gewicht ook wellicht iets vinniger en directer sturend dan de zogenaamde twenty-niner. Die op zijn beurt misschien weer wel wat rapper is. Het zal niemand verbazen dat de nieuwe (op advies van mijn vrouw trouwens) aangeschafte mountainbike in april 2917 er eentje is geweest met 27,5 inch wielen, schijfremmen en verende voorvork. Verbazingwekkend is het (voor mijn doen) dat ik hem na ruim tweeënhalf jaar nog redelijke origineel heb weten te houden. En niet verder heb opgetuigd dan met een kicke bidonhouder (die kon er bij aankoop niet af, wel een reservebandje) en bar-ends. Alle onderdelen zijn nog de originele. De bar-ends monteerde ik eerder ook al op de Batavus omdat ik door de toch andere zit (vooral in het terrein) nog wel eens last kreeg van slapende handen, door de redelijk eenzijdige stand van de handen. En ook door het voor mij misschien nog onwennig té krampachtig in bedwang houden van het brede platte stuur in veld, bos en duin. Op een krom racestuur (waar ik zo’n 55 jaar wel aardig aan gewend ben geraakt) kun je alle kanten uit.

      Tot zover de schriftelijke LOI-cursus Mountainbiken voor dummies. Afsluitend met de mededeling dat ik hier nog twee authentieke 26 inch crosserts heb staan. Voor een vriendenprijsje kun je ze afhalen. Ik hoef de hoofdprijs niet. Voor de hier eerder genoemde Amerikaanse Trek, maar ook voor de ook hele fijne Giant Boulder van 2007. Allebei op-en-top nagekeken en met veel liefde en vet weer in elkaar gestoken. Met gewone vlakke pedalen, om opnieuw fietsen leren met klikpedalen maar even voor te zijn. Maar als je eigenwijs en persé wilt, kan ik ook een paar SPD klikpedalen voor je regelen.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen