751 dagen…

rotterdamse six 2016 (met dank aan mijn zoon)

751 dagen zijn er nodig om een klein wondertje uit te laten komen. Of zeg maar gerust een groot wonder. Victoria Barnes (toen nog Williamson) kwam samen met Elis Ligtlee ten val in een omnium tijdens een sprintfinale in de laatste bocht in het nevenprogramma van de Rotterdamse Zesdaagse in januari 2016. Die keer en die dag was ik er samen met mijn zoon. Het was een van de laatste onderdelen, en vlak voor deze fatale valpartij besloten wij om alvast de metro op te gaan zoeken. Mijn zoon had letterlijk een thuiswedstrijd, want woont in Rotterdam, maar ik moest nog naar Den Haag. Van die valpartij kregen wij dus –gelukkig– niet veel mee. Pas toen ik thuis de resultaten van die dag opzocht op internet, kwam ik het nare nieuws tegen. Elis was er flink aan toe, maar nog slechter was het gesteld met de genoemde Britse renster. Het wedstrijdprogramma was meteen na de val voor de rest van de avond (dat was niet veel meer) afgelast. Aanvankelijk vreesde men dat Vickie (Victoria) volledig verlamd zou blijven. Pas op 17 januari was ze stabiel genoeg om haar naar huis (Engeland) te transporteren. Wel met een privé-jet, dat dan weer wel. Een gebroken bekken en beschadigde rugwervels waren wel de reden dat ze meteen ook een streep kon zetten door haar Olympische Rio aspiraties. En er was ook nog iets met een zenuw in een been. Elis Ligtlee kwam er als gezegd uiteindelijk beter van af, en werd in Rio zelfs Olympisch kampioen op de Keirin. Het ligt dicht bij elkaar allemaal. In juli 2017 trouwde Victoria Williamson met haar Amerikaanse PGO golfpro Oliver Barns. Ze twitterde onlangs -zag ik op de Baanwacht Facebook pagina– dat ze er 751 dagen naar uit had gekeken om weer met de Britse baanploeg te kunnen trainen. Knap hoor, hard werken naar zo’n mijlpaal toe. Mijl, da’s Engels. Chapeau, da’s Frans. 🙂

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Op een grote paddestoel, rood met witte stippen…

… zat kabouter Spillebeen heen en weer te wippen. Krak… zei toen de paddestoel… En hier moest ik dus aan denken toen ik het nieuwe stukje innovatie van onze Wassenaarse vrienden van Tacx zag. Niet rood met wit, maar stemmig carbon-politie-fietsen-zwart. Vooraf: valpartijen resulteren vaak in een berg in elkaar gebreide fietsen die de neiging hebben zich als een steeds vastere kluwen te ontwikkelen, hoe harder renners proberen heel zelfzuchtig alleen hun eigen fietsje uit de berg te ontwarren. En hebben ze hem gevonden, dan willen ze rap weer door. Een enkele keer (nou, zeg maar vaak) mankeert er dan wat aan het materiaal ten gevolge van de val en zien we ze vroeger of later terug bij de mekanieker. Langs de kant van de weg, of aan het raam van de volgwagen. De lekke band is euvel #1, slag in het wiel een goede #2. Vervolgens kan de rem aanlopen, en moet die ontspannen worden want er is -bijvoorbeeld- een spaak geknapt. Of de derailleur doet niet meer waarvoor hij is ontworpen.

bron: BCP specialpaintwork.

Om zo te zeggen is deze gederailleerd, ontspoord dus. Teveel naar links schakelen en je staat weer stil, nu met het apparaat aan de verkeerde kant van de spaken. Of -erger- de derailleurpad is gebroken. Bij een stalen frame is het vaak einde oefening fiets. Alhoewel een goede framebouwer het wel kan herstellen. Bij het nieuwerwetse carbon heeft men bedacht om die padjes door schade en schande wijs geworden als verwisselbaar uit te voeren, in aluminium. Op het moment suprême in de koers (of tijdens je toertocht) heb je daar geen moer aan natuurlijk. Over moer gesproken, Tacx bedacht wat nieuws. Zo doelmatig en zo simpel, dat je denkt, waarom is dat niet eerder bedacht. Nu bedenken ze wel vaker goede dingen in Wassenaar. Eerder berichtte ik hier wel eens over de Hopper, en over de biodegradeble bidon van hunnie. Innovatief zijn ze dus zeker. Nu heeft men een simpel onderdeeltje ontwikkelt wat je op je uitvalnaaf monteert in plaats van waar je normaal de sluitmoer hebt zitten. Het is een klein uitstulpend paddestoeltje wat net even voorbij je bovenste derailleurbout uitkomt, en letterlijk als ook figuurlijk de klappen opvangt als je op de rechterkant op het wegdeksel terecht komt. Ik zag het op de Facebookpagina van BCP specialpaintwork. Dat vind ik nu een leuk ding. Nu nog uit zien te vinden waar ze te koop zijn. Ik wordt fan. Sterker nog, ik ben al Tacx fan.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

O no carbon…

naar: Jayco Herald Sun Tour op Instagram

Ik heb hier nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik pertinent geen fervente voorstander ben van carbon als framemateriaal. Als bijkomend nadeel noem ik de beperkte mogelijkheden inzake framehoogten. Beetje knullig dat deze slechts in T-shirt maten voorhanden zijn. Weliswaar van XS tot XXL bij sommige gerenommeerde merken. Bij andere fabrikanten is het qua maatvoering meer de Zeeman of de Wibra. Niettemin een tekortkoming met als een oorzakelijk verband de dure kosten voor de mallen waarin dit materiaal “gebakken” wordt. Kijk, dat carbon zelluf  kost geen drol natuurlijk. Frames van het relatief duurdere en duurzamere staal werden voorheen nog in gewenste centimeters framehoogte gemaakt en tevens dan ook nog in allerlei mogelijke verschillende soorten van geometrie. Voor de weg, de tijdrit, de baan, het veld of voor de randonneur wellicht zelfs. Een grotere diversiteit derhalve. Grappig is te moeten constateren dat we tegenwoordig (ik noemde het hier -en elders- al vaker pseudo-intellectueel-glas-in-lood-gelul) zoiets nodig hebben als dynamische fietsmeting om van zo’n standaard T-shirt een voor u passend maat- of zelfs confectiekostuum te maken. Terwijl we vroeger niet moeilijk deden om een fiets pas te maken. Hakken op de pedaal met gestrekt been, waarbij de crank in lijn stond met de staande framebuis, en hoppa… de fiets was in de hoogte alvast goed afgesteld. Elleboog tegen de voorkant van je zadel en als je middelvinger van de aldus gestrekte arm dan op de helft van de voorbouw uitkwam was ook de lengte goed afgesteld. Klaar…u kunt (en mag gerust) nu veronderstellen dat ik de vooruitgang qua framebouw in de weg sta. Ofwel me gewoon (overeenkomstig veel NHD konijnenfokkers in geheel andere materie) een ouwerwetse l*l noemen.

Hier gaat het (zeggen ze in België) over een ander paar mouwen. Aan de dranghekken van rondjes rond de kerk hoor ik tegenwoordig eng droog gekraak afkomstig van schurend carbon tegen metalen onderdelen als brackets, wielassen en balhoofdonderdelen. Frames die na een valpartij niet meer 100% betrouwbaar (b)lijken te zijn, getuige het feit dat nadien spontaan zulke frames alsnog kunnen breken. Nog maar net in de Jayco Herald Sun Tour (down under, zie foto boven) brak er een Trek carbon frame na een valpartij. Het arme schaap hing nog net met de derailleur- en remkabels als zijnde een soort quasi levenslijn aan elkaar. De UCI heeft de mond vol over al dan niet veilig gebruik van schijfremmen maar gaat voorbij aan het fenomeen van gevaarlijk en spontaan brekende frames. Ongeacht de mooie veiligheidswaarborgstickers op de frames van de protourploegen.

Toch heb ik nu -denk ik toch- het antwoord gevonden. Ik ben er na uitvoerig onderzoek en research in geslaagd het onmiskenbare mooie pure aangezicht van carbon conflictloos te combineren met de onvolprezen kracht van het historische en heroïsche staal. Een wolf in schaapskleren, of is het een schaap in wolfskleren? Zie hier een afbeelding ervan. Hoor graag wat jullie er van vinden… 🙂

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Voortgang…

uit de KLN berichten februari 2018

… Tentoonstellingsverbod n.a.v. HPAI
Op het moment van schrijven lijkt het in Nederland rustig aangaande de uitbraken van vogelgriep. Dat het landelijke tentoonstellingsverbod nog steeds van kracht is vinden wij daarom onbegrijpelijk en niet nodig…

Hoe naïef kan onze KLN zijn? Of is het zelfs gewoon dom te noemen? Binnen één maand na de laatste uitbraak (lees nog even hier.) vindt men het al niet meer nodig dat het tentoonstellingsverbod wordt gehandhaafd. Ter overweging, wat te zeggen van:

  1. Vorig jaar werd e.e.a. door het Ministerie pas in april vrijgegeven.
  2. De natuur laat zich niet bedotten. Van oktober/november tot en met april/mei is er gewoon nog vogeltrek.
  3. En dus gezien de omstandigheden besmettingsgevaar.
  4. Er zijn nagenoeg geen tentoonstellingen meer, het seizoen is zo goed als voorbij. De urgentie is niet meer ter zake doende. Bovendien, wat geweest is, halen we niet meer in.

In dezelfde berichten info over de komende vergadering van de Dier Technische Raad en de Raad van Advies. Zoals al vaker hier aangegeven zijn de notulen van beide commissies op de site van KLN weer niet bijgewerkt. Misschien dat de nieuwe voorzitter (zie vacature) er t.z.t. eens werk van maakt. 😉 Vier personen hebben zich overigens daarvoor aangemeld, waarbij er drie zich vacant hebben gesteld. Het waren prettige gesprekken (…) maar het hoofdbestuur vond er blijkbaar geen goede kandidaten bij. En dan lees ik in het onlangs verschenen rapport “KLN op weg naar 2019 ” het 6 sporenbeleid wat men voorstaat.

3.1 Spoor 1: Sneller

3.2 Spoor 2: Pluriformer en veelzijdiger

3.3 Spoor 3: Openheid

3.4 Spoor 4: Regelarmer

3.5 Spoor 5: Eerlijk

3.6 Spoor 6: Nevenschikkend samenwerken.

Wellicht dat achter de schermen hard gewerkt wordt aan en met dit rapport. Maar ik hoor en lees er weinig over (spoor 1 en 3).

-0-0-0-

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

populair (of niet)…

Zoals u eerder heeft kunnen lezen, zijn er van de week twee nestjes jongen geboren bij onze gladhaar goud agouti cavia’s. En dus moet ik binnenkort ruimte maken. Selecteren -het sleutelwoord voor de serieuze sportfokker- was ik eigenlijk al veel eerder van plan. En dus stonden er al geruime tijd een ouder beertje en een nog jong zeugje te koop. En niet omdat het slechte dieren zijn, want het beertje heb ik zelf voor de fok van (ZG) nazaten gebruikt. En in geval van het zeugje heb ik voor de vervolg-fok gekozen voor haar net iets betere zusje. Die inmiddels nu dus moeder is. En dus heb ik toen de zeugen, die afgelopen week dus iets vroeger dan verwacht wierpen, nog niet zo dik waren, de “overbodige” diertjes dan maar voor gratis aangeboden. Dat klinkt heel oneerbiedig, maar je moet als sportfokker rationeel blijven denken en handelen. Ze zijn gewoon niet populair onder het gemiddelde doorsnee publiek en zelfs niet (meer) onder fokkers.

Kijk, voor driekleuren en ander gekleurd gespuis, of ander exotisch getint of uitgedost spul tot aan naakte cavia’s aan toe lopen particulieren (en fokkers) nog wél eens warm. Voor de basis van alle kleuren echter, zoals onze goud agouti gladharen staan er echter geen rijen voor de deur hier. Bij de hangoortjes raakte ik voorheen alles heel makkelijk kwijt wanneer ik maar wilde. Geen zin in wachtlijsten ook, omdat ik ondanks meer vraag dan aanbod geen markt wenste te bedienen. Als ik zat jonge konijntjes had, ging het slot er op. Bij de cavia’s en specifiek in deze door mij zo geliefde kleurslag is dat veel en veel moeilijker. Tot nu toe lukte dat nog wel, maar meestal was het dan wel wat verder in het jaar. De mensen staan blijkbaar nu in dit jaargetijde nog niet te wachten op nieuwe huisdiertjes.

Van de week liep de mailbox en telefoon plots echter over, na de gratis annonce. Nu ze voor gratis staan wél. Terwijl ik ze normaliter toch niet al te duur probeer te verkopen. Terwijl ik zelf voor –relatief– veel geld verder weg op pad moet om aan de juiste (fok)dieren te komen. Enfin dat is inherent aan de hobby.

En dan nu bellen en mailen mensen, honderdduizend vragen, en dat is goed en dat mag, ik beantwoord alles en méér. Maar vaak als puntje-bij-paaltje komt laat men het toch nog op het afgesproken moment suprême afweten. Mag ook, maar ik houd zoiets netjes gereserveerd totdat ze zich melden. En dan hoor je niks meer. Van de week was ik het beu, en alle mensen (bellers en mailers) een berichtje gestuurd dat nu ging gelden: “Wie het eerst komt, het eerst maalt“. Je moet zo uitkijken, want als je gratis dieren aanbied krijg je eerst vooral standaard mailtjes van dierenactivisten of cavia-knuffel-opvanghuizen en andere moraalridders, met de weliswaar legitieme waarschuwing dat dit wellicht de verkeerde “kopers” aantrekt. Jongens, ik fok al meer dan twintig jaar. En ben best bij machte om te bepalen wie of wat me zint. Het zal de eerste keer niet zijn dat ik er geen goed gevoel aan overhoud en uiteindelijk heel simpel niks meegeef. Al betalen ze de hoofdprijs. En dat moralistisch gedoe, dat konijntjes, cavia’s en aanverwant dan mogelijk als voederdier dienen. Tja… slangen e.d. moeten ook leven. Ik wil niet zoals de eerder aangehaalde instanties Roomser zijn dan de Paus. Kort en goed, afgelopen dinsdag is er een beginnend liefhebber de beide dieren op komen halen, en was (en is nog steeds) reuze in zijn sas ermee, en hevig geïnteresseerd. Op pad met een “gebruiksaanwijzing” die ik al veel jaren geleden eens schreef. Het zal toch niet zo zijn dat ik iemand heb “besmet”…?  🙂

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ret(r)oriek…

Het fenomeen retro wielrennen maakt -nu al- een evolutie door. Zoals met het echte wielrennen -toen én nu- zijn er verschillen in beoefenen en in beleving. Er zijn materiaalfreaks, puristen zelfs en de echte wellicht wat milder gestemde liefhebbers. En alles daar tussenin. Puristen die er zelfs van gruwen als bij wijze van spreken de bladboutjes van een ander merk/type blijken te zijn dan het door hen gebezigde crankstel en dit dan ook niet kunnen en zullen tolereren aan hun stalen retro fiets. De trapas tot en met de crankbouten moet bij hen van exact hetzelfde type Campagnolo zijn, terwijl het merendeel van dit weliswaar essentiële onderdeel aan het oog onttrokken is, door bijvoorbeeld de crankdoppen. Noot: welke laatste door de doorsnee prof niet eens werden gebruikt. Dat terzijde. Het leuke is dat veel van de organisaties die retro evenementen organiseren al dan niet ludiek bedoelde reglementen hanteren. Sommigen nemen die regelgeving aan als ware het een Wet van Meden en Perzen. En anderen nemen het niet zo nauw. Maar blijkbaar kan er veel in het aimabele gilde van retrorenners. Heb je toevallig je remkabels “gazellig” opgeborgen onder het stuurlint, dan zal niemand jou het startbewijs afnemen, omdat jij jouw remmen bedient met in de ogen van puristen verfoeilijke aerodynamische  remgrepen. In plaats van de voorgeschreven “waslijnen” bovenlangs. Net zoals menigeen zich wel eens -beschamend soms- veroorloofd klikpedalen te hanteren in plaats van de vaak gevraagde toeclips aan de oude pedalen (en riemen). Sommigen hanteren een wat we nu een worstenhelm noemen (toen niet), of gaan onveilig retro op weg zónder helm, maar met een retro petje op pad. Oké, in de “oudheid” was men in de wedstrijdsport ook niet overal in elk land verplicht een helm te dragen. Zo valt alles goed te praten natuurlijk. De tussenweg is dat men een nieuwerwetse schaalhelm draagt boven de liefst wollen of acryl prikkelende trui. Lycra bestaat -realiseerde ik me zojuist- uit dezelfde letters, maar in essentie toch uit stoffen van een heel andere era. En eigenlijk not-done voor retro-renners. Of het moet een “vroege” zijn. Of een in lycra nagemaakte variant van een oude trui.

Leeftijd van de fiets is ook wel een dingetje soms. Soms houdt men een minimum (of is het maximum?) grens van veertig jaar oud aan. Soms tot 1980. Sommigen zweren erbij dat je fiets zogenaamd Eroica waardig moet zijn. Wat dat ook exact moge behelzen. De Eroica is zo’n beetje het heilige der heiligen in de retro toertocht hemel voor die wielerliefhebbers. In het Toscaanse (Italia) Gaiole. Met als het tegenzit een rit in de witte klei, overeenkomstig de voorjaars semiklassieker Strade Bianchi. Och, in feite komt het toch niet zo spits, mannen (en vrouwen). Ik zie soms foto’s van fietsen die er als een clean and mean machine uitzien. Alsof ze net uit de fabriek komen, en nog juist voor de start van de toertocht zijn voorzien van een vers (liefst wit) katoenen stuurlintje. Op de Stalûh Ros Klassiekâh hier in Den Haag werden afgelopen keer (2017) prijzen uitgereikt voor de mooiste retrofietsen. Waarmee onze “sport” bijna wordt gedegradeerd tot een jurysport. Tja, want wat de een prachtig vindt, vindt een ander ..ut (prut) en vice-versa. Zelf heb ik bij oude fietsen nog wel eens dat ik voor een dilemma sta, zo van: zullen we het zo laten, of gaan we gaan vijlen, schuren, lakken en vernissen. Soms heb je er lak aan… want dat laatste maakt het vaak wel erg mooi, maar dat eerste houdt en maakt het vaak wel authentiek. Met weemoed en respect noemt men dit dan patina. Een fiets die geleefd is. Niks mis mee. Misschien moeten we in categorieën gaan denken. Enerzijds de concoursconditie of mint conditie en anderzijds de authentieke noem het cultuswaarde. Er alles tussenin moet dan ook kunnen, de VAW waarde (Van Alles Wat). Voor oude race- en toerfietsen afgemonteerd desnoods met een pretpakket. Voor hen die het gewoon leuk vinden om whatsoever een ouwe stalen jippie-jippie-yeah te rijden. Het bouwen van een fixie op basis van een ouwe stalen racefiets zien sommigen wellicht als heiligschennis. Ik zie het als fun. Maar evenzo kan ik genieten van een originele fiets uit de (als voorbeeld) sixties. Net zoals ik -weliswaar strontjaloers- kan kwijlen van een vol Campagnolo 50th afgemonteerde Cinelli of Masi (om maar iets te noemen) of een Gios. Die laatste dan wel in het blauw en met Campagnolo. Want een dergelijke Italiaan van een dergelijke allure bekent kleur (tricolori zelfs) en verstaat zeker geen Japans. Mij maakt het niet uit.

Agge mar leut hèt, alaaf.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Verrast…

Blij verrast zelfs. Vannacht hebben twee zeugen allebei geworpen. “Vroeger” met de konijnen kon ik er de kalender op gelijk zetten. 31 dagen doorgaans, hooguit soms een dagje eerder of langer. Maar dan had je het wel gehad. Bij cavia’s is het moment van de worp vaak wat moeilijker in te schatten. Ze waren ook nog niet echt tonnetje rond. Want op het laatst zijn het soms echte pannenkoeken. De beer zou ik dit weekend apart gaan zetten. Daar ben ik dan dus te laat mee. En de zeugen zijn uiterst vruchtbaar juist na een worp. We zien wel. Want eigenlijk had ik het dus nog wel anderhalve week gegeven, voor het zover zou zijn. Wel is het zo als er eentje in de groep werpt de volgende rap ook aan de beurt is. Zien werpen doet werpen. Veel verschil zal er niet in hebben gezeten, qua bevruchting. Want ik heb ze gelijktijdig bij de beer gezet. In totaal zes jongen, welke jongen en hoeveel van welke moeder zijn is nu niet meer te bepalen. Maar op zich niet zo erg. De zeugen komen beide uit dezelfde lijn. De vader is een beer die ik afgelopen november kon kopen bij Michael van den Heijant. Een momenteel landelijk vooraanstaand fokker van onze keurslag gladhaar goud agouti. Ben dus benieuwd hoe deze jongen het zullen gaan doen.

Door deze aanwas zitten alle hokken vol, alhoewel ik altijd reserve heb natuurlijk. Maar toch neem ik graag afscheid van twee dieren, een oude beer en een zeugje van mei 2017. Welke dus dekrijp is. Binnen een jaar drachtig raken is immers te adviseren in deze diersoort. Al is dat niet zo exact als sommigen willen doen geloven. Het ligt ook aan de individuele ontwikkeling en fysieke conditie van het dier. Enfoin, liefhebbers kunnen zich melden bij via isabellanhd@hotmail.com Voor de ware liefhebbers zijn deze dieren gratis op te halen. Je kunt de diern ook zien op de pagina te koop. Tja, zo werkt dat nu eenmaal. Selecteren.

Ook het restant van de witte muisjes die afgelopen weekend werden geboren doen het goed. Muizen ontwikkelen zich naar verhouding tot cavia’s en konijnen relatief een stuk sneller. Het grote voordeel van de langere dracht van de cavia’s is wel dat ze kant-en-klaar als kleine kopietjes van hun ouders op de wereld komen. Jonge muizen zijn net als jonge konijnen te lelijk om aan te zien, naar mijn bescheiden mening. Als de haartjes van de pasgeboren cavia’s nog niet eens droog zijn, knabbelen ze al mee aan het hooi. De jongen drinken nu bij een van de twee zeugen. Wat dat betreft gaat dat er heel sociaal aan toe. Bij die muizen ook overigens. Van de konijnen waren we gewend, dat die vaak wat moeilijker waren rondom de geboorte, en je wat omzichtiger te werk moest gaan. Alhoewel, de jonge muizen moet je ook niet aanraken op deze leeftijd, want dan ruiken ze plots vreemd en eet de moeder ze op. Vanuit de natuur een normaal verschijnsel, ze vertrouwt het dan niet meer, en er mag niets verloren gaan, zo gebruikt ze de proteïnen opnieuw. Hier een foto vanachter het glas van de “couveuse”.

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen