Dashboard …

Marianne Vos leek de wedstrijd van afgelopen weekend Postnord Vårgårda WestSweden RR te hebben gewonnen. Maar de jury zette haar terug naar de laatste plaats. Een mogelijk ijverig stagiare jurylid had gezien dat ze een paar meter in de zogenaamde Puppy Paws houding had gereden. Ik kende het fenomeen wel, de naam nog niet. Ik was blijven hangen bij de Super Tuck die we ook al eens eerder bespraken. Het niet óp het zadel maar óp de bovenbuis zitten, met de kop tussen de kabels. Althans dat laatste zouden we vroeger zo hebben benoemd.

Met de Puppy Paws hangen de handjes losjes over het stuur, de polsen op het stuur rustend. En dat mag dus niet (meer). Die Super Tuck deden wij vroeger al, als we op de fiets van een grotere broer wilde fietsen. Om de simpele reden dat je simpelweg niet op het zadel kón.

Marianne heeft het voorval sportief over zich heen laten komen. En er niet al teveel woorden (heel even maar) aan vuil gemaakt. Zo zijn de regels, meldde ze. Wel heeft ze een sticker op het stuur geplakt met de tekst Puppy Paws. Om haar er aan te laten herinneren. Wat mij doet beseffen dat die forse sturen van tegenwoordig zat plek laten om een hele etappe aan bergen te laten registreren, en ook nog eens de rugnummers van de renners die je voor het klassement in de gaten moet houden. Er zit tegenwoordig zat elektronica aan die fiets, dat een lichtkrant te bedienen vanaf de ploegleiderswagen volgens mij tot de mogelijkheden zou moeten kunnen behoren. Hoeven de dienstdoende ploegbazen ook niet al die oeverloze onzin de ether in te smijten. Voorkomt tutende oren. Soms zitten ze zich zelfs met zijn tweetjes tegelijk te bemoeien achter het stuur, en daarnaast…

links onze oudste kleindochter (2011) en rechts de jongste (2017) – alweer een paar Rijense kermissen geleden….
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Koga…

Mijn zoon kocht dus (als te lezen in een vorige blog) onlangs een carbon racemachine van Ridley. De Ridley Kanzo Speed om precies te zijn. Het type van dit jaar is uitgevoerd in alle kleuren als het maar blauw is. Naar Henry Ford, al was het toen zwart. Het blauw op de foto’s vond ik niet zo. Zwart zijn eigenlijk alle moderne carbon racefietsen zo’n beetje. Politiefietsenzwart. Met hooguit een miniem toefje van een contrasterende kleur. In het echt bleek die blauwe kleur erg mee te vallen. Zelfs een metallic lakje. Niet verkeerd. Om in de politietermen door te gaan, meer blauw op straat. Ook de Shimano GRX 400 gravel groep mocht er zijn. Al beperkt het zich tot het rem-/schakeldeel. Wielen, stuur, zadel, zadelpen, etcetera zijn van het eigen onderdelenmerk van Ridley, Forza Stratos. Ik moet echt zeggen dat ik onder de indruk was van de prestaties én verschijning van deze gravel racer, die zich gezien uitvoering goed zal gedragen op zowel het asfalt als menige ruwere ondergrond. De 33 millimeter Vittoria banden zijn prima voor het asfalt, het grovere profiel bevindt zich grotendeels op de zijkanten van de band. Iets minder hard opgepompt ook nog eens comfortabeler. En niet voor niets stelt de UCI 33 millimeter als maximum voor de bandbreedte bij het cyclocrossen. By the way (1), de fiets is voorzien van een UCI goedkeuringslabel. By the way (2), de clearance van de vorken kan zelfs 36 mm. bandbreedte aan. Maar dat lijkt mij niet echt nodig, eerder overbodig.

Het rijdt als een malle. Eerlijk gezegd had ik nog nooit op een carbon fiets gereden, en dus moet misschien wel veel wat ik hier ooit uitgescholden heb voor carton in een ander licht worden bezien. Tot dan toe heb ik me beperkt tot het beroeren bij fietsenboeren en in de remmetjes knijpen aldaar en op beurzen. Een stalen fiets is flexibeler in bracketstijfheid. Deze Ridley geeft geen millimeter krimp. Hetgeen zich vertaalt in het gebruik uit het direct overbrengen van krachten, zonder dat die door genoemde flexibelere stijfheid min of meer verloren gaat. Idem als het gaat om torsiestijfheid. Als je uit de bocht komt is de fiets meteen “bij de les”. De wielen staan super strak in de fiets door de steekassen. Moet ook wel, want de afstelling van de (hydraulische) schijfremmen komt vrij precies. En rap wisselen is voor ons stervelingen niet echt van belang, en de pro’s laten tegenwoordig liever een fiets van het dak halen, dan een wiel te wisselen. Al kan het best wel, als het wedstrijdverloop er zich toe leent. Ja, het werk is er voor mekaniekers niet makkelijker op geworden. Terug naar de steekassen, vóór de gebruikelijke 100 mm., achter is er 142 mm. inbouwbreedte. Er is een ruim scala aan boord. Voor tellen we 46/30, dat lijkt klein maar gegeven dat de mountainbikes van tegenwoordig daar ook zo’n beetje mee zijn uitgerust en het feit dat er achter wordt gecompenseerd met 11/32 vergoed veel. Op het lichtste verzet kan ik zelfs (misschien, dan) de Alpe d’Huez wel aan.

Kon het dus niet laten even deze fiets in het zonnetje te zetten, temeer omdat ik zelfs (zeer tegen de gebruiken in) van dit racemonstertje had gedroomd! Ik had er bij die gelegenheid wel een beetje kakafonie aan stuurlint omgeslingerd. In dromen mag dat. Ene kant geel en de andere kant roze, als een ode aan de Tour en Giro. Het rood van de  Vuelta volgt misschien nog in een volgende droom. Mijn zoon heeft blijkbaar genoeg meegekregen van de gekke hobby van pa, getuige de wijze waarmee hij zelf de hele boel keurig netjes had afgesteld. In die context, twee oude(rwetse) bidonhouders gaan er zeker voor zorgen dat de bidons er niet zomaar 1-2-3 uit stuiteren. Een manco aan veel modern plastic en/of carbon bidonhuisvesting. Dat stuiteren van de fiets zelve viel mij op zich overigens ook heel erg mee, op een of andere manier bezit carbon toch het vermogen om kleine trillinkjes smootly op te vangen. Ondanks de stijfheid van het materiaal. Qua afwerking kun je zien dat het bij Ridley liefhebbers zijn, gezien het feit dat alle kabels netjes binnendoor zijn geleid. Behalve die van het stuur naar de voorzijde onderbuis onderweg naar de remmen en derailleurs. Wordt steeds gebruikelijker, maar hier komt toch het cyclocrossverleden van Ridley van pas. Vroeger schuurde kabels bij het crossen voortdurend tegen de lek. Een paar keer crossen en de lak was naar zijn grootje. De Kanzo is als gemeld uitgevoerd met hydraulische remmen, een vingertip is genoeg. Ik vind het met een kabeltje op mijn mountainbike al lekker, maar met de handen bovenop de (toch wel forse) grepen maakt remmen op de Ridley wel heel easy. De remhevel zelf is schuin afgewerkt waardoor op een of andere manier je heel makkelijk toegang en gebruiksgemak hebt.

De titel van dit blogje lijkt (en is) erg verwarrend. Maar niet alleen de montage skills heeft onze zoon meegekregen, ook de liefde voor het aloude stael. Zijn(/ooit mijn) oude Koga Miyata Gent Racer S uit 1980 wordt binnenkort ontmanteld van de toch ook al weer gedateerde rem-schakelgrepen van Shimano Sora, die ik eens voor hem monteerde. Hij was destijds wel zo slim om de Shimano 600EX downtube shifters en de oude remgrepen van Shimano 105 voor de “waslijnen-bovenlangs” te bewaren. Hij moet ze alleen nog even terugvinden. Na hun verhuizing van een paar jaar terug heeft hij dat immers niet nodig gehad. Maar hij wil dus de oude staelen glorie in ere herstellen en de fiets als zodanig bewaren. Een kijkfiets, maar als het moet kan hij als reserve dienen. Ik vrees dat het er weinig van zal komen. Hij heeft zijn tijd gehad, en de opvolger kan het hebben…

PSMijn enthousiasme was klaarblijkelijk ook mijn vrouw opgevallen, en die vroeg spontaan of ik misschien ook iets zag in deze fiets voor mezelf. Maar nee, laat ik dat maar niet doen. Fietsenmaker blijf bij je leest. Ik ben goed met ijzer, en weet zeker dat ik niet het volle profijt uit zo’n investering zou behalen. Bovendien is het momenteel erg (té) “druk” op zolder.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Oud stael… (versus carbon… )

Wanneer is het retro of vintage? Die vraag stelde ik mezelf alweer een lustrum aantal jaren geleden ook al eens af hier. De conclusie was destijds dat retro in feite vintage-namaak is. Toch is –binnen het kader van oude(re) racefietsen– het een niet echt strak afgebakend gebied. Iedereen vind er iets anders van. Laten we het er gemakshalve op houden dat retro “gewoon” ouderwetse racefietsen zijn, die je normalerwijze nu niet meer in de reguliere fietsenwinkel vindt. Sommige vinden dat als er kabels boven een stuur uitkomen het écht wel retro is. Waar anderen weer geen moeite hebben dat die gedeeltelijk onder het stuurlint zijn weggemoffeld. En dan hebben we het toch al over de jaren 80 van de vorige eeuw. Terzijde: bij een beetje écht recente carbonfiets van deze tijd, zie je al überhaupt nagenoeg geen kabels meer. Je zou ze in elke kleur kunnen uitvoeren, want niemand ziet ze. Ik persoonlijk ben nog wel liefhebber van de klassieke kabels. Waarbij voor mij bij voorkeur die in de klassieke en overal al gauw bijpassende grijze kleur een beetje dé standaard is, bij oude fietsen. Of –kan ook– in een contrasterende kleur. Mijn bronskleurige (als Ton van Herwerden vermomde) Locomotief heeft nog de blauwe (buiten)kabels van de eerste montage volgens mij. Echte oude kabels vind ik die gemaakt zijn van ronde spiralen, en niet de platte. Eerstgenoemde zijn een stuk flexibeler. De tweede trefzekerder en hoeven minder vaak te worden bijgesteld. Alhoewel er bij die oudjes na een poosje de rek er ook wel uit is, en bijstellen niet meer zo vaak nodig.

Anderen vinden dat de scheidslijn ligt bij de pedalen. Zijn het metalen (staal en/of aluminium) kooipedalen met toeclips en (leren) riemen, dan is het retro. Zo gauw als het gaat “klikken” dan is de grens verlegd. Veel organisatoren van de steeds populairder wordende retro ritten leggen bij die criteria ook zo’n beetje de limiet. En bij het feit dat er naar de schuine buis gereikt moet worden om te schakelen. Gemakshalve vergeten we even de stuurcommandeurs, die toch echt wel klassiek zijn. Anderzijds heb ik nog nooit gehoord dat iemand huiswaarts is gezonden als het aan een kleinigheid mankeerde. Spijkers op laag water zoeken, daar doen retro-fiets-liefhebbers niet aan.

Kabels is dus bij mij een dingetje, stuurlint is het andere. Een oude racefiets heeft geen modern stuurlint, maar het stuur is nog gehuld in textiel. Van het dunnere Duitse Vorwerk Lenker Klebeband tot het luxere geweven Franse Tressostar. Een en ander is in de vroege jaren 80 vaarwel gezegd, met de komst van kurk en dikker kunststof stuurlint. Meer grip, dat is zeker. Sommige textiele vormen zijn nog wel te koop, speciaal voor genoemde doelgroep. Een ander dingetje bij mij is het crankstel. Een stalen crankstel op een as bevestigd met spietjes op een spiebaan is voor mij het teken dat het écht oud is. Een beetje gebruiksfiets heeft het tegenwoordig al niet eens meer, het is allemaal spieloos wat de klok slaat. Het merk maakt niet uit, maar die ranke uitstraling van die oude staelen is wel het summum van een oude racefiets. Als je daarbij nog een leren zadel monteert, dan is het in mijn ogen alweer af. Oooo… voor ik het vergeet, bidonhouders. Deze moeten deels van draadstaal zijn, en bij voorkeur met klembandjes verbonden zijn aan het frame. Sommigen boren wat gaten in een oud stalen frame en kletteren daar met wat parkerschroeven een bidonhouder tegenaan. Da’s echt heiligschennis. En bovendien niet slim. Als oude constructeurs zulke dingen al deden (bidonhoudernokken dus) dan werd dat verstevigd bij het hardsolderen. Want overal waar je rücksichtsloos gaten in boort, doe je concessies aan de stijfheid van een stalen (of om het even van welk materiaal) frame. Dat doe je niet. Dus iedereen dient zich aan de (ongeschreven) regels te houden. Dat mogen dus gerust je eigen gemaakte regels zijn. Zolang het maar beargumenteerd is. Zo kan iedereen genieten van een retro (of écht vintage) fiets.

Of zelfs van een moderne carbonfiets. Ik ben zelfs een beetje (pas op, een beetje hè) om, sinds ik onlangs een stukje proef op de nieuwe carbon Ridley Kanzo Speed *) van mijn zoon heb mogen rijden. Het is toch wel een super stuk strakker fietsen. Gezien het feit dat die van hem zelfs een UCI goedkeuringslabel draagt, moet/doet iedereen (mij inclusief) onthouden van commentaar. Ik moet/zal mezelf moeten beloven het niet meer als karton uit te schelden. Ik ga het proberen…

*) binnenkort meer…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Bicycling…

Bicycling…

Een internetsite met zogenaamde wetenswaardigheden over het fietsen en de wielersport. Het kan me lang niet altijd bekoren. Vaker niet dan wel eerlijk gezegd. Nietzeggende lijstjes als: “7 dingen die je fietsenmaker al weet na 5 minuten”. Met alle respect, al hun lijstjes zijn doorspekt met zulk soort open-deur issues. Ik heb ze dat –ongevraagd– dan ook wel eens laten weten. Met de mededeling; breng eens wat nieuws en nieuwswaardig. En ze reageren altijd heel keurig hoor. Onlangs gaven ze als een soort nieuwtje dat het opvalt dat er bij Tadej Pogačar altijd een plukje haar uit zijn MET helm steekt. Ik kan dan (lekker-puh) het niet nalaten om te melden dat ze geen scoop hebben. Omdat ik al geruime tijd vóór hun publicatie dit middels dit blogje meldde. Zij lossen dat handig op. Een paar dagen later plaatsen ze gewoon hetzelfde pushbericht op Facebook opnieuw, waarmee mijn “belastende” commentaar dan verdwenen is. Nou… dan doe ik dat net hetzelfde toch nog een keer. Lekker-puh…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Hervat…

De hometrainertraining is inmiddels hervat. Sinds gisteravond. Nog wel wat warm, maar veel minder ernstig dan de laatste tropische dagen. Dat was geen doen. Het enorme voorrecht van een zolder-hometrainer-coureur is het hanteren van je eigen reglementen. Vroeger heb ik me altijd netjes aan andermans reglementen gehouden. En was bij mij een 6-daagse rollenkoers ook echt 6 dagen. Maar sinds een monument als de Nijmeegse vierdaagse er (terzijde: overigens terecht) mee sjoemelt….

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

VAW 2

opslag

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

V

Verdienmodel…

Na een weekje fietsen in de Tour de France 2022:

Jumbo-Visma € 82.140

Astana € 600

Elke dag worden boetes uitgedeeld, op dinsdag 12 juli staan op de “zwarte lijst”, van laatstgenoemde ploeg Astana dus:

Joe Dombrowski (Astana Qazaqstan) – Voor onbehoorlijk of ongepast gedrag (publiekelijk urineren). 300 Zwitserse Frank boete.

Simone Velasco (Astana Qazaqstan) – Voor het weggooien van afval buiten de afvalzone. 500 Zwitserse Frank boete en 25 strafpunten in het UCI-klassement.

Andrey Zeits (Astana Qazaqstan) – Voor onbehoorlijk of ongepast gedrag (publiekelijk urineren). 300 Zwitserse Frank boete.

Totaal aan Zwitserse Francs 1.100. In euro’s is dat € 1.116,69

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Crash…

Nee geen Chute in het Frans maar een manco in het Engels. Een ode aan de lang leve technische vooruitgang van in dit geval Shimano. Louis Meintjes (de Zuid-Afrikaanse renner) was hierdoor ridder te voet bij de aankomst van de Tour de France etappe op de La Super Planche Des Belles Filles. (De mooie meisjes super plank ?!.)

Ik klom mee met de beteren, het was dus een teleurstelling toen mijn derailleur in de slothectometers in crashmodus ging, wellicht door een gravelsteentje.

Die derailleurs van tegenwoordig worden elektronisch aangestuurd, daar waar heel vroeger een doodgewoon dun gevlochten staalkabeltje die klus klaarde. Eerst die elektronica nog met een stroomdraadje, nu al draadloos. Van Alberto Contador is bekend dat hij lang die elektronica op zijn fiets heeft weten tegen te houden. Hij hield van genoemde staalkabeltjes. Een man naar mijn hart, ondanks de 0,0000005 hectiek destijds (ik kan er een nulletje naast zitten).

Eerlijk gezegd begrijp ik het elektronisch probleem aan Meintjes fiets nog steeds niet helemaal, maar dat ligt zeer beslist aan mijn gebrekkige kennis van het Di2 systeem van Shimano. Een systeem waarbij heel vernuftig de voor- en achterderailleur er een innige elektronische relatie op na houden. Moest je vroeger je voorderailleur nog wel eens een klein tikkie geven om weer te sporen met je tandwieltjes achter, die zorgen neemt Di2 van je over. Tot (naar het schijnt) een klein gravelsteentje roet in het eten strooit. Of bijna letterlijk zand in de motor. Enfin, ze luisteren dus niet meer naar elkaar. Iets wat in elke innige relatie wel eens voorkomt.

Toch zag ik de ketting van Louis’ fiets vóór op het kleine blad liggen en achter ergens ter linker zijde. Dat moet toch te doen zijn, denk ik dan met mijn simpele mechanische achtergrond. Maar dat schijnt dus niet zo te zijn. In de oudere versies (met een draadje) kon je klaarblijkelijk dan de junctionbox (de “zwarte doos” onder de stuurnok) vijf seconden inhouden om te resetten. Bij de nieuwere versie(s) heeft het iets meer voeten in de aarde om de boel weer te resetten naar de fabriek instellingen. Je hebt de oplader, de Di2 apparatuur zelve én een PC nodig om dat voor elkaar te krijgen. Zoiets wordt dan vaak verkocht onder de noemer als: “In drie eenvoudige stappen.”, iets waarvan ik altijd rode vlekken van in mijn nek krijg. Mocht je even willen checken hoe dat dan werkt, gelieve onderstaande link naar het YouTube filmpje aan te klikken.

Ik ben blijven steken bij fietsen waar geen stroomdraadje, knopje, lampje, batterij of alleszins voorkomt. E-bikes en dit elektronisch geweld is aan mij niet besteed. Ik word oud…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Schuif…

Mij vallen altijd van die minieme, wellicht nietszeggende maar voor mijn gevoel zotte dingen op. Laatste tijd –verdraaid als het niet waar is– de scheve of schuine stand van de rem(schakel)grepen die veel wielrenners er tegenwoordig op na houden. Het heeft een reden heb ik me laten vertellen. Zodat renners met de handjes bovenop de remgreeprubbers de polsjes tóch op de stuurbocht kunnen laten rusten. De constructie die Jan-Willem Schip nog eens duur kwam te staan vorig seizoen, en tot uitsluiting op een wedstrijd leidde. Maar dit is een legitieme toepassing. Net zoals de zogenaamde dropper-seatpost die de laatste winnaar van Milaan-San Remo *) erop na hield. Een zadelpen die je met een druk op de knop kunt laten zakken en weer omhoog kan laten komen, waardoor je in de laagste stand aerodynamischer en met het zwaartepunt zover mogelijk naar beneden profijt kunt hebben. Eigenlijk een mountainbike dingetje. Zulke zaken moeten reglementair van de UCI voor iedereen in de handel te koop zijn. En dat is het geval in dit geval. Tal van (duurdere) mountainbikes dus zijn ermee uitgevoerd. Mohoric (want over hem hebben we het) had er voordeel mee naar zijn zeggen. Dus binnenkort heeft iedereen zo’n (overigens duur) ding. Hij is ook de uitvinder van de inmiddels wel verboden super-tuck. Het op de bovenbuis zitten in de afdaling, het mag niet meer.

Maar die schuive remgrepen, niet doen jongens. Het ziet er niet uit. Net alsof je na een valpartij geen tijd  meer hebt gehad om de remgrepen even recht te tikken.

*) de meeste saaie klassieker allertijden. Een heel lange wedstrijd die doorgaans altijd pas op de Poggio (lees: bijna thuis) in de plooi valt. Ook deze keer dus weer. Zelfs de samenvatting zap ik in de versnelde versie door. Enerzijds omdat ik tegenwoordig niet meer het geduld heb een hele wedstrijd uit te zitten, maar niet in de laatste plaats omdat er -eerlijk gezegd- niet meer vaak spannend gereden wordt. Ik maak een positieve uitzondering voor de dames, die er gelukkig af en toe nog wél in willen vliegen. De reden waarom ik vroeger live het liefst de categorie nieuwelingen en juniorenwedstrijden bezocht. Die gaan er tenminste nog voor. Knallen…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Vriendelijk verzoek…

De UCI verzoekt renners tijdens de komende Tour de France (en renster in de Tour Femmes) hun rugnummers niet meer in “de vitrines” tentoon te stellen. Liever gewoon weer opspelden, alhoewel mij bijstaat dat ze ook zelfklevend zijn. Sommige renners plakken én spelden ze zelfs vast. Zekerheid voor alles, en daar valt wat voor te zeggen. Één valpartijtje en behalve je vel liggen ook de restanten van je rugnummer(s) over straat. Ook al krijg je de volgende dag wel weer nieuwe, hoor. Tegenwoordig staat vaak je naam en een vlaggetje met je nationaliteit er op. Altijd handig om te weten wie je lotgenoten zijn in de vroege ontsnapping. Je mag conform veel wedstrijdbepalingen ook niet al te kwistig met de schaar het rugnummer min of meer op maat maken. Die rugnummersponsors betalen namelijk veel geld voor dat plekkie op en over de ruggen van de renners.

Maar sinds de komst van die doorzichtige hoezen zie je die steeds meer ook op de zogenaamde snelpakken toegepast. Had je vroeger een losse broek en een trui, en later een tijdritpak, na verloop van tijd kwam dat tweedeling kostuum. Een trui en broek die voor een groot deel aan elkaar zitten. Snelpak, sprintpak. Een uitgeklede (of aangeklede) versie van het aloude tijdritpak, maar dan met drie zakken op je rug. Voordeel, geen broek met bretels en je trui kan toch wagenwijd open. Voor de dames liever niet te ver. De UCI vraagt om tijdens de reguliere etappes de rugnummers duidelijk en leesbaar voor iedereen te houden. En dus duidelijk aan de buitenzijde aan te brengen. Ze schermen (als altijd) met de artikels 1.3.029 en 1.3.076. Natuurlijk moeten ze weer wat te zeveren hebben. Bij de gratie gods (lees: UCI) mag het dan nog wel (uit oogpunt aerodynamica) nog wel op het tijdritpak in de tijdritten. De maten van die snelpakken zijn nogal krap. Het lijkt nu of ze allemaal voor je kleine broertje zijn bestemd. Het ziet er niet meer uit tegenwoordig. Oké, vroeger was het ook niks met die overmaatse wollen zakken.

Maar, toegegeven, het is inderdaad soms wel eens wat moeilijker leesbaar, en het ene transparante hoesje is het andere natuurlijk niet, en je weet bovendien ook niet welk wasprogramma die mekaniekers er soms op na houden. Want die multitasken wat af tussentijd het schoonmaken van die fietsen. Bij Ineos (wat ik nog vaak als Sky uitscheld) en Bora hebben ze een soort mesh materiaal meen ik. Jaren terug is al eens voorgesteld het hele seizoen met vaste eigen nummers te rijden. Zodat die gewoon middels de gebruikelijke sublimatiezeefdruk mee gedrukt kunnen worden op de teamkleding. Vaste nummers, zoals in de motorsport al heel lang gebeurd. Maar zover is het oubollige en traag van begrip zijnde wielrennen blijkbaar nog niet.

Ik weet nog dat in mijn tijd (hè oudje) er bij ons eentje rondreed en die had van die stukjes Velcro (in den volksmond klittenband) op zijn trui, en de corresponderende andere al of niet klevende helft deed hij dan met veiligheidsspelden op het rugnummer. Zes van die dotjes klittenband op zijn trui. Twee in het midden en twee onder elkaar aan elke zijde. Soms moet je namelijk je rugnummer links of rechts bevestigen. Maar net waar de jurywagen staat. Dat voor de simpele zielen. Bij de profs hebben ze meestal twee stel nummers, zodat ten alle tijden de TV (maar ook de jury) weet wie ze voor zich hebben. Soms wel een koddig gezicht. Onze zoon is nogal fan van het nummer 111 vanuit zijn natuur- en scheikundige achtergrond, te weten unununium, en als je die twee naast elkaar speldt is dat wel grappig.

Nou ik ben benieuwd wie er allemaal op de bon geslingerd gaat worden. Vanaf morgen gaan we het weer beleven.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen